Concaaf & convex........................................................................................................................................2
Kapselpatronen bovenste extremiteiten......................................................................................................5
Tractie & translatie principe.........................................................................................................................6
Pathologieen bovenste extremiteiten........................................................................................................12
Kenmerken chronische tendinose..............................................................................................................19
Specifieke testen bovenste extremiteiten..................................................................................................22
, Concaaf & convex
Convex t.o.v. Concaaf
Een convex botstuk is een botstuk met een BOL uiteinde
Een concaaf botstuk is een botstuk met een HOL uiteinde
Rollen:
De rolrichting is gelijk aan de richtring van de hoek verandering. Een zuivere rol
beweging is te zien als een beweging van een convex botstuk ten opzichte van een
concaaf botstuk of omgekeerd.
Bij deze beweging schuiven de gewrichtsvlakken van de convex en de concaaf regelmatig over
elkaar.
De beweging van de convex hebben dezelfde contactareaal verplaatsing tot gevolg als dezelfde
beweging van de concaviteit. Meestal wordt een van de twee gewrichtspartners stilstaand
gedacht.
Een rolbeweging waar een van de twee botstukken stilstand of gefixeerd wordt
aangegeven. In dit geval is de concaaf het gefixeerde botstuk.
Je kan hierbij bovenstaand figuur een vergelijking maken met een rollend wiel over een
plat vlak, het convexe botstuk is dan het rollende wiel
De convexiteit is qua oppervlak altijd groter dan de concaviteit.
Een zuivere rol beweging, waarbij de contactareaal verplaatsing wordt aangegeven
, Glijden:
Het glijden of transleren is te zien als een beweging van een lichaam waarbij alle punten van
dat lichaam in dezelfde tijd een zelfde weg afleggen.
Het lichaam blijft dus steeds evenwijdig of parallel aan zichzelf.
De baan, die het botstuk maakt hoeft geen rechtlijnige te zijn. De definitie komt hierin dus
tegemoet aan de incongruentie(niet bij elkaar passen) van de gewrichtsvlakken.
Bij toepassing op gewrichten worden twee translatie vormen gedefinieerd.
Rol-glij beweging:
Een glijbeweging is een beweging van een convex botstuk ten opzichten van een concaaf
botstuk, zodanig dat een punt van het convexe botstuk in contact komt met verschillende
punten van concaaf. Het gebied dat het contactpunt van convex op concaaf doorloopt, wordt het
contactareaal op concaaf genoemd. Convex heeft dus geen contactareaal.
Bij normaal bewegen is er altijd een combinatie van rollen en glijden.
De spin:
De spin is wat betreft de beweging van convex t.o.v. concaaf en andersom hetzelfde.
Kenmerkend aan de intra-articulaire spin is dat steeds een punt van het bewegend botstuk in
contact blijft met een punt van het gefixeerde botstuk. Dit punt valt samen met het actuele
raakpunt.