Bedrijfseconomie toetsweek 3
Hoofdstuk 28
De voorraad kan op drie manieren worden gewaardeerd op de balans:
● FIFO: de goederen die als eerste het bedrijf binnenkomen, gaan als eerste weer weg.
● LIFO: de goederen die als laatste het bedrijf binnenkomen, gaan als eerste weer weg.
● V.V.P.: de voorraad wordt in de administratie altijd bijgehouden voor een vaste
verreken prijs. De VVP bestaat uit twee onderdelen:
➔ Geschatte inkoopprijs
➔ Geschatte inkoopkosten (bijkomende kosten, zoals vrachtkosten)
Formules
Brutowinst = verkoopprijs - inkoopprijs
Waarde van de voorraad = wat is er nog over na verkoop?
Gerealiseerde verkoopresultaat = hoeveel winst maak ik op mijn verkopen?
Resultaat op de inkoopprijs = verwachte inkoopprijs - werkelijke inkoopprijs (x aantal stuks)
Resultaat op inkoopkosten = verwachte inkoopkosten - werkelijke inkoopkosten
Resultaat op de inkopen = resultaat op de inkoopprijs +- resultaat op de inkoopkosten
Gerealiseerde brutowinst = verkoopresultaat +- resultaat op de inkopen
Waarde van voorraad na inkopen en verkopen = V.V.P. x eindvoorraad
Afval = een verlies aan grondstoffen bij de productie waar je niets aan kunt doen.
● Zonder waarde: afval heeft geen verkoopwaarde en kan niet meer gebruikt worden.
● Met waarde: als we de grondstof afval hergebruiken of verkopen.
Brutoverbruik grondstoffen = de grondstoffen waar we mee beginnen bij de start van de
productie.
Nettoverbruik grondstoffen = de grondstoffen die in het eindproduct zitten.
Formules
Nettoverbruik = brutoverbruik - afval = → Stel brutoverbruik op 100%!
Grondstofkosten per product = grondstofprijs x brutoverbruik grondstoffen (-+ afval)
Hoofdstuk 29
Aanschafprijs = de prijs waarvoor je een machine aanschaft (incl. installatiekosten).
Economische levensduur = de tijd dat een machine winst oplevert.
Restwaarde = wat de machine nog oplevert bij verkoop na de economische levensduur
(sloopkosten worden hier vanaf gehaald).
Formules
Jaarlijkse afschrijfkosten = aanschafprijs - restwaarde / economische levensduur (perioden)
Afschrijvingspercentage = ( jaarlijkse afschrijfkosten / aanschafprijs) x 100 %
Boekwaarde = aanschafprijs - alle afschrijvingen van alle jaren
Hoofdstuk 28
De voorraad kan op drie manieren worden gewaardeerd op de balans:
● FIFO: de goederen die als eerste het bedrijf binnenkomen, gaan als eerste weer weg.
● LIFO: de goederen die als laatste het bedrijf binnenkomen, gaan als eerste weer weg.
● V.V.P.: de voorraad wordt in de administratie altijd bijgehouden voor een vaste
verreken prijs. De VVP bestaat uit twee onderdelen:
➔ Geschatte inkoopprijs
➔ Geschatte inkoopkosten (bijkomende kosten, zoals vrachtkosten)
Formules
Brutowinst = verkoopprijs - inkoopprijs
Waarde van de voorraad = wat is er nog over na verkoop?
Gerealiseerde verkoopresultaat = hoeveel winst maak ik op mijn verkopen?
Resultaat op de inkoopprijs = verwachte inkoopprijs - werkelijke inkoopprijs (x aantal stuks)
Resultaat op inkoopkosten = verwachte inkoopkosten - werkelijke inkoopkosten
Resultaat op de inkopen = resultaat op de inkoopprijs +- resultaat op de inkoopkosten
Gerealiseerde brutowinst = verkoopresultaat +- resultaat op de inkopen
Waarde van voorraad na inkopen en verkopen = V.V.P. x eindvoorraad
Afval = een verlies aan grondstoffen bij de productie waar je niets aan kunt doen.
● Zonder waarde: afval heeft geen verkoopwaarde en kan niet meer gebruikt worden.
● Met waarde: als we de grondstof afval hergebruiken of verkopen.
Brutoverbruik grondstoffen = de grondstoffen waar we mee beginnen bij de start van de
productie.
Nettoverbruik grondstoffen = de grondstoffen die in het eindproduct zitten.
Formules
Nettoverbruik = brutoverbruik - afval = → Stel brutoverbruik op 100%!
Grondstofkosten per product = grondstofprijs x brutoverbruik grondstoffen (-+ afval)
Hoofdstuk 29
Aanschafprijs = de prijs waarvoor je een machine aanschaft (incl. installatiekosten).
Economische levensduur = de tijd dat een machine winst oplevert.
Restwaarde = wat de machine nog oplevert bij verkoop na de economische levensduur
(sloopkosten worden hier vanaf gehaald).
Formules
Jaarlijkse afschrijfkosten = aanschafprijs - restwaarde / economische levensduur (perioden)
Afschrijvingspercentage = ( jaarlijkse afschrijfkosten / aanschafprijs) x 100 %
Boekwaarde = aanschafprijs - alle afschrijvingen van alle jaren