Meer dan de som der delen – over complexiteit en emergentie
Ruud Abma
De disciplines in de sociale wetenschappen zijn ontstaan maar die gaan hun eigen leven
leiden. Het kader maakt dingen mogelijk, maar het beperkt ook. Het nadeel van de indeling
die we nu hanteren in de studie algemene sociale wetenschappen, is dat er weinig tijd is om
na te denken over waar we ons nou precies mee bezighouden en hoe dat eruit ziet
(wetenschapsfilosofie). Daarom heb ik dit boek geschreven.
Kwestie van beleid en interventies: waarom bedrijven we sociale wetenschappen? Lastig om
streng en wetenschappelijk te zijn en tegelijkertijd alles begrijpelijk te houden voor het
publiek, zodat ze zeggen ‘verdraaid, zo had ik het nog nooit bekeken’.
Status van de sociale wetenschappen
Iedereen houdt zich bezig met opvoeding, gezag, integratie en andere
maatschappelijke vraagstukken. Sociale wetenschappen moeten zich continu
verhouden tot de kennis die leken hebben. De hoge status van de
natuurwetenschappen speelt een rol in de sociale wetenschappen, want we hebben
de tendens om de kwantitatieve methode over te nemen.
o Alternatief: de geesteswetenschappelijke, hermeneutische werkwijze,
reconstrueren wat er gebeurd is.
Is er een gen voor depressie?
Traditioneel: probeer de verklaring voor verschijnselen zo simpel mogelijk te houden
(reductie).
o Je wil de werkelijkheid niet enkel een spiegel voor houden, dat zou te breed
zijn, dan heb je een kopie. Je wil het begrijpen, demonteren, om te zeggen: dit
zijn de centrale mechanismen.
Dus: we gaan zoeken naar één aanwijsbare, onomstotelijke oorzaak voor depressie.
Lukt dat? Nee!
o Er is een gen (5-HTT)
o Maar dat veroorzaakt op zichzelf geen depressie
o Je kunt met het gen dus geen depressie voorspellen, je moet ook iets weten
over de voorgeschiedenis van een persoon.
Depressie is een complex verschijnsel: genetische factor x stressvolle
levensgebeurtenissen.
Van reductie naar reductionisme
Verschil dode materie en levende materie: planten kunnen zich ontwikkelen (een
andere vorm aannemen), een rots niet. Bij dieren zit er nog meer dynamiek in en bij
mensen is het nog complexer. Causaliteit in de sociale wetenschappen is dus erg
moeilijk.
Bijvoorbeeld: als je levende natuur net zo onderzoekt als dode materie
o Universele wetten (zoals die van Newton)
o Lineaire processen
o Gesloten systemen (in laboratorium)
Of: als je psychisch leven terugbrengt tot hersenactiviteiten (‘Wij zijn ons brein’)
o Physic envy: sociale wetenschappers / biologen zijn jaloers op de
natuurwetenschappers, omdat zij een methode hebben die tot wetmatigheden
leidt.
Of: als je maatschappelijke processen ziet als een optelsom van individuele
gedragingen (‘There is no such thing as society… Only individuals).
, ODG hoorcollege 6
o Rationele keuzetheorie is daar een voorbeeld van: als we weten hoe het
individu werkt, dan kunnen we ook uitspraken doen over groepen.
Wat is het alternatief?
Wetten veronderstellen noodzakelijkheid (als ik dit doe, dan gebeurt er altijd dat).
Levensverschijnselen hebben zich ontwikkeld in relatie tot hun omgeving: contigentie
(dingen die dicht bij/na elkaar afspelen, hebben een zekere relatie).
De evolutie kent wel principes (variatie; selectie) maar geen onvermijdelijke
uitkomsten.
o Voorspellen is vrijwel onmogelijk; je kunt alleen maar vergelijken en
reconstrueren.
o Evolutie terugdraaien: hoe groot is de kans dat de mens dan opnieuw zou
ontstaan? Die is eigenlijk niet zo heel groot.
Complexe adaptieve systemen kenmerken zich door emergentie (iets komt boven
water; Luctor et emergo)
o Er ontstaan ongekende vormen (novelty)
o Wat er precies uitkomst is niet te voorspellen (unpredictability)
o Nieuwe vormen hebben causaal effect (downward causation)
Emergentie in beeld
Starlings on Otmoor: filmpje van spreeuwenzwerm in de lucht
o https://www.youtube.com/watch?v=XH-groCeKbE
Hoe kunnen we de bewegingen van de zwerm verklaren?
o Één leider?
o Telepathie onder groepsgenoten?
o Iets anders?
Het antwoord: individuele gedragsregels (4 of 5 vogels in de gaten houden)
o Bots niet op tegen je buurvogels (collision avoidance)
o Vlieg even hard als zij velocity matching)
o Blijf bij ze in de buurt (cohesion)
Waarom?
o Opwarmen voor de nacht
o Hiërarchie in de groep
Voorspellen is een hachelijke aangelegenheid. Jouw kennis kan nooit nauwkeurig genoeg
zijn en er zijn toevalsvariabelen. In dit voorbeeld: we kunnen de richting van de zwerm niet
voorspellen, we kunnen alleen praten in waarschijnlijkheden.
Andere voorbeelden
Lokale interacties van:
o Fysieke elementen (moleculen in wolk)
Produceren grillige patronen in weer en klimaat
o Eenvoudige levensvormen (mieren)
Produceren ‘hoger’ product (mierenhoop)
Mierenhoop is emergent ten opzichte van de mieren (bestaat al langer
dan de individuen). Hier kom je met puur reductionistisch denken niet
uit. Het gaat niet om individuele acties, het gaat om interacties. Dit is
precies wat emergentie inhoudt: er is iets tussen de wezens dat iets
produceert dat groter is dan die individuen.
Muziek: we horen een melodie, door de verhoudingen
o Intelligente wezens mensen