Persoonlijkheid;
- Eigenschappen.
- Kwaliteit; houding/instelling.
- Vaardigheden; zichtbaar.
1.1 Vaardigheden:
1.2 Kwaliteiten:
Ideale medewerker; ambitieus,assertief, creatief, innovatief, initiatiefrijk, flexibel, ondernemend,
onbevooroordeeld, stressbestendig, andere motiveren, verantwoordelijkheid, zelfstandigheid.
Flexibileit/assertiviteit nodig voor samenwerking.
Kernkwaliteiten; specifiek bij horen. Ofman kernkwadrant; onderzoeken wat kernkwaliteiten zijn en
valkuilen.
Verschil kwaliteiten/vaardigheden waarneembaar gedrag en houding daarbij. Vb; waardering
hebben is houding. Tonen vaardigheid.
1.3 Eigenschappen en het Big Five-model:
Potentieel; aanleg vermogens die tot ontwikkeling kunnen worden gebracht.
Van der molen; aanleg aanwezige vermogen(sociale intelligentie), de deskundigheid(sociale
competentie), vaardigheid(sociale bekwaamheid).
De big five:
Eigenschappen van mensen beschrijven in welke dimensies zijn die bezitten.
1. Extraversie; gericht buitenwereld. Mate behoefte aan actief met anderen, energie krijgt van
anderen, sociale deelname, expressiviteit.
2. Altruisme; gericht op ander. Mate interesse andere, rekening houden, behulpzaam.
3. Conscientieusheid; ordelijk, gericht resultaat. Mate doelgericht/planmatig, gedisciplineerd,
volhardend, effiecient, gestructureerd.
4. Emotionele stabiliteit; mate gevoeligheid prikkels omgeving, behoefte zekerheid, kalm,
ontspannen, zelfverzekerd.
5. Intellectuele autonomie; gericht op nieuwe. Mate open staat voor nieuw.
Hendriks; FFPI persoonlijkheidsprofiel in kaart gebracht. Nu FFPI-II.
Nooit kan je maar naar 1 dimensie kijken. Integriteit nog niet erin.
Kwaliteiten en de Big Five:
De secundaire eigenschap kan gezien worden als het aspect van de primaire eigenschap benadrukt
wordt.
1.4 Het model van de logische niveaus:
Niveaus die het gedrag van mensen in bepaalde situaties sturen:
Omgeving/context; basis. Omstandigheden waarin verkeert,
handeling plaatsvindt.
Gedrag;
Kennis/vaardigheden;
Waarden/overtuigingen;
Identiteit;
Missie/vissie;