Medische en tandheelkundige vakkennis 1: Biochemie
H 5 Membranen
Aantekeningen college + samenvatting:
5.1 Functies van membranen
1. Structurele steun
2. Vormen een semi-permeabele wand;
- Kleine, ongeladen moleculen worden doorgelaten, zoals water, monosachariden, aminozuren.
- Grote, geladen moleculen worden tegengehouden, zoals ionen, peptiden, polysachariden.
Doordat membranen semi-permeabel zijn, zijn deze geschikt voor de volgende functies:
-Selectieve opname van waardevolle voedingsstoffen.
-Het creëren van een micro-milieu die verschilt ten opzichte van de omgeving.
-Energie opslag in de vorm van ionen-gradiënt.
3. Communicatie met de buitenwereld
- Remming celdeling bij contact delen (contact-remming)
Contactremming werkt niet meer bij kanker (tumorvorming, ongeremde celdeling).
- Via receptoren (insuline binding aan receptor leidt tot glucose opname in de cel).
5.2 Structuur van membranen
Bouwstenen van een membraan zij lipiden, eiwitten en glycoproteïnen. De basisstructuur is een
dubbellaag van samengestelde polaire lipiden (fosfolipiden, glycolipiden).
Apolaire staarten trekken naar elkaar toe → ontstaan dubbellaag.
Eiwitten ‘drijven’ in lipide laag → eiwitdeel in membraan bestaan voornamelijk uit hydrofobe
aminozuren.
Membraamtransport
-Intracellulair milieu verschilt van het extracellulair milieu.
-Transportmoleculen over membraan nodig voor het opnemen van voedingsstoffen + het afvoeren
van afvalstoffen.
Kleine ongeladen moleculen kunnen door diffusie, (verplaatsing van stoffen van een hoge
concentratie naar een lage concentratie) het membraan passeren, grote geladen moleculen niet.
Omdat een cel ook geladen moleculen zoals zouten en aminozuren nodig heeft, zijn er speciale
transportsystemen aanwezig.
• Membraan eiwitten voor transport ;
– Membraan poriën: porie in membraan
• Weinig substraat specifiek (laat altijd moleculen door)
– Ionkanalen: afwisselend open en gesloten
• Transport van specifieke ionen
– Carriërs: veranderen van vorm (‘omklappen’)
• Transport een substraat type + verwante moleculen (meest substraat specifiek)
H 5 Membranen
Aantekeningen college + samenvatting:
5.1 Functies van membranen
1. Structurele steun
2. Vormen een semi-permeabele wand;
- Kleine, ongeladen moleculen worden doorgelaten, zoals water, monosachariden, aminozuren.
- Grote, geladen moleculen worden tegengehouden, zoals ionen, peptiden, polysachariden.
Doordat membranen semi-permeabel zijn, zijn deze geschikt voor de volgende functies:
-Selectieve opname van waardevolle voedingsstoffen.
-Het creëren van een micro-milieu die verschilt ten opzichte van de omgeving.
-Energie opslag in de vorm van ionen-gradiënt.
3. Communicatie met de buitenwereld
- Remming celdeling bij contact delen (contact-remming)
Contactremming werkt niet meer bij kanker (tumorvorming, ongeremde celdeling).
- Via receptoren (insuline binding aan receptor leidt tot glucose opname in de cel).
5.2 Structuur van membranen
Bouwstenen van een membraan zij lipiden, eiwitten en glycoproteïnen. De basisstructuur is een
dubbellaag van samengestelde polaire lipiden (fosfolipiden, glycolipiden).
Apolaire staarten trekken naar elkaar toe → ontstaan dubbellaag.
Eiwitten ‘drijven’ in lipide laag → eiwitdeel in membraan bestaan voornamelijk uit hydrofobe
aminozuren.
Membraamtransport
-Intracellulair milieu verschilt van het extracellulair milieu.
-Transportmoleculen over membraan nodig voor het opnemen van voedingsstoffen + het afvoeren
van afvalstoffen.
Kleine ongeladen moleculen kunnen door diffusie, (verplaatsing van stoffen van een hoge
concentratie naar een lage concentratie) het membraan passeren, grote geladen moleculen niet.
Omdat een cel ook geladen moleculen zoals zouten en aminozuren nodig heeft, zijn er speciale
transportsystemen aanwezig.
• Membraan eiwitten voor transport ;
– Membraan poriën: porie in membraan
• Weinig substraat specifiek (laat altijd moleculen door)
– Ionkanalen: afwisselend open en gesloten
• Transport van specifieke ionen
– Carriërs: veranderen van vorm (‘omklappen’)
• Transport een substraat type + verwante moleculen (meest substraat specifiek)