Oefenvragen voor theorietoets blok 2
Medisch Biologisch
1. Subtance P: C
a. vermindert de neurogene ontstekingsreactie bij
weefselschade
b. stimuleert het vrijkomen van ontstekingsmediatoren
c. speelt een rol bij het gevoeliger maken van een
neuron voor pijnprikkels.
2. Het ligamentum glenohumerale inferior: A
a. voorkomt een te sterke abductie van de humerus
b. voorkomt een te sterke adductie van de humerus
c. remt de retroversie van de humerus
3. C
4. Dit is een: C
De door 1 aangeduide structuur is:
a. lumbale wervel.
de processus olecrani.
b. thoracale wervel.
de epicondylis lateralis.
c. cervicale wervel.
de epicondylis medialis.
, 5. De insertie van m. Infraspinatus op de humerus is: B
a. Het tuberculum minus.
b. Het tuberculum majus.
c. De crista tuberculi majoris.
6. Het genezingsproces van beschadigd weefsel kent een 3-tal A
fasen. Deze zijn achtereenvolgens:
a. ontstekingsfase, proliferatiefase, remodelleringsfase
b. proliferatiefase, ontstekingsfase, regeneratiefase
c. ontstekingsfase, remodelleringsfase, proliferatiefase
Fysiotherapeutische zorg
7. Het kapselpatroon van de schouder is: a.
8. Vul in: In 0 graden abductie van de arm, wordt de endorotatie c.
a. exorotatie, door
abductie, endorotatie.
het _______________kapsel van het glenohumerale
gewricht geremd.
b. abductie, exorotatie, retroflexie.
c. exorotatie, retroflexie, abductie.
a. anteriore
b. caudale
c. posteriore
9. Tijdens een actieve of passieve beweging is de rolbeweging a.
van het caput humeri in het gleno-humerale gewricht:
a. gelijkgesteld aan de bewegingsrichting van de arm.
b. tegengesteld aan de bewegingsrichting van de arm.
c. gelijkgesteld aan de glijbeweging van het caput
humeri.
10. Mobilisation With Movement (MWM) is een manier om de c.
mobiliteitswinst te boeken met name bij:
a. Patiënten met een pijnlijke gewrichtsontsteking.
b. Patiënten met een myogene verkorting.
c. Patiënten met een pijnlijke en beperkte
bewegingsuitslag.
Medisch Biologisch
1. Subtance P: C
a. vermindert de neurogene ontstekingsreactie bij
weefselschade
b. stimuleert het vrijkomen van ontstekingsmediatoren
c. speelt een rol bij het gevoeliger maken van een
neuron voor pijnprikkels.
2. Het ligamentum glenohumerale inferior: A
a. voorkomt een te sterke abductie van de humerus
b. voorkomt een te sterke adductie van de humerus
c. remt de retroversie van de humerus
3. C
4. Dit is een: C
De door 1 aangeduide structuur is:
a. lumbale wervel.
de processus olecrani.
b. thoracale wervel.
de epicondylis lateralis.
c. cervicale wervel.
de epicondylis medialis.
, 5. De insertie van m. Infraspinatus op de humerus is: B
a. Het tuberculum minus.
b. Het tuberculum majus.
c. De crista tuberculi majoris.
6. Het genezingsproces van beschadigd weefsel kent een 3-tal A
fasen. Deze zijn achtereenvolgens:
a. ontstekingsfase, proliferatiefase, remodelleringsfase
b. proliferatiefase, ontstekingsfase, regeneratiefase
c. ontstekingsfase, remodelleringsfase, proliferatiefase
Fysiotherapeutische zorg
7. Het kapselpatroon van de schouder is: a.
8. Vul in: In 0 graden abductie van de arm, wordt de endorotatie c.
a. exorotatie, door
abductie, endorotatie.
het _______________kapsel van het glenohumerale
gewricht geremd.
b. abductie, exorotatie, retroflexie.
c. exorotatie, retroflexie, abductie.
a. anteriore
b. caudale
c. posteriore
9. Tijdens een actieve of passieve beweging is de rolbeweging a.
van het caput humeri in het gleno-humerale gewricht:
a. gelijkgesteld aan de bewegingsrichting van de arm.
b. tegengesteld aan de bewegingsrichting van de arm.
c. gelijkgesteld aan de glijbeweging van het caput
humeri.
10. Mobilisation With Movement (MWM) is een manier om de c.
mobiliteitswinst te boeken met name bij:
a. Patiënten met een pijnlijke gewrichtsontsteking.
b. Patiënten met een myogene verkorting.
c. Patiënten met een pijnlijke en beperkte
bewegingsuitslag.