Celbiologie
Cells: The living Units
Extracellulaire materialen:
- Lichaamsvloeistof (extracellulaire vloeistof): de vloeistof waaruit cellen hun
voeding halen.
- Cellulaire secreties: stoffen die helpen met verteren of die functioneren als
smeerolie.
- Extracellulaire matrix: gelei-achtige substantie direct in contact met de cellen
dat eiwitten en koolhydraten bevat; soort lijm tussen cellen.
Verbindingen tussen cellen
3 factoren:
• Glycoproteinen in de glycocalyx werken als plakmiddel.
• De contouren van cellen passen in elkaar.
• Speciale cell verbindingen:
- Tight junctions = zorgen ervoor dat cellen aan elkaar zitten; stevig; laten
alleen ionen door.
- Desmosomen = intermediaire filamenten zitten vast aan plaque die
verbonden wordt met de andere helft van de desmosoom in de andere
cel en het cytoskelet met eiwitten. Krachten die worden uitgeoefend op
de cel worden doorgegeven aan naburige cellen.
- Gap junctions = kanaaltjes die eiwitten en ionen doorlaten; uitwisseling
tussen cellen.
Hemidesmosomen: halve desmosomen die zijn gehecht aan extracellulaire matrix
(weefsel) met trans membraan eiwitten (integrines).
Focal contact: verbinding tussen cytoskelet van de cel en extracellulaire matrix
(soort zuignappen); met integrines.
1 Perla Tazi
, zondag 15 oktober 2017
Transport van macromoleculen
Transport via blaasje:
- Endocytose = een opening in het membraan met daaromheen een laag eiwitten,
de coated pit, insluit de substantie —> het blaasje laat los —> het laagje eiwitten
gaat terug naar het membraan —> het blaasje fuseert met een endosoom —>
sommige componenten gaan terug naar het membraan —> het overgebleven
blaasje fuseert met een lysosoom OF wordt naar de andere kant van de cel
gebracht (transcytose). 3 soorten:
- Fagocytose = opruimen van bacteriën of dode weefsel cellen
(macrofagen en witte bloedcellen).
- Pinocytose = extracellulaire vloeistof wordt opgenomen om
voedingsstoffen op te nemen.
- Receptor endocytose = stoffen als enzymen, hormonen, lipideproteinen
worden opgenomen.
- Exoxytose = een blaasje gaat naar het membraan —> eiwitten op het blaasje (v-
SNARES) binden met eiwitten bij het membraan (t-SNARES) —> blaasje gaat
open.
Cell Adhesion Molecules (CAMs)
Functies:
- Plaklaag voor moleculen op de cellen
- De ‘armen’ die migratie cellen gebruiken om te migreren
- Afgeven van signalen om witte bloedcellen te transporteren naar een wond
- Sensoren om veranderingen in omgeving waar te nemen
- Transmitters van intracellulaire signalen, voor migratie, proliferatie en specialisatie
2 Perla Tazi