zenuwletsel (MSA)
Leerdoelen van de student;
1. De student kan de bouw van het perifere zenuwstelsel herhalen.
2. De student kan de mogelijke klinische symptomen van perifeer zenuwletsel (prikkelings- en
uitvalsverschijnselen) beschrijven en verklaren.
3. De student kan belangrijke pathologische en niet-pathologische processen noemen die tot
zenuwschade kunnen leiden.
4. De student kan de begrippen neuropraxie, axonotmesis, en neurotmesis uitleggen.
5. De student kan de verschillen in prognose tussen neuropraxie, axonotmesis, en neurotmesis
benoemen en verklaren.
6. De student kan de mogelijke herstelprocessen na zenuwschade beschrijven en de gevolgen
hiervan voor de prikkelgeleiding en motoriek.
SAMENVATTING HOORCOLLEGE;
Centrale zenuwstelsel; Alles binnen de wervelkolom / schedel.
Perifere zenuwstelsel; Alles hierbuiten .
Bij CNA horen alle neuronen, dus het ruggenmerg en alles wat erboven zit (grijze hersenstof).
Bij MSA horen alle uitlopende zenuwen met de wortels.
De bouw van het perifere zenuwstelsel;
Als een zenuw het ruggenmerg uitkomt, is het een bundel met veel
verschillende vezels. Een doorsnee zie je in de naaststaande afbeelding.
Het is een bundel, met veel meer bundels erin (fasciculi) met daarin de
aparte zenuwvezels (axonen). Om die vezels liggen verschillende lagen
bindweefsel, dit is van belang als je kijkt naar schade. Afhankelijk waar
de schade zit, heb je meer of minder kans op herstel.
Om de buitenste laag; Het epineurium.
Om de bundels daarin; Het perineurium.
Om de zenuwvezels; Het endoneurium.
Je hebt zenuwvezels met dikke en dunne randen. De dikke randen zijn de bekende myelineschede die
om de vezels liggen. Dit zorgt dat je geen kortsluiting krijgt en vergroot de snelheid. Het nadeel van
deze bescherming is dat er geen stoffen kunnen worden uitgewisseld, voedingsstoffen en
afvalstoffen kunnen hier niet doorheen. Daarom zijn er insnoeringen van Ranvier, hier vindt wel
uitwisseling plaats van afval- en voedingsstoffen.
Door de myeline en insnoeringen van Ranvier, ontstaat ‘saltatoire
impulsgeleiding’. Dit is sprongsgewijs tussen de insnoeringen van Ranvier.
1
,Hoe dikker de zenuwvezels, hoe groter de afstand tussen de
insnoeringen van Ranvier. Dit betekend dat er minder contactoppervlak is met de interstitiële ruimte.
Symptomen van schade in het perifere zenuwstelsel
Afhankelijk van de mate van schade zie je dat er uitval is van plus- of min-symptomen. Zodra er een
zenuw beklemt of beschadigt raakt, beginnen de eerste plus-symptomen. Ze werken nog wel, maar
geven aan dat er iets niet helemaal goed is en zijn even extra prikkelbaar. Wanneer de schade lang
voortduurt, krijg je min-symptomen en verlaagt de geleidingssnelheid en vallen signalen uit.
Weinig schade = Plus-symptomen / Verhoogd prikkelbaar;
> Sensibel; Verhoogde gevoeligheid, pijn, tintelingen en restless legs.
> Motorisch; Hypertonie, fasculaties (onwillekeurige contracties van een spier).
> Vegetatief; Zweten, bleke huid, kippenvel.
Veel schade = Min-symptomen / Verlaagde of niet prikkelbaar;
> Sensibel; Verminderde of uitgevallen tast en/of pijn.
> Motorisch; Verminderde spierkracht, verlammingen en spieratrofie.
> Vegetatief; Rode, droge huid, spieratrofie en veranderde haar en nagelkwaliteit.
Niet-pathologische uitval; Als je bijvoorbeeld op je arm ligt of met je benen over elkaar zit, je
knelt iets af waardoor uitval van zenuwen optreedt.
- Het bloedvat dat naar de zenuwvezel gaat wordt afgekneld en er komt minder zuurstof bij het
aangedane lichaamsdeel. Het begint met tintelingen en uiteindelijk voel je helemaal niks meer.
- Voornamelijk dikke vezels vallen snel uit. Dit komt omdat de dikke vezels weinig insnoeringen van
Ranvier hebben en dus op minder plekken zuurstof kunnen uitwisselen.
Wat valt als eerste uit bij compressie? (In het antwoord is het telkens A, dit zijn de dikke vezels.)
A. Gnostische sensibiliteit wordt geleid door dikke vezels. (= met myelineschede en hebben meer zuurstof nodig.)
~ Gnostisch = Fijne tast en houding en bewegingszin.
B. Vitale sensibiliteit wordt geleid door dunne vezels. (= zijn ongemyeliniseerd en hebben minder zuurstof nodig.)
~ Vitaal = Temperatuur, grove tast en pijn.
A. Motorische vezels worden geleid door vooral dikke vezels.
B. Sympathische vezels worden geleid door vooral dunne vezels.
A. Primaire pijn wordt geleid door A-delta vezels en dat zijn vooral dikke vezels.
B. Secundaire pijn wordt geleid door C-vezels en dat zijn vooral dunne vezels.
A. Snelle vezels worden geleid door de dikke vezels.
B. Langzame vezels worden geleid door de dunne vezels.
Niet-pathologische uitval kan ook expres gebeuren, denk aan de doktoren die verdoving geven.
Bij verdoving worden kanaaltjes voor ionen afgesloten, waardoor + en - ionen niet meer kunnen
verplaatsen. Er kunnen geen ionen meer de cel in en hierdoor kan er geen actiepotentiaal geactiveerd
worden. (Een ander verdovingsmiddel is cocaïne.)
2
, └> Bij verdoving zijn het niet de dikke (tastvezels) maar de dunne vezels (pijnvezels) die als eerste
uitvallen, deze zijn ongemyeliniseerd en hebben veel plekken om de verdoving aan te binden,
waardoor de kanalen sluiten.
└> Hier verdwijnt eerst de pijn (dunne vezels) en dan de tast (dikke vezels).
Perifere zenuwaandoeningen;
Zenuwaandoeningen kunnen op meerder plekken plaatsvinden.
Voorbeeld = Motorische uitval.
Oorzaken; - De voorhoorncellen vallen uit,
- De wortel (radix) gaat stuk,
- De plexus is aangedaan.
- De nervus (zenuw) zelf is aangedaan.
- Of er kan uitval plaatsvinden in de spier.
Soorten perifere zenuwaandoeningen;
Radiculopathie;
Wanneer er uitval is in een wortel/radix, is er uitval in een heel segment.
Denk aan een hernia, men klaagt over pijn in het been, terwijl er iets mis is in de rug.
Aan de voorkant een beschadigde radix/wortel; Motorische aansturing valt uit.
Aan de achterkant een beschadigde radix/wortel; Sensibele aansturing valt uit.
Bij deze uitvalspijn, spreek je van ‘perifere neurogene pijn’.
└> Oorzaken: Compressie (discusprolaps/uitstulping naar voren of achter) // Trauma //
Infectie (Syndroom van Guillain Barré + Gordelroos/Herpes zoster).
Mononeuropathie;
Er is een stoornis in één zenuw of bundel zenuwen (plexus en nervus).
Vaak is er een lokale oorzaak.
Er ontstaan gemengde verschijnselen, afhankelijk van de functie van de aangedane zenuw
(motorisch of sensorisch).
Vergeleken met een radixprobleem is dit een veel kleiner pijngebied, want het gaat om de
uitloper dus alleen bijv. in de hele hand, maar niet in het hele segment.
└> Oorzaken: Compressie > Carpaal tunnelsyndroom (Te weinig ruimte voor de n. medianus,
je krijgt klachten in je duim, wijsvinger en middelvinger.)
> Handlebar palsy (Wielrenners moeten soms handen verplaatsen,
anders komt er druk op de n. ulnaris en kan uitval optreden.)
Trauma // Infectie .
└> Oorzaken van een ‘plexus brachialis neuropathie’; (TOS / Longtoptumor)
1. Sleutelbeenbreuk, de plexus raakt bekneld tussen clavicula en 1 ste rib spieren.
2. Bij een moeilijke bevalling kan een teveel worden getrokken aan de nek, waardoor een scheur
ontstaat in de plexus. Er is geen herstel mogelijk, maar je moet er zo veel mogelijk uit halen.
3. Wanneer een enorme rek op de plexus ontstaat en er een scheur in de plexus komt.
Polyneuropathie;
Er is een stoornis in meerder zenuwen.
3