Referentiekader
Je hebt bepaalde dingen meegemaakt en weet nu hoe je iets moet doen in een situatie. Een
referentiekader bestaat uit; kennis, verklaringen (iets verklaart een situatie) en oordelen
(normen en waarden).
Normen en waarden: Normen zijn concrete gedragsregels die in het dagelijks gebruik
aangeven wat er verwacht wordt in een bepaalde situatie.
Bijvoorbeeld: De waarde ‘beleefdheid’ wordt vertaald in de norm ‘mensen niet in de rede
vallen’ en ‘wacht op je beurt’ of ‘opstaan voor ouderen in de bus’.
Het socialisatieproces is de weg die je aflegt naar je referentiekader.
Het bevat: normen en waarden, opvattingen en denkbeelden, kennis en cultuur.
Niveaus in de sociologie:
De sociologie bestudeert het samenleven van mensen op 3 niveaus:
Microniveau: gezin, vrienden
Mesoniveau: bedrijven zoals scholen, ziekenhuizen
Macroniveau: hele maatschappij
Bij twijfel wat iets is, rond je het af naar boven
Samenleven op micro niveau: met je partner
Samenleven op meso niveau: met je klas
Samenleven op macro niveau: samenleving/maatschappij
Indeling van merton
Categorie: Als je mensen groepeert op basis van een kenmerk, wordt zo’n groepering
een(sociale) categorie genoemd.
à Weinig gedeelde normen en waarden, weinig interactie
Collectiviteit: Mensen groeperen op basis van gedeelde waarden, normen en overtuigingen,
maar hoeven niet veel interactie samen te hebben.
Groep: veel gemeenschappelijke normen en warden, veel interactie.
Open en gesloten groeperingen Of er sprake is van een open of een gesloten groepering
hangt samen met de eisen waaraan men moet voldoen om lid te worden, hoe open de
groepering staat voor wat van buiten komt, en de mate waarin behoefte is aan nieuwe leden.
1