dinsdag 17 oktober 2017
Fysiologie
Chemistry comes alive
Energie kan geconverteerd worden naar een andere soort energie, maar er gaat
altijd energie verloren in de vorm van warmte.
Atomen hebben protonen en neutronen in de kern met daaromheen schillen met
elektronen erop. Elektronen = protonen.
Chemische verbindingen: ionisch, covalent (polair/apolair), H-bruggen.
Reactiesnelheid verhoging:
- Kleinere reagerende deeltjes
- Hoge temperatuur
- Hogere reactanten concentratie (hogere concentratie reactant links —> meer
product rechts)
- Katalysator
Zuren zijn protonen donors; in water laten ze een H+ vrij.
Basen zijn protonen ontvangers; in water nemen ze een H+ op.
pH: de concentratie H+ ionen.
Hydrolyse: splitsing van chemische verbinding onder opname van water.
Condensatiereactie: vorming van chemische verbinding onder afsplitsing van
water.
1 Perla Tazi
, dinsdag 17 oktober 2017
Spieren en spierweefsel
3 typen spierweefsel:
- Skelet spierweefsel
- Hartspierweefsel
- Glad spierweefsel
Karakteristieken van spierweefsel: prikkelbaarheid, samentrekbaarheid,
uitrekbaarheid, elasticiteit.
Functies van spieren: bewegen van interne en externe lichaamsdelen, houding,
stabiliseren van pezen, genereren van warmte.
Skelet spierweefsel
Kenmerken van skelet spierweefsel:
- Vezels zijn lang
- Vezels zijn gestreept
- Vezels bevatten meerdere kernen.
- Rondom botten.
Skelet spierweefsel bestaat uit bindweefsel,
spiervezels, zenuwen en bloedvaten.
2 Perla Tazi
, dinsdag 17 oktober 2017
Skelet spieren kunnen direct vastzitten aan bot of indirect via pezen of apneurosen
(kunnen beter tegen wrijving).
Myofibril: contractieel element; bestaat uit ketting van sarcomeren.
Sarcomeer: contractiële eenheid in de spier; bestaat uit dikke myosinefilamenten
en dunne actinefilamenten die elkaar overlappen; begrenst door 2 Z-lijnen.
Z lijn: schijf eiwitten die I en A banden door tweeën deelt.
I band —> actine
A band —> myosine en actine (A verandert niet in lengte)
H band —> myosine
Sarcoplasmatisch reticulum: systeem van membranen van buisjes om elke
myofibril dat calciumionen opneemt en vrijlaat.
Sarcolemma: plasmamembraan van spierenvezels (doorlopend); heeft T tubuli.
T tubuli zijn buizen die door het SR lopen om elektrische signalen naar binnen in de
cel te brengen.
Er zijn veel calcium ionen in het sarcoplasma.
Door een verhoogde calciumconcentratie in het presynaptische deel, wordt de
exocytose van neurotransmitter ACh bewerkstelligd.
Contractie skeletspierweefsel EN hartspierweefsel:
1. Acetylcholine ACh komt vrij uit het terminale axon (motorisch neuron),
diffundeert over de synaptische spleet en bindt aan ACh receptoren op het
sarcolemma.
2. Ion permeabiliteit van sarcolemma verandert, lokale depolarisatie.
3. Actiepotentiaal wordt gegenereerd in sarcolemma.
4. De actiepotentiaal gaat langs de T tubuli.
5. Calcium ionen komen vrij in het sarcoplasmatisch reticulum
6. Calcium ionen binden aan tropine van het actine-filament, waardoor het
blokkerende tropomyosine verschuift
3 Perla Tazi
Fysiologie
Chemistry comes alive
Energie kan geconverteerd worden naar een andere soort energie, maar er gaat
altijd energie verloren in de vorm van warmte.
Atomen hebben protonen en neutronen in de kern met daaromheen schillen met
elektronen erop. Elektronen = protonen.
Chemische verbindingen: ionisch, covalent (polair/apolair), H-bruggen.
Reactiesnelheid verhoging:
- Kleinere reagerende deeltjes
- Hoge temperatuur
- Hogere reactanten concentratie (hogere concentratie reactant links —> meer
product rechts)
- Katalysator
Zuren zijn protonen donors; in water laten ze een H+ vrij.
Basen zijn protonen ontvangers; in water nemen ze een H+ op.
pH: de concentratie H+ ionen.
Hydrolyse: splitsing van chemische verbinding onder opname van water.
Condensatiereactie: vorming van chemische verbinding onder afsplitsing van
water.
1 Perla Tazi
, dinsdag 17 oktober 2017
Spieren en spierweefsel
3 typen spierweefsel:
- Skelet spierweefsel
- Hartspierweefsel
- Glad spierweefsel
Karakteristieken van spierweefsel: prikkelbaarheid, samentrekbaarheid,
uitrekbaarheid, elasticiteit.
Functies van spieren: bewegen van interne en externe lichaamsdelen, houding,
stabiliseren van pezen, genereren van warmte.
Skelet spierweefsel
Kenmerken van skelet spierweefsel:
- Vezels zijn lang
- Vezels zijn gestreept
- Vezels bevatten meerdere kernen.
- Rondom botten.
Skelet spierweefsel bestaat uit bindweefsel,
spiervezels, zenuwen en bloedvaten.
2 Perla Tazi
, dinsdag 17 oktober 2017
Skelet spieren kunnen direct vastzitten aan bot of indirect via pezen of apneurosen
(kunnen beter tegen wrijving).
Myofibril: contractieel element; bestaat uit ketting van sarcomeren.
Sarcomeer: contractiële eenheid in de spier; bestaat uit dikke myosinefilamenten
en dunne actinefilamenten die elkaar overlappen; begrenst door 2 Z-lijnen.
Z lijn: schijf eiwitten die I en A banden door tweeën deelt.
I band —> actine
A band —> myosine en actine (A verandert niet in lengte)
H band —> myosine
Sarcoplasmatisch reticulum: systeem van membranen van buisjes om elke
myofibril dat calciumionen opneemt en vrijlaat.
Sarcolemma: plasmamembraan van spierenvezels (doorlopend); heeft T tubuli.
T tubuli zijn buizen die door het SR lopen om elektrische signalen naar binnen in de
cel te brengen.
Er zijn veel calcium ionen in het sarcoplasma.
Door een verhoogde calciumconcentratie in het presynaptische deel, wordt de
exocytose van neurotransmitter ACh bewerkstelligd.
Contractie skeletspierweefsel EN hartspierweefsel:
1. Acetylcholine ACh komt vrij uit het terminale axon (motorisch neuron),
diffundeert over de synaptische spleet en bindt aan ACh receptoren op het
sarcolemma.
2. Ion permeabiliteit van sarcolemma verandert, lokale depolarisatie.
3. Actiepotentiaal wordt gegenereerd in sarcolemma.
4. De actiepotentiaal gaat langs de T tubuli.
5. Calcium ionen komen vrij in het sarcoplasmatisch reticulum
6. Calcium ionen binden aan tropine van het actine-filament, waardoor het
blokkerende tropomyosine verschuift
3 Perla Tazi