CNA → BFO -en Vaardigheidsles 1; Onderzoek van de bedmobiliteit
BORG-schaal
Trunk Control Test (TCT) → Activiteitentest
Parkinson Activiteiten Schaal III (PAS III) → Activiteitentest
CNA → BFO -en Vaardigheidsles 2; Onderzoek van het bewegen in zit
BORG-schaal
Trunk Impairment Scale (TIS) → Activiteitentest
CNA → BFO -en Vaardigheidsles 3; Onderzoek van het opstaan, staan en gaan zitten
BORG-schaal
Time Up and Go (TUG) → Activiteitentest
Parkinson Activiteiten Schaal I (PAS I) → Activiteitentest
Berg Balance Scale (BBS 1 t/m 7) → Activiteitentest
CNA → BFO -en Vaardigheidsles 4; Onderzoek van het lopen
BORG-schaal
6 Minuten Wandel Test (6 MWT) → Activiteitentest
10 Meter Wandel Test (10 MWT) → Activiteitentest
Functional Ambulation Categories (FAC) → Activiteitentest
Rivermead Mobility Index (RMI) → Activiteitentest
Parkinson Activiteiten Schaal II (PAS II) → Activiteitentest
Berg Balance Scale (BBS 7 t/m 14) → Activiteitentest
CNA → BFO -en Vaardigheidsles 5; Onderzoek van de zelfzorg, recreatie en werk
BORG-schaal
Berg Balance Scale (BBS 1 t/m 14) → Activiteitentest
Barthel Index (BI) → Activiteitentest
Nothingham Extended ADL (NE ADL) → Activiteitentest
Frenchay Arm Test (FAT) → Activiteitentest
CNA → BFO -en Vaardigheidsles 6; Onderzoek van de functies
Motricity Index (MI) → Functietest
Modified Ashworth Scale (MAS) → Functietest
Medical Reasearch Council (MRC) → Functietest
Erasmus Modified v/d Nottingham Sensory Assessment (emNSA) → Functietest
Scale fort the Assessment and Rating of Ataxia (SARA) → Functietest
,2A. CNA. BFO + Vaardigheidslessen - Klinimetrie / Onderzoeken
Wat te testen? Meetinstrument bij deze activiteit/functie?
Bedmobiliteit - BORG-schaal
- Trunk Control Test
- Parkinson Activiteiten Schaal III
Bewegen in zit - BORG-schaal
- Trunk Inpairment Scale
Opstaan, staan en gaan zitten - BORG-schaal
- Time Up and Go
- Parkinson Activiteiten Schaal I
- Berg Balance Scale 1 t/m 7
Lopen - BORG-schaal
- 6 Minuten Wandel Test
- 10 Meter Wandel Test
- Functional Ambulation Categories
- Rivermead Mobility Index
- Parkinson Activiteiten Schaal II
- Berg Balance Scale 7 t/m 14
Zelfzorg, recreatie en werk - BORG-schaal
- Berg Balance Scale
- Barthel Index
- Nothingham Extended ADL
- Frenchay Arm Test
Aparte functietesten; - Motricity Index
- Kracht - Medical Research Council
- Stijfheid en weerstand - Modified Ashworth Scale
- Sensoriek en propriocepsis - Erasmus Modified v/d Nottingham Sensory Assessment
- Coördinatie en sturing - Scale for the Assessment and Rating of Ataxia
ALLE ACTIVITEITENTESTEN (= alfabetisch);
BORG-schaal PSK-vragenlijst altijd meenemen bij hulpvraag!
6 Minuten Wandel Test (6MWT)
10 Minuten Wandel Test (10MWT)
Barthel Index (BI)
Berg Balance Scale (BBS)
Frenchay Arm Test (FAT)
Funcitonal Ambulation Categories (FAC)
Nottingham Extended ADL (NEADL) ALLE FUNCTIETESTEN (= alfabetisch);
Parkinson Activitetien Schaal (PAS) Moticity Index (MI)
Rivermead Mobility Index (RMI) Medical Research Council (MRC)
Time Up and Go test (TUG) Modifed Ashworth Scale (MAS)
Trunk Control Test (TCT) E.M. Nottingham Sensory Assessment (emNSA)
Trunk Impairment Scale (TIS) Scale for the Assessment and Rating of Ataxia (SARA)
, 2A. CNA. BFO + Vaardigheidslessen - Pathologieën CNA-patiënt
Cortex Cerebri (= Centraal Motorisch Neuron)
De cortex cerebri regelt; → De hogere cognitieve functies op NEO-niveau.
→ Bewuste sensomotoriek; Aansturing van het ruggenmerg.
Remming van de reflexen.
→ Remming van de lagere niveaus (PALEO en ARCHI).
└> Voor aansturing van het ruggenmerg, loopt de ‘Tractus corticospinalis’ v/d cortex naar beneden.
– 85% loopt kruisend ter hoogte van de hersenstam, naar de linker of rechter lichaamshelft.
– De andere 15% gaat niet-kruisend recht naar beneden.
Klinische beeldvorming;
> Hemibeeld (= halfzijdig) met een of meerdere aandoeningen van hieronder.
> Paralyse; Volledige verlamming.
> Slappe parese; Spierverzwakking / Atrofie + Hypotonie .
> Rigiditeit; = Hypertonie. ▪ Statische contractie, met een continu hoge tonus.
> Spasticiteit; = Hypertonie. ▪ Dynamische contractie, afwisselend hoge/lage tonus.
> Hyperreflexie; Er is geen inhibitie van de cortex / het NEO-niveau op de reflexen.
> Sensorische uitval; Verminderd tot geen gevoel (romp wordt overlapt, doet het altijd ‘n beetje).
> Cognitieve stoornissen;
~ Afasie = Taal en/of spraak problemen.
~ Apraxie = Handelingsproblemen (eerst schoenen aantrekken, dan broek).
~ Neglect = Ruimte problemen (de helft van de wereld bestaat niet).
~ Acaclulie / Agrafie = Problemen met rekenen en schrijven.
~ Agnosie = Problemen bij herkennen van gezichten.
~ Amnesie = Problemen met geheugen.
Voorbeeldpatiënten;
1. Meneer heeft last van een slappe parese, waardoor hij niet/nauwelijks op die kant kan steunen.
De midstance kan niet goed worden uitgevoerd, er wordt bijvoorbeeld gelopen met een eiffel.
2. Meneer heeft last van een stijve parese (rigiditeit), waardoor hij met zijn been een circumductie
moet maken om niet over de grond te slepen. De hele zwaaifase gaat niet volgens normale gang.
3. Meneer heeft hypperreflexie, vanwege weggevallen inhibitie van de cortex op de lagere niveaus.
4. Meneer heeft cognitieve stoornissen, vanwege uitval op de cortex (kijk naar humunculus).