Regelt de verhouding tussen de overheid en de burgers. Het algemeen belang staat centraal.
De overheid is het gezag van de staat.
Machtsfunctie
Alleen de overheid mag legitiem geweld gebruiken. De staatsoverheid bezit de hoogste macht in de staat.
Juridische functie
De staat is een rechtsgemeenschap van overheid en staatsburgers.
Soeverein
De staat is soeverein, het bepaalt zelf de omvang van de rechtsmacht.
Rechtsstaat
De overheid is aan het recht gebonden.
Democratische rechtstaat
o Democratie (indirecte of directe)
o Trias politica
o Onafhankelijke rechter
o Grondrechten
o Legaliteitsbeginsel
Beginsel van de machtenscheiding (trias politica)
De overheid is verdeeld in de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.
o De drie functies moeten aan drie verschillende organen opgedragen worden.
o De drie organen moeten onafhankelijk functioneren van elkaar.
o De drie organen moeten zich bezig houden op eigen terrein.
Checks and balances
Het onderling controleren van de drie machten, om absolute macht te voorkomen.
Legaliteitsbeginsel
De overheid mag geen andere beperkingen stellen dan die welke in de wetten zijn neergelegd. Die
beperkingen zijn in beginsel voor iedereen gelijk. Oftewel de macht moet berusten op een wettelijke regel.
Beginsel van democratie
De burgers hebben het recht te bepalen door wie ze zullen worden geregeerd, en dat zij invloed hebben op
wetgeving en bestuur.
Voor de berechtiging van geschillen zijn er drie soorten instanties
1. Gerechten die behoren tot de rechterlijke macht.
2. Gerechten die niet behoren tot de rechterlijke macht.
3. Administratieve beroepsinstanties.
Wet op de rechterlijke organisatie (RO)
Rechtbanken, gerechtshoven en de hoge raad behoren tot de gewone rechterlijke macht.
,Rechterlijke onafhankelijkheid
wordt ondersteund door
o Een rechter kan in beginsel niet tegen zijn wil worden ontslagen.
o De rechtspositie (incl. salaris) wordt geregeld bij een wet in formele zin.
o Ontslagbescherming (art. 117 lid 3 Gw)
Koninklijk besluit
Dit is een besluit van de regering.
Koning
o Staatshoofd
o Lid van de regering
o Voorzitter van de Raad van State
Ministers
Verantwoordelijk voor de Koning, ambtenaren en staatsecretarissen. De koning is onschendbaar.
Kabinet
Ministers en staatsecretarissen.
Ministerraad
Alle ministers met of zonder portefeuille.
Minister zonder portefeuille
Een minister die niet de leiding heeft over een ministerie.
Minister-president
Benoemt en ontslaat ministers, is voorzitter van de ministerraad en geeft leiding aan het ministerie van
Algemene Zaken.
Informateur
Onderzoekt de mogelijkheden voor de vorming van een nieuw kabinet, de voorbereidende werkzaamheden.
Formateur
Krijgt de opdracht een kabinet te formeren, in samenwerking met de fractievoorzitters van de Tweede Kamer.
Na succesvol afronden, wordt de formateur meestal benoemd tot minister-president.
Coalitievorming
Samenwerking tussen een aantal politieke partijen voor de vorming van een kabinet. De meerderheid van de
Tweede Kamer is nodig.
Staatsecretaris
Ondergeschikt aan de minister. Wanneer de minister aftreedt, zal de staatssecretaris ook aftreden.
Omgekeerd geldt dat niet.
, Staten-Generaal
Vertegenwoordigd het gehele Nederlandse volk.
o Eerste kamer: 75 leden
Worden gekozen door de leden van de provinciale staten. Kan een wetsvoorstel aanvaarden of
verwerpen.
o Tweede kamer: 150 leden
Worden gekozen door de Nederlanders ouder dan 18 jaar. Het controleren van de regering, door
middel van het recht van interpellatie, het vragenrecht en het enquêterecht .
Kamerlid
Gedurende vier jaar Kamerlidmaatschap is een kamerlid onschendbaar.
Recht van amendement
De Tweede Kamer heeft recht om wijzigingen aan te brengen in wetsvoorstellen.
Recht van interpellatie
Recht op vragen van informatie.
Vragenrecht
Vereenvoudigde vorm van recht van interpellatie. Elk kamerlid kan, zonder toestemming van een
meerderheid van de Tweede Kamer, aan de minister of staatssecretaris vragen stellen.
Recht van enquête
De kamer kan met behulp van een commissie van onderzoek zelfstandig informatie verzamelen.
Monisme
Wanneer de regering en het parlement een samenhangend geheel vormen.
Dualisme
Als de regering en het parlement geheel los van elkaar functioneren.
Publiekrecht hst 21
Constitutie bestaat in Nederland uit
o Het geschreven staatsrecht
o De jurisprudentie
o Het ongeschreven staatsrecht
Organieke wetten
De hoofdlijnen van het staatsrecht (grondwet) wordt hierin verder uitgewerkt, nader geregeld.
Koninkrijk der Nederlanden
Nederland, Aruba, Curaçao en St. Maarten