Indicaties om een gezichtsveldonderzoek uit te voeren
- Onverklaarbare visusdaling - Oculaire hypertensie
- Afwijkende GGB - Glaucoom
- Proptosis - C/D symmetrie
- Afwijkende pupilreacties - Notching
- Motiliteitsproblemen - Bloeding aan de papil
- Afwijkende, gezwollen of bleke papil - Defecten in de zenuwvezellaag
- Retinale / Choroidale afwijkingen - Pigment dispersie syndroom
- Exfoliationsyndroom
Gezichtsveld
- Elk zichtbaar punt in de ruimte correspondeert met een punt op de retina. Al deze punten
samen wordt het gezichtsveld genoemd
- Maximale visus in de macula
- De visus is gerelateerd aan de visuele sensitiveit. Hoe hoger de gevoeligheid, hoe hoger de
visus
- Minder fotoreceptoren in de periferie Lagere gevoeligheid Stimulus moet groter en
helderder zijn om gezien te worden
Begrenzing: Het punt waarop de stimulus onzichtbaar wordt, want als een constante stimulus vanuit
het centrale fixatiepunt richting de periferie verplaatst wordt, dan is het punt uiteindelijk niet meer te
zien
Monoculair gezichtsveld
- Temporaal: 100° Dit wordt bepaald door:
Het einde van het netvlies
De pupilgrootte: Een grotere pupil zorgt voor een groter gezichtsveld
- Nasaal en superior: 60° Dit wordt bepaald door de neus en de wenkbrauwen
- Inferior: 75° Dit wordt bepaald door het jukbeen
Binoculair gezichtsveld
- Horizontaal totaal: 200°
Centraal: 120° is binoculair
Perifeer: 40° aan beide zijden monoculair
- Verticaal totaal: 135°
Blinde vlek / Papil
- De nervus opticus komt hier het oog binnen. Hier
zitten geen fotoreceptoren, stimuli zijn daardoor niet zichtbaar
- Grootte: Horizontaal 5,5° en verticaal 7,5°
- Locatie: 15° temporaal ten opzichte van de fixatie
- Positie: Net onder de horizontale middenlijn (De macula zit altijd meer naar onderen)
Visuele baan
1. Retina (buitenste gedeelte) en choroidea
2. Ganglioncellen, zenuwvezellaag en nervus opticus
3. Chiasma opticum
4. Post-chiasmale structuren
Tractus opticus
Corpus geniculatum laterale
Radiatio optica
Visuele cortex
, Zenuwvezellaag
- Superiore boogvormige bundels verzamelen zich bovenin
de oogzenuw
- Inferiore boogvormige bundels verzamelen zich onderin de
oogzenuw
- Papillomaculaire bundels treden temporaal de oogzenuw
binnen
- Nasale vezels treden nasaal de oogzenuw binnen
Gezichtsvelddefect
- Ontstaat door een laesie in het oog, de oogzenuw, chiasma of de hersenen
- Gezichtsvelddefect niet over de horizontale middenlijn Kans is heel groot dat het defect dan
in het voorste segment zit (de retina)
Nervus Opticus (Splitsing 1)
- Wat nasaal ligt, ligt nasaal in de zenuw
- De superiore en inferiore bundels verplaatsen naar temporaal
- Wat in de macula ligt, ligt temporaal in de zenuw: De papillomaculaire bundels verplaatsen
naar het centrum (de macula)
Chiasma Opticum (Splitsing 2)
- Ongeveer de helft van de zenuwvezels kruisen in het chiasma opticum
Alle temporale zenuwvezels blijven op hun plaats Nasale gezichtsveld
Alle nasale zenuwvezels kruisen Temporale gezichtsveld
- De inferiore nasale zenuwvezels kruisen vlak voor het chiasma opticum
- De superiore nasale zenuwvezels kruisen vlak na het chiasma opticum
- Defect: Achter je chiasma opticum kan een defect zorgen voor uitval van
het rechter gezichtsveld óf het linkergezichtsveld, je bent dus niet aan één
oog blind.
Willebrand’s knee: Het kruisen van de zenuwvezels gaat georganiseerd.
Tractus opticus en Corpus Geniculatum Laterale
- Tractus Opticus bevat zenuwvezels van beide ogen
- CGL is de laatste synaps voor de visuele cortex. Elke gedeelte van het CGL
correspondeert met een specifiek deel van de retina
- Hoe verder in het visuele systeem, hoe nauwkeuriger alles gerangschikt is. In de tractus
opticus is alles nog vrij willekeurig gerangschikt, maar richting het CGL is er al meer
gestructureerdheid
Radiatio optica (Splitsing 3): De zenuwvezels worden verdeel over de lobus parietalis en de lobus
temporalis
- Superiore zenuwvezels lopen door de lobus parietalis
- Inferiore zenuwvezels gaan via de lobus temporalis richting de visuele cortex (Meyer’s loop)
Visuele cortex
- Zenuwvezels extreem gestructureerd. Het ene punt op de retina correspondeert met exact
hetzelfde punt op de visuele cortex
- Bestaat uit 18 gebieden die corresponderen met ‘zien’ in de lobus occipitales
- Uitval in het rechteroog gelijk aan uitval in het linkeroog, dan kun je er vanuit gaan dat het
defect verder naar achteren in het visuele systeem zit (dus visuele cortex)