art. Talocrurale
Normwaardes mobiliteit
Doel: Doel: Bepalen wat de mobiliteit is in een
onbelaste situatie.
Met name bij post-OK patiënten met een
immobilisatie periode komt het voor dat de mobiliteit
niet volledig is. Echter door intra-articulaire zwelling
kan de mobiliteit ook beperkt zijn.
Uitvoering:
Dorsaalflexie art. Talocrurale (norm = 20graden):
Patiënt in ruglig / langzit (onbelast)
Patiënt in buiklig, met de knie 90graden gebogen
(onbelast)
Belast, knie tegen de muur. Afstand tussen
de grote teen en de muur opmeten
Plantairflexie art. Talocrurale (norm = 50graden):
Patiënt in ruglig / langzit
Inversie art. Subtalaire (norm = 35 graden):
Eversie art. subtalaire (norm = 20 graden):
art. Genus
Normwaardes mobiliteit
Doel: Doel: Bepalen wat de mobiliteit is in een
onbelaste situatie
Met name bij post-OK patiënten met een
immobilisatie periode komt het voor dat de
mobiliteit niet volledig is. Echter door
intraarticulaire zwelling kan de mobiliteit ook
beperkt zijn.
Uitvoering:
Extensie art. genus (norm = 0-5 graden
hyperextensie):
- Patiënt in ruglig / langzit
Flexie art. genus (norm = 140 - 145 graden):
- Patiënt in ruglig / langzit
- Patiënt in buiklig
Exorotatie art. genus (norm = 45 graden): -
Patiënt in zit, knieën 90 graden
gebogen
Endorotatie art. genus (norm = 15 graden):
- Patiënt in zit, knieën 90 graden gebogen
, Ottawa Ankle Rules (OAR)
Doel: Bepalen of er op basis van een
mogelijke rode vlag situatie contra-
indicatie fysiotherapie is en indicatie
voor röntgenonderzoek is.
Bij enkele groepen is het gebruik van
de Ottawa ankle rules niet gevalideerd:
x Kinderen (onder 18 jaar); x
Zwangere vrouwen; x Patiënten die
niet goed beoordeelbaar zijn (bv.
verlaagd bewustzijn bij hoofdtrauma of
intoxicatie).
Röntgendiagnostiek is enkel geïndiceerd wanneer er sprake is van (1) pijn in de malleoli of in de middenvoet en
(2) minimaal een van de volgende symptomen:
x Onvermogen de enkel te belasten (vier stappen te doen).
x Pijn bij palpatie van de distale 6 cm van de posterieure zijde van de tibia.
x Pijn bij palpatie van de distale 6 cm van de posterieure zijde van de fibula.
x Pijn bij palpatie van de basis van os metatarsale V.
x Pijn bij palpatie van het os naviculare.
“Ottawa Knee Rules” ter uitsluiting van fracturen art. Genus
Doel:
Screenen bij verdenking op een fractuur van het art.
genus na trauma bij DTF procedure.
Uitvoering:
Er moet worden nagegaan of de patiënt voldoet aan één
van de volgende kenmerken:
De patiënt is 55 jaar of ouder;
Er is bij palpatie gevoeligheid van het caput fibulae;
Er is bij palpatie sprake van geïsoleerde gevoeligheid van
de patella;
Het is niet mogelijk om de knie tot 90° te buigen; 5. Het is
voor de patiënt onmogelijk om 4 passen volledig belast te
lopen (= tweemaal een gewichtsverplaatsing naar elk
been, niet lettend op
‘manken’) direct na het trauma of in de kliniek.
De test is positief indien:
Minimaal één van de items positief bevonden wordt. De
patiënt dient te worden verwezen naar een arts om
Röntgendiagnostiek te overwegen.
De patiënt aan geen enkele van de bovenstaande criteria
voldoet, kan met een grote mate van zekerheid worden
uitgesloten dat er sprake is van een fractuur.
Kijk voor een demonstratie van de Ottawa knee
rules in de praktijk naar filmpjes op internet NB. De regels gelden voor patiënten die ouder zijn dan
(YouTube). 18 jaar en een knietrauma hebben doorgemaakt.
1
,Hydrops Fluctuatie
Doel:
het beoordelen op de
aanwezigheid van intra-
articulaire zwelling ter bepaling
van de reactiviteit.
Uitvoering:
De patiënt neemt plaats in zit op
de behandelbank met een
afhangend onderbeen. De
fysiotherapeut omvat de voet en
de tibia. Vervolgens wordt de
voet passief naar dorsaalflexie
gebracht.
De test is positief indien er een
boeggolfje ontstaat aan de
laterale zijde, net anterieur
onder de malleolus. (vergelijk
knieonderzoek).
Opmerking: naast zwelling
(tumor) bepalen de
aanwezigheid van rubor, dolor,
calor en functie laesie de mate
van reactiviteit.
Voorste schuiflade test
In de KNGF richtlijn enkelletsel en de NHG standaard wordt het belang benadrukt van het onderscheid tussen
een graad I-laesie (distorsie) enerzijds en een graad II- of III-laesie (ruptuur) anderzijds, waarbij distorsie als
letsel wordt beschouwd dat snel herstelt, terwijl een ruptuur een uitgebreidere behandeling verdient. Er is echter
tot nu toe geen relatie gevonden tussen de ernst van het letsel en het herstel, of tussen de ernst van het letsel en
het klinische beeld. Het blijft tot op heden onduidelijk of vaststellen van een ruptuur consequenties heeft voor het
te volgen beleid.
De test die onderscheid kan aangeven tussen een distorsie en een ruptuur is mogelijk de voorste schuifladetest.
In de acute fase na het trauma is de betrouwbaarheid en de validiteit van de test laag. Wanneer uitvoering ervan
niet onder (lokale) verdoving plaatsvindt, zijn betrouwbaarheid en validiteit nog lager. De betrouwbaarheid is
echter hoger als de schuifladetest 4 tot 7 dagen na het trauma wordt uitgevoerd, in combinatie met andere tests.
Resultaten zijn dan vergelijkbaar met de resultaten van artrografie. Uitvoering van de test zonder verdoving is
waarschijnlijk in het subacute of chronische stadium beter te tolereren dan in de acute fase, omdat er in de
eerstgenoemde stadia sprake is van minder pijn, zwelling en reactieve spierspanning, waardoor de
betrouwbaarheid van de schuifladetest naar verwachting stijgt.
Indien de voorste schuiflade test positief is, wordt ervan uit gegaan dat het gaat om een ruptuur. Het is dan
geïndiceerd om de enkel in te tapen als bescherming.
Bron: KNGF richtlijn Enkelletsel en NHG standaard enkelletsel
2
, Doel:
diagnostiek integriteit van het ligament talo fibulare anterior (TFA).
Uitvoering:
Fixeer het onderbeen
Omvat de talus en transleer deze naar anterieur
De test is positief indien:
De bewegingsuitslag is toegenomen
t.o.v. de referentiezijde
Pijn geprovoceerd wordt ter hoogte van het ligament talo fibulare
anterior
Opmerking:
In de acute fase is deze test niet uitvoerbaar.
Na 3-5 dagen na afname reactiviteit: uitgestelde diagnostiek.
Oefen de volgende variabelen:
Voer de test uit in de MLPP. Vergelijk de uitkomsten van
deze test met andere posities van het art.talo cruralis
Uitvoering met patiënt in ruglig, langzit, zit met onderbenen over
de rand van de bank
- Omdraaiing van punctum fixum en punctum mobile: Dus fixeer
de talus en beweeg het onderbeen naar dorsaal.
Squeeze test
Doel: bevestiging/ uitsluiting van een distale tibiofibulaire
syndesmose ruptuur
Uitvoering:
Comprimeer net boven het midden van het onder been de fibula
tegen de tibia.
De test is positief indien:
pijnprovocatie ter hoogte van de distale syndesmose (ter hoogte
van het AITFL) optreedt.
Oefen de volgende variabelen:
voer de comprimerende beweging uit met één hand
voer de comprimerende beweging uit met twee handen -
Uitvoering met patiënt in ruglig, langzit, zit met
onderbenen over de rand van de bank
3
Normwaardes mobiliteit
Doel: Doel: Bepalen wat de mobiliteit is in een
onbelaste situatie.
Met name bij post-OK patiënten met een
immobilisatie periode komt het voor dat de mobiliteit
niet volledig is. Echter door intra-articulaire zwelling
kan de mobiliteit ook beperkt zijn.
Uitvoering:
Dorsaalflexie art. Talocrurale (norm = 20graden):
Patiënt in ruglig / langzit (onbelast)
Patiënt in buiklig, met de knie 90graden gebogen
(onbelast)
Belast, knie tegen de muur. Afstand tussen
de grote teen en de muur opmeten
Plantairflexie art. Talocrurale (norm = 50graden):
Patiënt in ruglig / langzit
Inversie art. Subtalaire (norm = 35 graden):
Eversie art. subtalaire (norm = 20 graden):
art. Genus
Normwaardes mobiliteit
Doel: Doel: Bepalen wat de mobiliteit is in een
onbelaste situatie
Met name bij post-OK patiënten met een
immobilisatie periode komt het voor dat de
mobiliteit niet volledig is. Echter door
intraarticulaire zwelling kan de mobiliteit ook
beperkt zijn.
Uitvoering:
Extensie art. genus (norm = 0-5 graden
hyperextensie):
- Patiënt in ruglig / langzit
Flexie art. genus (norm = 140 - 145 graden):
- Patiënt in ruglig / langzit
- Patiënt in buiklig
Exorotatie art. genus (norm = 45 graden): -
Patiënt in zit, knieën 90 graden
gebogen
Endorotatie art. genus (norm = 15 graden):
- Patiënt in zit, knieën 90 graden gebogen
, Ottawa Ankle Rules (OAR)
Doel: Bepalen of er op basis van een
mogelijke rode vlag situatie contra-
indicatie fysiotherapie is en indicatie
voor röntgenonderzoek is.
Bij enkele groepen is het gebruik van
de Ottawa ankle rules niet gevalideerd:
x Kinderen (onder 18 jaar); x
Zwangere vrouwen; x Patiënten die
niet goed beoordeelbaar zijn (bv.
verlaagd bewustzijn bij hoofdtrauma of
intoxicatie).
Röntgendiagnostiek is enkel geïndiceerd wanneer er sprake is van (1) pijn in de malleoli of in de middenvoet en
(2) minimaal een van de volgende symptomen:
x Onvermogen de enkel te belasten (vier stappen te doen).
x Pijn bij palpatie van de distale 6 cm van de posterieure zijde van de tibia.
x Pijn bij palpatie van de distale 6 cm van de posterieure zijde van de fibula.
x Pijn bij palpatie van de basis van os metatarsale V.
x Pijn bij palpatie van het os naviculare.
“Ottawa Knee Rules” ter uitsluiting van fracturen art. Genus
Doel:
Screenen bij verdenking op een fractuur van het art.
genus na trauma bij DTF procedure.
Uitvoering:
Er moet worden nagegaan of de patiënt voldoet aan één
van de volgende kenmerken:
De patiënt is 55 jaar of ouder;
Er is bij palpatie gevoeligheid van het caput fibulae;
Er is bij palpatie sprake van geïsoleerde gevoeligheid van
de patella;
Het is niet mogelijk om de knie tot 90° te buigen; 5. Het is
voor de patiënt onmogelijk om 4 passen volledig belast te
lopen (= tweemaal een gewichtsverplaatsing naar elk
been, niet lettend op
‘manken’) direct na het trauma of in de kliniek.
De test is positief indien:
Minimaal één van de items positief bevonden wordt. De
patiënt dient te worden verwezen naar een arts om
Röntgendiagnostiek te overwegen.
De patiënt aan geen enkele van de bovenstaande criteria
voldoet, kan met een grote mate van zekerheid worden
uitgesloten dat er sprake is van een fractuur.
Kijk voor een demonstratie van de Ottawa knee
rules in de praktijk naar filmpjes op internet NB. De regels gelden voor patiënten die ouder zijn dan
(YouTube). 18 jaar en een knietrauma hebben doorgemaakt.
1
,Hydrops Fluctuatie
Doel:
het beoordelen op de
aanwezigheid van intra-
articulaire zwelling ter bepaling
van de reactiviteit.
Uitvoering:
De patiënt neemt plaats in zit op
de behandelbank met een
afhangend onderbeen. De
fysiotherapeut omvat de voet en
de tibia. Vervolgens wordt de
voet passief naar dorsaalflexie
gebracht.
De test is positief indien er een
boeggolfje ontstaat aan de
laterale zijde, net anterieur
onder de malleolus. (vergelijk
knieonderzoek).
Opmerking: naast zwelling
(tumor) bepalen de
aanwezigheid van rubor, dolor,
calor en functie laesie de mate
van reactiviteit.
Voorste schuiflade test
In de KNGF richtlijn enkelletsel en de NHG standaard wordt het belang benadrukt van het onderscheid tussen
een graad I-laesie (distorsie) enerzijds en een graad II- of III-laesie (ruptuur) anderzijds, waarbij distorsie als
letsel wordt beschouwd dat snel herstelt, terwijl een ruptuur een uitgebreidere behandeling verdient. Er is echter
tot nu toe geen relatie gevonden tussen de ernst van het letsel en het herstel, of tussen de ernst van het letsel en
het klinische beeld. Het blijft tot op heden onduidelijk of vaststellen van een ruptuur consequenties heeft voor het
te volgen beleid.
De test die onderscheid kan aangeven tussen een distorsie en een ruptuur is mogelijk de voorste schuifladetest.
In de acute fase na het trauma is de betrouwbaarheid en de validiteit van de test laag. Wanneer uitvoering ervan
niet onder (lokale) verdoving plaatsvindt, zijn betrouwbaarheid en validiteit nog lager. De betrouwbaarheid is
echter hoger als de schuifladetest 4 tot 7 dagen na het trauma wordt uitgevoerd, in combinatie met andere tests.
Resultaten zijn dan vergelijkbaar met de resultaten van artrografie. Uitvoering van de test zonder verdoving is
waarschijnlijk in het subacute of chronische stadium beter te tolereren dan in de acute fase, omdat er in de
eerstgenoemde stadia sprake is van minder pijn, zwelling en reactieve spierspanning, waardoor de
betrouwbaarheid van de schuifladetest naar verwachting stijgt.
Indien de voorste schuiflade test positief is, wordt ervan uit gegaan dat het gaat om een ruptuur. Het is dan
geïndiceerd om de enkel in te tapen als bescherming.
Bron: KNGF richtlijn Enkelletsel en NHG standaard enkelletsel
2
, Doel:
diagnostiek integriteit van het ligament talo fibulare anterior (TFA).
Uitvoering:
Fixeer het onderbeen
Omvat de talus en transleer deze naar anterieur
De test is positief indien:
De bewegingsuitslag is toegenomen
t.o.v. de referentiezijde
Pijn geprovoceerd wordt ter hoogte van het ligament talo fibulare
anterior
Opmerking:
In de acute fase is deze test niet uitvoerbaar.
Na 3-5 dagen na afname reactiviteit: uitgestelde diagnostiek.
Oefen de volgende variabelen:
Voer de test uit in de MLPP. Vergelijk de uitkomsten van
deze test met andere posities van het art.talo cruralis
Uitvoering met patiënt in ruglig, langzit, zit met onderbenen over
de rand van de bank
- Omdraaiing van punctum fixum en punctum mobile: Dus fixeer
de talus en beweeg het onderbeen naar dorsaal.
Squeeze test
Doel: bevestiging/ uitsluiting van een distale tibiofibulaire
syndesmose ruptuur
Uitvoering:
Comprimeer net boven het midden van het onder been de fibula
tegen de tibia.
De test is positief indien:
pijnprovocatie ter hoogte van de distale syndesmose (ter hoogte
van het AITFL) optreedt.
Oefen de volgende variabelen:
voer de comprimerende beweging uit met één hand
voer de comprimerende beweging uit met twee handen -
Uitvoering met patiënt in ruglig, langzit, zit met
onderbenen over de rand van de bank
3