Samenvatting financiële markten;
H1, H2, H3, par 8.3.2, H4, Par 5.1&5.2, H6, par 5.3
HOOFDSTUK 1; FINANCIËLE MARKTEN, FINANCIËLE TITELS EN TREASURY
Financiële markten zorgen ervoor dat het aanbod van financiële middelen en de vraag naar
financiële middelen bij elkaar worden gebracht. Aanbieders van financiële middelen
ontvangen financiële titels van de vragers. Deze titels worden verhandeld op financiële
markten.
1.1 Financieringssaldo’s
Vraag en aanbod komen voort uit de financieringsoverschotten- en tekorten van de
verschillende sectoren in de economie. Binnen een land worden de sectoren gezinnen,
bedrijven en overheid onderscheiden, die samen het binnenland vormen. Het buitenland
wordt als één sector opgevat. Deze sectoren voeren twee soorten betalingen aan elkaar; 1.
Uitgaven voor de levering van goederen en diensten, 2. Overdrachtsuitgaven zoals
subsidies.
Het saldo van al deze inkomende en uitgaande betalingen van een sector vormt het
financieringssaldo van die sector. De sector gezinnen heeft vaan een positief
financieringssaldo, of te wel een financieringsoverschot, omdat er vaak meer geld
binnenkomt dan dat ze uitgeven. Bij de overheid en bedrijven is dit vaak andersom.
Wanneer een sector een overschot heeft wordt dit vaak gebruikt om de sectoren met een
tekort te financieren, wat in twee vormen kan plaatsvinden. Als eerst de directe financiering
hierbij is dat een overschotsector rechtstreeks een tekortsector financiert. Als tweede
indirecte financiering waarbij de overschotsector financiële instellingen financiert die weer de
tekortsector financieren.
Staatsobligaties en spaarrekeningen zijn voorbeelden van financiële titels; rechten op geld in
de toekomst. De markt waarop financiële titels worden verhandeld, wordt de
vermogensmarkt genoemd. Financiële markten zijn de deelmarkten van vermogensmarkten.
Als het financieringssaldo van het binnenland positief is, dus als er een overschot is, dan
heeft het buitenland een tekort, en andersom.
Financieringssaldo binnenland + financieringssaldo buitenland = 0
,1.2 Financiële titels
Financiële titels kunnen op verschillende manier worden ingedeeld.
Als eerste gaat de overheid uit van het onderscheid tussen eigen vermogen en vreemd
vermogen. Titels die recht geven op eigen vermogen worden zakelijke titels genoemd, titels
die recht geven op vreemd vermogen heten nominale titels. De waarde van zakelijke titels
liggen niet vast, die van nominale titel wel. Er zijn ook titels die zowel kenmerken van eigen
als van vreemd vermogen hebben. Deze titels worden hybride titels genoemd.
Een tweede is gebaseerd op de mate van verhandelbaarheid van de financiële titels.
Effecten zijn goed verhandelbare financiële titels, die meestal genoteerd staan op beurzen of
op andere handelsplatforms. De waardeoverdracht van effecten wordt tegenwoordig in de
vorm van een girale overschrijving
Verhandelbaarheid Effecten Boekvorderingen
Type vermogen \/ (royaltyrechten)
Zakelijke titels (EV) Aandelen in naamloze Eigen vermogen in
vennootschap (NV) vennootschap onder firma
Nominale titels (VV) Obligaties Spaartegoeden
Hybride titels (tussen EV Eeuwigdurende Onderhandse
en VV in) achtergestelde obligaties converteerbare leningen
Een ontwikkeling die de verhandelbaarheid van financiële titels heeft beïnvloed is het proces
van securitisatie. Dit betekend dat boekvorderingen worden omgezet in effecten. Wanneer
een bank een hypothecaire vordering op haar balans heeft is het vaak voordelig voor de
bank om die boekvordering als het ware door te verkopen, zodat ze van de bankbalans
verdwijnen. Om dit te realiseren richt de bank een apart rechtspersoon op, een ‘special
purpose vehicle’ (SPV) genaamd, die de vorderingen koopt.
Als derde indeling onderscheidt financiële titels naar hun functie op de financiële markten.
Aandelen en obligaties hebben als functie om financieringsoverschotten te gebruiken om
financieringstekorten te voorzien. Titels met een financieringsfunctie zijn ‘oorspronkelijke’
financiële titels. Daarnaast worden de derivaten onderscheiden, deze zijn gebaseerd op
andere titels.
1.3 Financiële markten
Financiële markten worden meestal ingedeeld naar het soort financiële titels dat erop wordt
verhandeld. Op basis van de drie belangrijkste type financiële titels kunnen drie categorieën
financiële markten worden onderscheiden; de markten voor een vreemd vermogen, voor
eigen vermogen en de derivatenmarkten. Per financiële markt kunnen aanvullende
indelingen worden gemaakt, waarvan er hieronder drie worden besproken.
De eerste is het onderscheid tussen de geldmarkt en de kapitaalmarkt. De geldmarkt is de
markt voor kortlopende financiële titels, de kapitaalmarkt is de markt voor langlopende
financiële titels. De titels met een looptijd tot en met één jaar worden als kortlopende titels
beschouwd. De prijs die voor financiële middelen betaald wordt, de rente, verschilt al naar
gelang de looptijd. Er zijn verschillende maatstaven (benchmarks) voor de rente. Als
maatstaf voor de geldmarktrente wordt meestal het tarief van de driemaands euribor
gebruikt, dat is het tarief dat banken aan elkaar betalen voor Eurodeposito’s.
Een veelgebruikte maatstaf voor de kapitaalmarktrente is het rendement op tienjaars
staatsobligaties.
, De tweede indeling van financiële markten maakt een onderscheid tussen het uitgeven van
nieuwe titels en het verhandelen van bestaande. De markt voor nieuwe titels wordt de
primaire markt genoemd, ook wel de emissiemarkt genoemd. De markt voor bestaande titels
heet de secundaire markt.
De derde indeling is het onderscheid tussen de abstracte markt en de concrete markt. Dit is
een theoretisch onderscheid. De abstracte markt is het geheel van vraag, aanbod en prijs.
De concrete markt duidt een zichtbare plaats aan waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten,
zoals de markt op een plein in de stad of marktplaats(virtueel).
De effectenbeurzen zijn de bekendste concrete markten. Ze zijn toegankelijk voor alle
marktpartijen en behoren daarmee tot de openbare financiële markten.
Veel van de transacties in financiële titels vinden niet op de openbare maar op de
onderhandse financiële markten plaats, dat wil zegge direct tussen marktpartijen. Dit geldt
ook voor transacties op treasurygebied. Hier worden onderhandse financiële markten ‘over-
the-counter-markten’ genoemd.
Prijzen zijn op alle financiële markten waar gelijktijdig wordt gehandeld vrijwel hetzelfde. Dit
wordt bevorderd door een belangrijk mechanisme wat arbitrage wordt genoemd. Dit is het
gelijktijdig kopen en verkopen (met winst) van hetzelfde product op verschillende markten.
Dit vindt vaak plaats op de valutamarkt.
De wisselkoers die op de valutamarkt tot stand komt is de prijs waartegen professionele
marktpartijen de betreffende valuta’s van elkaar kopen. Voor valuta’s hanteren banken een
biedkoers; de koers waartegen ze bereid de titel te kopen en de laatkoers is de koers
waartegen zij bereid zijn de titel te verkopen. De biedkoers en de laatkoers samen vormen
de quote. Het verschil tussen de koersen wordt de spread (stelling) genoemd. Deze fungeert
als inkomstenbron voor de banken.
Beurskoersen van aandelen en valuta’s worden in geld genoteerd, beurskoersen van
obligaties en rentetarieven in procenten. In het laatste geval worden veranderingen vaak
uitgedrukt in basispunten. Dit is een honderdste procentpunt.
1.4 Financiële instellingen, transformatie en regelgeving
Het omzetten van financiële titels in andere financiële titels wordt transformatie genoemd.
Transformatie kent drie vormen: naar omvang, naar looptijd en naar risico.
Banken trekken betaaltegoeden en spaartegoeden aan bij het publiek en zetten de daarmee
verkregen financiële middelen uit. Bij banken zijn de drie vormen van transformatie goed te
zien:
- Omvang; kleinere banktegoeden worden omgezet in grotere kredieten
- Looptijd; de gelden die anken uitzettend hebben gemiddeld een langere looptijd dan
de door banken opgenomen gelden
- Risico; de door banken verleende kredieten brengen een groter risico met zich mee
dan de opgenomen gelden
Pensioenfondsen zijn verantwoordelijk voor de collectieve pensioenregelingen per
onderneming of per bedrijfstak. De pensioenen worden gefinancierd uit de opbrengst van
beleggingen.
Levensverzekeraars ontvangen premies en individuele pensioenverzekeringen. Ook hierbij
worden financiële middelen omgezet in beleggingen om daarmee aan de verplichtingen te
voldoen.
H1, H2, H3, par 8.3.2, H4, Par 5.1&5.2, H6, par 5.3
HOOFDSTUK 1; FINANCIËLE MARKTEN, FINANCIËLE TITELS EN TREASURY
Financiële markten zorgen ervoor dat het aanbod van financiële middelen en de vraag naar
financiële middelen bij elkaar worden gebracht. Aanbieders van financiële middelen
ontvangen financiële titels van de vragers. Deze titels worden verhandeld op financiële
markten.
1.1 Financieringssaldo’s
Vraag en aanbod komen voort uit de financieringsoverschotten- en tekorten van de
verschillende sectoren in de economie. Binnen een land worden de sectoren gezinnen,
bedrijven en overheid onderscheiden, die samen het binnenland vormen. Het buitenland
wordt als één sector opgevat. Deze sectoren voeren twee soorten betalingen aan elkaar; 1.
Uitgaven voor de levering van goederen en diensten, 2. Overdrachtsuitgaven zoals
subsidies.
Het saldo van al deze inkomende en uitgaande betalingen van een sector vormt het
financieringssaldo van die sector. De sector gezinnen heeft vaan een positief
financieringssaldo, of te wel een financieringsoverschot, omdat er vaak meer geld
binnenkomt dan dat ze uitgeven. Bij de overheid en bedrijven is dit vaak andersom.
Wanneer een sector een overschot heeft wordt dit vaak gebruikt om de sectoren met een
tekort te financieren, wat in twee vormen kan plaatsvinden. Als eerst de directe financiering
hierbij is dat een overschotsector rechtstreeks een tekortsector financiert. Als tweede
indirecte financiering waarbij de overschotsector financiële instellingen financiert die weer de
tekortsector financieren.
Staatsobligaties en spaarrekeningen zijn voorbeelden van financiële titels; rechten op geld in
de toekomst. De markt waarop financiële titels worden verhandeld, wordt de
vermogensmarkt genoemd. Financiële markten zijn de deelmarkten van vermogensmarkten.
Als het financieringssaldo van het binnenland positief is, dus als er een overschot is, dan
heeft het buitenland een tekort, en andersom.
Financieringssaldo binnenland + financieringssaldo buitenland = 0
,1.2 Financiële titels
Financiële titels kunnen op verschillende manier worden ingedeeld.
Als eerste gaat de overheid uit van het onderscheid tussen eigen vermogen en vreemd
vermogen. Titels die recht geven op eigen vermogen worden zakelijke titels genoemd, titels
die recht geven op vreemd vermogen heten nominale titels. De waarde van zakelijke titels
liggen niet vast, die van nominale titel wel. Er zijn ook titels die zowel kenmerken van eigen
als van vreemd vermogen hebben. Deze titels worden hybride titels genoemd.
Een tweede is gebaseerd op de mate van verhandelbaarheid van de financiële titels.
Effecten zijn goed verhandelbare financiële titels, die meestal genoteerd staan op beurzen of
op andere handelsplatforms. De waardeoverdracht van effecten wordt tegenwoordig in de
vorm van een girale overschrijving
Verhandelbaarheid Effecten Boekvorderingen
Type vermogen \/ (royaltyrechten)
Zakelijke titels (EV) Aandelen in naamloze Eigen vermogen in
vennootschap (NV) vennootschap onder firma
Nominale titels (VV) Obligaties Spaartegoeden
Hybride titels (tussen EV Eeuwigdurende Onderhandse
en VV in) achtergestelde obligaties converteerbare leningen
Een ontwikkeling die de verhandelbaarheid van financiële titels heeft beïnvloed is het proces
van securitisatie. Dit betekend dat boekvorderingen worden omgezet in effecten. Wanneer
een bank een hypothecaire vordering op haar balans heeft is het vaak voordelig voor de
bank om die boekvordering als het ware door te verkopen, zodat ze van de bankbalans
verdwijnen. Om dit te realiseren richt de bank een apart rechtspersoon op, een ‘special
purpose vehicle’ (SPV) genaamd, die de vorderingen koopt.
Als derde indeling onderscheidt financiële titels naar hun functie op de financiële markten.
Aandelen en obligaties hebben als functie om financieringsoverschotten te gebruiken om
financieringstekorten te voorzien. Titels met een financieringsfunctie zijn ‘oorspronkelijke’
financiële titels. Daarnaast worden de derivaten onderscheiden, deze zijn gebaseerd op
andere titels.
1.3 Financiële markten
Financiële markten worden meestal ingedeeld naar het soort financiële titels dat erop wordt
verhandeld. Op basis van de drie belangrijkste type financiële titels kunnen drie categorieën
financiële markten worden onderscheiden; de markten voor een vreemd vermogen, voor
eigen vermogen en de derivatenmarkten. Per financiële markt kunnen aanvullende
indelingen worden gemaakt, waarvan er hieronder drie worden besproken.
De eerste is het onderscheid tussen de geldmarkt en de kapitaalmarkt. De geldmarkt is de
markt voor kortlopende financiële titels, de kapitaalmarkt is de markt voor langlopende
financiële titels. De titels met een looptijd tot en met één jaar worden als kortlopende titels
beschouwd. De prijs die voor financiële middelen betaald wordt, de rente, verschilt al naar
gelang de looptijd. Er zijn verschillende maatstaven (benchmarks) voor de rente. Als
maatstaf voor de geldmarktrente wordt meestal het tarief van de driemaands euribor
gebruikt, dat is het tarief dat banken aan elkaar betalen voor Eurodeposito’s.
Een veelgebruikte maatstaf voor de kapitaalmarktrente is het rendement op tienjaars
staatsobligaties.
, De tweede indeling van financiële markten maakt een onderscheid tussen het uitgeven van
nieuwe titels en het verhandelen van bestaande. De markt voor nieuwe titels wordt de
primaire markt genoemd, ook wel de emissiemarkt genoemd. De markt voor bestaande titels
heet de secundaire markt.
De derde indeling is het onderscheid tussen de abstracte markt en de concrete markt. Dit is
een theoretisch onderscheid. De abstracte markt is het geheel van vraag, aanbod en prijs.
De concrete markt duidt een zichtbare plaats aan waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten,
zoals de markt op een plein in de stad of marktplaats(virtueel).
De effectenbeurzen zijn de bekendste concrete markten. Ze zijn toegankelijk voor alle
marktpartijen en behoren daarmee tot de openbare financiële markten.
Veel van de transacties in financiële titels vinden niet op de openbare maar op de
onderhandse financiële markten plaats, dat wil zegge direct tussen marktpartijen. Dit geldt
ook voor transacties op treasurygebied. Hier worden onderhandse financiële markten ‘over-
the-counter-markten’ genoemd.
Prijzen zijn op alle financiële markten waar gelijktijdig wordt gehandeld vrijwel hetzelfde. Dit
wordt bevorderd door een belangrijk mechanisme wat arbitrage wordt genoemd. Dit is het
gelijktijdig kopen en verkopen (met winst) van hetzelfde product op verschillende markten.
Dit vindt vaak plaats op de valutamarkt.
De wisselkoers die op de valutamarkt tot stand komt is de prijs waartegen professionele
marktpartijen de betreffende valuta’s van elkaar kopen. Voor valuta’s hanteren banken een
biedkoers; de koers waartegen ze bereid de titel te kopen en de laatkoers is de koers
waartegen zij bereid zijn de titel te verkopen. De biedkoers en de laatkoers samen vormen
de quote. Het verschil tussen de koersen wordt de spread (stelling) genoemd. Deze fungeert
als inkomstenbron voor de banken.
Beurskoersen van aandelen en valuta’s worden in geld genoteerd, beurskoersen van
obligaties en rentetarieven in procenten. In het laatste geval worden veranderingen vaak
uitgedrukt in basispunten. Dit is een honderdste procentpunt.
1.4 Financiële instellingen, transformatie en regelgeving
Het omzetten van financiële titels in andere financiële titels wordt transformatie genoemd.
Transformatie kent drie vormen: naar omvang, naar looptijd en naar risico.
Banken trekken betaaltegoeden en spaartegoeden aan bij het publiek en zetten de daarmee
verkregen financiële middelen uit. Bij banken zijn de drie vormen van transformatie goed te
zien:
- Omvang; kleinere banktegoeden worden omgezet in grotere kredieten
- Looptijd; de gelden die anken uitzettend hebben gemiddeld een langere looptijd dan
de door banken opgenomen gelden
- Risico; de door banken verleende kredieten brengen een groter risico met zich mee
dan de opgenomen gelden
Pensioenfondsen zijn verantwoordelijk voor de collectieve pensioenregelingen per
onderneming of per bedrijfstak. De pensioenen worden gefinancierd uit de opbrengst van
beleggingen.
Levensverzekeraars ontvangen premies en individuele pensioenverzekeringen. Ook hierbij
worden financiële middelen omgezet in beleggingen om daarmee aan de verplichtingen te
voldoen.