Strafrecht
Ieder mens heeft een rechtsgevoel waar je mee geboren wordt. Je weet wat eerlijk is of niet.
Door strafrecht weten mensen de gevolgen van hun daden en denken dus eerst na voordat ze iets
doen.
Codificatie: leefregels opschrijven, dit kun je ook wel de wet noemen.
The strain theorie: mensen (criminelen) voelen een spanning die ze niet kunnen overbruggen en
gaan dus bijv. stelen.
Aanleren (theorie): je leert door je omgeving wat je mag doen, als je ouders veel stelen dan ga jij dat
ook doen.
Cultuur (theorie): in verschillende culturen zijn andere waarden en normen dus doen mensen sneller
iets niet dan bij een andere cultuur.
Redenen om mensen te straffen:
- Generale preventie: anderen afschrikken met de opgelegde straf.
- Speciale preventie: voorkomen dat de crimineel het weer doet.
- Vergelding gedachte: voor het rechtsgevoel van de samenleving.
Levenslang is in Nederland echt levenslang, je kan wel gratie krijgen maar dan moet je een hele
goede reden hebben, zoals dat je doodgaat en je familielid ook.
Hoogste gevangenisstraf is 30 jaar en daarna levenslang.
Materieel strafrecht: gaat over de inhoud.
Formeel strafrecht: gaat over de spelregels (bij welke rechter moet ik komen).
In verdragen staat strafrecht.
AMVB (Algemene Maatregelen Van Bestuur): regelingen die worden gemaakt door de ministers.
Verordeningen worden gemaakt door de provincie en de gemeente.
Jurisprudentie zijn uitspraken van rechters, ze gelden hetzelfde als de wet.
Het wetboek van strafrecht heeft 3 boeken, 1 e boek gaat over algemene bepalingen, 2e boek gaat
over misdrijven en het 3e boek gaat over overtredingen.
Legaliteitsbeginsel: het moet op schrift zijn gesteld om het laten gelden en het mag geen
terugwerkende kracht hebben.
Nemoteneturbeginsel: je hoeft niet mee te werken aan je eigen veroordeling.
Onschuldbeginsel: je bent onschuldig tot het tegendeel is bewezen.
Ne bis in idem beginsel: je mag niet 2 keer voor een delict worden vervolgd.
Ieder mens heeft een rechtsgevoel waar je mee geboren wordt. Je weet wat eerlijk is of niet.
Door strafrecht weten mensen de gevolgen van hun daden en denken dus eerst na voordat ze iets
doen.
Codificatie: leefregels opschrijven, dit kun je ook wel de wet noemen.
The strain theorie: mensen (criminelen) voelen een spanning die ze niet kunnen overbruggen en
gaan dus bijv. stelen.
Aanleren (theorie): je leert door je omgeving wat je mag doen, als je ouders veel stelen dan ga jij dat
ook doen.
Cultuur (theorie): in verschillende culturen zijn andere waarden en normen dus doen mensen sneller
iets niet dan bij een andere cultuur.
Redenen om mensen te straffen:
- Generale preventie: anderen afschrikken met de opgelegde straf.
- Speciale preventie: voorkomen dat de crimineel het weer doet.
- Vergelding gedachte: voor het rechtsgevoel van de samenleving.
Levenslang is in Nederland echt levenslang, je kan wel gratie krijgen maar dan moet je een hele
goede reden hebben, zoals dat je doodgaat en je familielid ook.
Hoogste gevangenisstraf is 30 jaar en daarna levenslang.
Materieel strafrecht: gaat over de inhoud.
Formeel strafrecht: gaat over de spelregels (bij welke rechter moet ik komen).
In verdragen staat strafrecht.
AMVB (Algemene Maatregelen Van Bestuur): regelingen die worden gemaakt door de ministers.
Verordeningen worden gemaakt door de provincie en de gemeente.
Jurisprudentie zijn uitspraken van rechters, ze gelden hetzelfde als de wet.
Het wetboek van strafrecht heeft 3 boeken, 1 e boek gaat over algemene bepalingen, 2e boek gaat
over misdrijven en het 3e boek gaat over overtredingen.
Legaliteitsbeginsel: het moet op schrift zijn gesteld om het laten gelden en het mag geen
terugwerkende kracht hebben.
Nemoteneturbeginsel: je hoeft niet mee te werken aan je eigen veroordeling.
Onschuldbeginsel: je bent onschuldig tot het tegendeel is bewezen.
Ne bis in idem beginsel: je mag niet 2 keer voor een delict worden vervolgd.