Hoe ontstaat het?
Bij een cervicale radiculopathie raakt een zenuwwortel (radix) in de nek zodanig bekneld, dat er in
het verzorgingsgebied van de zenuwklachten ontstaan. Er treedt dan vaak sensibiliteitsverlies,
krachtsverlies en reflexverlies op in het betreffende segment.
De patiënten met dit profiel zijn vaak rond de 50 jaar oud en hadden in het begin vooral nekklachten,
maar steeds meer komen de uitstralende arm- en handklachten op de voorgrond.
De bekendste vorm van een cervicale radiculopathie is de nekhernia.
Wat zijn de kenmerken / symptomen?
- Leeftijd rond de 50 jaar.
- Pijn in de nek.
- Neuropatische pijn in de arm, hand en/of schouderregio.
- In sommige gevallen en latere stadia is er meer pijn in de arm, dan in de nek.
- De klachten kunnen toenemen bij hoesten, niesen en/of persen.
- Grote kans op sensibiliteitsverlies.
- Grote kans op krachtsverlies.
- Grote kans op verlies van je reflexen.
Wat is de behandeling?
Er zijn twee soorten behandelingen, een conservatieve behandeling en operatieve behandeling.
In principe begint iedereen met een conservatieve behandeling, indien binnen 6 weken de klachten
niet verminderen is er sprake van een mal-adaptief beloop. In overweging met een fysiotherapeut
kan de keuze worden gemaakt om operatief te worden behandeld.
Het doel van een conservatieve behandeling is om de compressie op de zenuwwortel te
verminderen. Dit kan door verschillende dingen;
- Houdingsinstructies meegegeven,
- Mobiliseren om meer ruimte te geven aan de zenuwen,
- Extensie-oefeningen, om de discus terug te duwen.
Vaak vast te stellen aan de hand van het verhaal van de patiënt, en het lichamelijk onderzoek;
A. Testcluster van Wainner (2003);
1. ULTT
2. Spurling
3. Distractie
4. Rotatie test
B. Neurologische testen (CWK);
1. Krachttest (myotomen), C5 - M. Deltoïdeus
2. Krachttest (myotomen), C6 - M. Biceps 6. Sensibiliteitstest (dermatomen)
3. Krachttest (myotomen), C7 - M. Triceps 7. Reflextest, C5 - M. Biceps
4. Krachttest (myotomen), C8 - M. F.D.P. + M. E.P. 8. Reflextest, C6 - M. Brachioradialis
5. Krachttest (myotomen), Th1 - M. Interossei 9. Reflextest, C7 - M. Triceps
1
,A. Testcluster van Wainner (2003) 3 van de 4 testen moeten positief zijn voor het
diagnosticeren van een Radiculair Syndroom.
1. ULTT; Upper Limb Tension Test (Is een algemene zenuwrektest)
Testprocedure voor M. medianus
• Positie 1: Abductie, exorotatie en depressie van de schouder.
Zet je vast door je knie tegen de elleboog te plaatsen.
• Positie 2: Extensie van de pols en vingers.
• Positie 3: Supinatie onderarm en extensie van de elleboog.
Doe dit in een vloeiende beweging van stap 2 naar 3, bij stap 1 is de
hand in neutrale positie.
Test voor de N. Radialis; Hand in extensie en stand aan andere zijde.
Test voor de N. Ulnaris; Hand en elleboog in flexie, richting hoofd.
2. Spurling
Testprocedure
De patiënt zit, terwijl de fysiotherapeut achter de patiënt staat en
met twee handen het hoofd vastpakt.
Geef in lateroflexie (richting aangedane zijde) en lichte extensie een
kleine compressie kracht.
Criteria; Positief bij herkenbare schietende pijnklachten richting
de arm.
└> (Facetgewrichten lopen in elkaar en het foramen krijgt minder ruimte.)
3. Distractie
Testprocedure
De patiënt zit of ligt, terwijl de fysiotherapeut achter de patiënt
staat en met twee handen het hoofd vastpakt.
Geef een tractie aan de cervikale wervelkolom via de occipitaal rand.
Criteria; Positief wanneer de aanwezige pijn bij tractie vermindert.
Let op; De patiënt moet in rust dus pijn hebben.
└> (Facetgewrichten lopen uit elkaar en het foramen krijgt meer ruimte.)
4. Rotatie test
Testprocedure
De patiënt zit, terwijl de fysiotherapeut achter de patiënt staat.
Laat de patiënt belast een geleide actieve rotatie maken, dus je
moet de beweging assisteren.
Criteria; Positief wanneer de herkenbare pijnklachten voor de 60
graden rotatie optreedt.
2
,B. Neurologische testen (CWK)
1. Krachttest (myotomen); C5 - M. Deltoideus
Testprocedure
De patiënt zit, terwijl de fysiotherapeut achter de patiënt staat.
Je vraagt aan de patiënt weerstand in abductie richting.
Criteria; Vergelijk de kracht links en rechts.
Normal / Reduced / Markedly reduced
Opmerkingen; Duidelijke verschil in kracht of zichtbare atrofie van
een Kennmuskeln in vergelijking met dezelfde spier
aan de andere zijde, kan een aanwijzing zijn voor
een stoornis in het betreffende segment.
2. Krachttest (myotomen); C6 - M. Biceps
Testprocedure
De patiënt zit, terwijl de fysiotherapeut voor de patiënt staat.
Je vraagt aan de patiënt weerstand in flexie richting v/d elleboog.
Criteria; Vergelijk de kracht links en rechts.
Normal / Reduced / Markedly reduced
Opmerkingen; Duidelijke verschil in kracht of zichtbare atrofie van
een Kennmuskeln in vergelijking met dezelfde spier
aan de andere zijde, kan een aanwijzing zijn voor
een stoornis in het betreffende segment.
3. Krachttest (myotomen); C7 - M. Triceps
Testprocedure
De patiënt zit, terwijl de fysiotherapeut voor de patiënt staat.
Je vraagt aan de patiënt weerstand in extensie richting v/d elleboog.
Criteria; Vergelijk de kracht links en rechts.
Normal / Reduced / Markedly reduced
Opmerkingen; Duidelijke verschil in kracht of zichtbare atrofie van
een Kennmuskeln in vergelijking met dezelfde spier
aan de andere zijde, kan een aanwijzing zijn voor
een stoornis in het betreffende segment.
3
,4. Krachttest (myotomen); C8 - M. Flexor Digitorum Profundus + M. Extensor Pollicis
Testprocedure
De patiënt zit, terwijl de fysiotherapeut voor de patiënt staat.
Je vraagt aan de patiënt weerstand in flexie richting van de flexor
digitorum profundus of extensie van de duim.
Criteria; Vergelijk de kracht links en rechts.
Normal / Reduced / Markedly reduced
Opmerkingen; Duidelijke verschil in kracht of zichtbare atrofie van
een Kennmuskeln in vergelijking met dezelfde spier
aan de andere zijde, kan een aanwijzing zijn voor
een stoornis in het betreffende segment.
5. Krachttest (myotomen); Th1 - M. Interossei palmaris en dorsalis
Testprocedure
De patiënt zit, terwijl de fysiotherapeut voor de patiënt staat.
Je vraagt aan de patiënt weerstand in richting van het spreiden en
sluiten van de vingers.
Criteria; Vergelijk de kracht links en rechts.
Normal / Reduced / Markedly reduced
Opmerkingen; Duidelijke verschil in kracht of zichtbare atrofie van
een Kennmuskeln in vergelijking met dezelfde spier
aan de andere zijde, kan een aanwijzing zijn voor
een stoornis in het betreffende segment.
6. Sensibiliteitstest (dermatomen)
Testprocedure
De patiënt zit of ligt in ruglig, terwijl de fysiotherapeut naast de
patiënt staat.
Je strijkt met je vingers over de huid van de patiënt en vraagt naar
verschil in gevoel.
Criteria; Een verminderd gevoel via een bepaald dermatoom is
positief voor dat dermatoom.
7. Reflextest; C5 - M. Biceps
Testprocedure
De patiënt zit op de behandelbank, terwijl de fysiotherapeut voor de
patiënt staat.
Je slaat met de reflexhamer op de eigen duim welke geplaatst is op
de bicepspees. De elleboog staat in een flexie- en supinatie-positie.
Criteria; Vergelijk het reflex links en rechts.
Aanwezig/Levendig - Aanwezig/Normaal - Afwezig .
4
, 8. Reflextest; C6 - M. Brachioradialis
Testprocedure
De patiënt zit op de behandelbank, terwijl de fysiotherapeut voor de
patiënt staat. De patiënt heeft zijn elleboog ontspannen in een 90
graden flexie en zijn onderarm in rustpositie. Je slaat met de
reflexhamer op de brachioradialispees, ongeveer 3 cm boven het
processus styloïdeus radii.
Criteria; Vergelijk het reflex links en rechts.
Aanwezig/Levendig - Aanwezig/Normaal - Afwezig .
9. Reflextest; C7 - M. Triceps
Testprocedure
De patiënt zit op de behandelbank, terwijl de fysiotherapeut voor de
patiënt staat.
Je slaat met de reflexhamer de tricepspees aan, terwijl deze in een
licht verlengde positie is (flexie van de elleboog).
Criteria; Vergelijk het reflex links en rechts.
Aanwezig/Levendig - Aanwezig/Normaal - Afwezig .
Verschillende gevolgen per neurologische wervelniveau
Niveau C5; – Krachtafname van de M. Deltoideus (C5).
– Krachtafname van de M. Biceps (C6).
– Verminderd reflex van de bicepspees (C5).
– Sensibiliteitsvermindering in de bicepszijde van de bovenarm (C5).
Niveau C6; – Krachtafname van de M. Biceps (C6).
– Krachtafname van de M. Extensor capri radialis longus en brevis.
– Verminderd reflex van de brachioradialispees (C6).
– Sensibiliteitsvermindering in de duim + radiale onderarmzijde (C6).
Niveau C7; – Krachtafname van de M. Triceps (C7).
– Krachtafname van de M. Extensor digitorum.
– Krachtafname van de M. Flexoren pols.
– Verminderd reflex van de tricepspees (C7).
– Sensibiliteitsvermindering in de middelvinger (C7).
Niveau C8; – Krachtafname van de M. Interossei (palmair and dorsaal).
– Krachtafname van de M. Flexor digitorum.
– Sensibiliteitsvermindering in de ringvinger en pink + ulnaire onderarmzijde (C8).
Niveau Th1; – Krachtafname van de M. Interossei (palmair and dorsaal).
– Krachtafname van de M. Flexor digitorum.
– Sensibiliteitsvermindering aan de ulnaire zijde van de elleboog (Th1).
5