Samenvatting reader Fysiologie
De maag
De maag is een tijdelijk reservoir voor het opgenomen voedsel
Voedsel wordt in de maag bewaard en beetje bij beetje afgegeven aan het duodenum, doordat
verterings- en resorptieprocessen in de dunne darm tijd kosten. Na een normale maaltijd is de maag
na 3 uur ong. geleegd en bij een vetrijke maaltijd 1 á 2 uur langer. Kliercellen in de maagwand
scheiden zoutzuur af dat bacteriën en micro-organismen onschadelijk maakt. Behalve de
tuberkelbacil. Slijm, geproduceerd door slijmkliercellen beschermd de maagwand tegen zoutzuur.
Andere kliercellen in de maagwand scheiden eiwitsplitsende enzymen af (proteasen) die polypeptide
afbreken tot kleine peptideketens. Tijdens het eten stapelt voedsel zich op, hierdoor komt alleen de
buitenste laag voedsel in aanraking met de maagwand en het afgescheiden maagsap en wordt
bewerkt. Het binnenste van de maaginhoud is nog alkalisch, zodat zetmeelvertering nog plaatsvindt;
het maagzuur maakt speekselamylase uiteindelijk onwerkzaam. Fundus is in rechtopstaande houding
gevuld met gas. Bij een sterke gasontwikkeling, kan gas door een slikbeweging via de onderste
slokdarmsfincter ontsnappen.
De regulering van de maagsapsecretie verloop in drie opeenvolgende fasen
× Cevale fase: maagsapsecretie begint voordat de spijsbolus de maag bereikt door
voorwaardelijke reflexactiviteit: olfactorische, visuele, auditieve, etc. prikkels en door
onvoorwaardelijke reflexen die ontstaan door prikkeling van smaak- en reuksensoren.
× Gastrische fase: wanneer voedsel in de maag komt, wordt door rekking de productie van
maagsap gestimuleerd.
ӿ Via afferente vezels wordt het regelcentrum inde hersenstam geactiveerd en via
efferente vagusvezels wordt de secretie aangezet. Dit proces wordt door atropine
geblokkeerd.
ӿ Via de intramurale zenuwplexus vindt ook activatie van kliercellen plaats. Ook dit
proces wordt door atropine geblokkeerd.
ӿ Sterkste prikkeling van de klieren gaat uit van het weefselhormoon gastrine, dat in de
maagwand wordt gevormd. Maagoprekking en chemische prikkeling stimuleren de
aanmaak van gastrine. Het wordt via bloed afgevoerd en komt via maag arteriën
weer in de maagwand terug en zorgt voor afscheiding van maagsap. Productie van
gastrine neemt af als de pH lager wordt dan 3.
Maagsap via de neurale weg is rijk aan pepsinogeen en via hormonale weg is rijker aan zoutzuur. Bij
een lege maag is er vooral slijmproductie, maar geen maagsapsecretie.
× Intestinale fase: wanneer er onvoldoende aangezuurde spijzen in het duodenum komen,
neemt de maagsapsecretie toe. Dit komt doordat de duodenumwand cellen heeft die
gastrine vormen. Daalt de duodenum pH beneden 4 dan vermindert het maagsap, terwijl de
productie HCL in relatie tot pepsinogeen afneemt. Dit komt door de werking van secretine
dat door endocriene cellen in de duodenumwand worden afgescheiden en net als gastrine
via de bloedbaan de maagwand bereikt. Secretine remt de zoutzuurproductie van de
wandcellen en is een antagonist van gastrine. Een vetrijke maaltijd remt de maagsapsecretie.
Vrijkomen van vetzuren bij beginnende vetvertering in de dunne darm stimuleert de
productie van secretine, CCK en GIP in de darmwand. Deze hormonen remmen de
maagsapsecretie.
Er is een onderscheid in de motorische activiteit van het proximale en distale deel van de maag
, Maag kan worden verdeeld in proximaal en een distaal deel. Het proximale deel omvat de fundus en
1/3e van het corpus. Het distale deel omvat 2/3 e van het corpus, het antrum en de pylorus. De
spierwand van het proximale deel onderhoudt een continue tonus die zich aanpast aan de vulling. De
spierwand vertoont normaal geen fasische contracties. De spierwand van het distale deel vertoont
ritmische peristaltische contractiegolven in de richting van de pylorus. Ze zorgen dat de chymus in de
richting van de pylorus wordt geschoven en zo naar het duodenum wordt gevoerd. De golven starten
bij het begin van het distale deel van de maag. Eerst door zwakke contracties en vanaf het antrum
neemt de kracht en snelheid toe. De contractie van het antrum heeft hierdoor een systolisch karakter.
Aan het eind van de peristaltische golf verslapt de pylorusspier en wordt een deel van de
antruminhoud naar het duodenum verplaatst. Als de pylorus door impulsen vanuit duodenum
gesloten blijft, gaat de peristaltiek wel door en drijft de contractie van het antrum de inhoud terug
(=retropulsie). Bij lege maag vertoont de maag nauwelijks motorische activiteit. Als de maag langere
tijd leeg is worden de peristaltische golven krachtiger, de hongercontracties.
Bij de vulling van de maag neemt de druk in de maag slechts weinig toe
Tijdens de maaltijd stapelt voedsel zich op in lagen. Vloeistoffen kunnen lang de maagstraat, direct
het duodenum bereiken. De druk in de lege maag is bijna gelijk aan de druk in de buikholte. Tijdens
de maaltijd neemt die druk niet veel toe, dit komt door de plastische eigenschappen van het gladde
spierweefsel van de maagwand. De maag past zich aan aan zijn inhoud door receptieve relaxatie. Er
gaan impulsen vanuit rekkingsgevoelige sensoren in de maagwand langs de viscerosensorische vezels
in de n. Vagus naar de medulla oblongata. Vanuit hier wordt langs parasympatische vagusvezels de
spiertonus geremd.
Alcohol in ons lichaam
Alcohol is geen vertering nodig en is makkelijk te absorberen. 20% wordt direct geabsorbeerd door de
maagwand van een lege maag en kan de hersenen binnen een minuut bereiken. Mensen kunnen het
meteen voelen als ze alcohol drinken, vooral bij lege maag. Als de maag gevuld is heeft het alcohol
minder kans om de wand te raken en te diffunderen, waardoor het minder snel bij de hersenen komt.
Dus eet snack, wanneer je alcohol drinkt. Koolhydraatrijke vertragen alcohol absorptie en vetrijke
snack vertragen de peristaltiek en houden het alcohol langer in de maag. Door gezouten snack krijg je
dorst, maar drink dan water i.p.v. alcohol. De maag begint de alcohol af te breken met het
dehydrogenase enzym. Dit kan de hoeveelheid alcohol in het bloed verminderen met 20%. Vrouwen
hebben minder van dit hormoon dan mannen. Dus vrouwen absorberen meer alcohol dan mannen
wanneer ze dezelfde hoeveelheid drinken. Daarom hebben vrouwen een lagere aanbevolen
hoeveelheid dan mannen. In de dunne darm is de alcohol snel geabsorbeerd. Alcohol krijgt voorrang
op andere voedingsstoffen. Alcohol kan niet worden opgeslagen in het lichaam en is giftig voor het
lichaam.
Dikke mensen kunnen beter tegen drank
Pas na de maag krijgt de alcohol kans om in het bloed te komen. Alcohol verdeelt zich over het bloed.
Hoe meer bloed, hoe meer drank wordt verdund. Het maakt dus niet uit of je dun of dik bent. Dikkere
mensen hebben wel het nadeel dat hun lever aan het vervetten is, wat slecht is voor de levercellen.
Als de aangetaste lever dan alcohol moet afbreken, krijgen de kwetsbare cellen een extra klap. Dikke
mensen die een maagverkleining hebben ondergaan kunnen daarna slechter tegen alcohol, omdat de
alcohol niet of minder lang in de maag blijft. Er komt dus meer alcohol in het bloed.
Stofwisseling van alcohol
De maag
De maag is een tijdelijk reservoir voor het opgenomen voedsel
Voedsel wordt in de maag bewaard en beetje bij beetje afgegeven aan het duodenum, doordat
verterings- en resorptieprocessen in de dunne darm tijd kosten. Na een normale maaltijd is de maag
na 3 uur ong. geleegd en bij een vetrijke maaltijd 1 á 2 uur langer. Kliercellen in de maagwand
scheiden zoutzuur af dat bacteriën en micro-organismen onschadelijk maakt. Behalve de
tuberkelbacil. Slijm, geproduceerd door slijmkliercellen beschermd de maagwand tegen zoutzuur.
Andere kliercellen in de maagwand scheiden eiwitsplitsende enzymen af (proteasen) die polypeptide
afbreken tot kleine peptideketens. Tijdens het eten stapelt voedsel zich op, hierdoor komt alleen de
buitenste laag voedsel in aanraking met de maagwand en het afgescheiden maagsap en wordt
bewerkt. Het binnenste van de maaginhoud is nog alkalisch, zodat zetmeelvertering nog plaatsvindt;
het maagzuur maakt speekselamylase uiteindelijk onwerkzaam. Fundus is in rechtopstaande houding
gevuld met gas. Bij een sterke gasontwikkeling, kan gas door een slikbeweging via de onderste
slokdarmsfincter ontsnappen.
De regulering van de maagsapsecretie verloop in drie opeenvolgende fasen
× Cevale fase: maagsapsecretie begint voordat de spijsbolus de maag bereikt door
voorwaardelijke reflexactiviteit: olfactorische, visuele, auditieve, etc. prikkels en door
onvoorwaardelijke reflexen die ontstaan door prikkeling van smaak- en reuksensoren.
× Gastrische fase: wanneer voedsel in de maag komt, wordt door rekking de productie van
maagsap gestimuleerd.
ӿ Via afferente vezels wordt het regelcentrum inde hersenstam geactiveerd en via
efferente vagusvezels wordt de secretie aangezet. Dit proces wordt door atropine
geblokkeerd.
ӿ Via de intramurale zenuwplexus vindt ook activatie van kliercellen plaats. Ook dit
proces wordt door atropine geblokkeerd.
ӿ Sterkste prikkeling van de klieren gaat uit van het weefselhormoon gastrine, dat in de
maagwand wordt gevormd. Maagoprekking en chemische prikkeling stimuleren de
aanmaak van gastrine. Het wordt via bloed afgevoerd en komt via maag arteriën
weer in de maagwand terug en zorgt voor afscheiding van maagsap. Productie van
gastrine neemt af als de pH lager wordt dan 3.
Maagsap via de neurale weg is rijk aan pepsinogeen en via hormonale weg is rijker aan zoutzuur. Bij
een lege maag is er vooral slijmproductie, maar geen maagsapsecretie.
× Intestinale fase: wanneer er onvoldoende aangezuurde spijzen in het duodenum komen,
neemt de maagsapsecretie toe. Dit komt doordat de duodenumwand cellen heeft die
gastrine vormen. Daalt de duodenum pH beneden 4 dan vermindert het maagsap, terwijl de
productie HCL in relatie tot pepsinogeen afneemt. Dit komt door de werking van secretine
dat door endocriene cellen in de duodenumwand worden afgescheiden en net als gastrine
via de bloedbaan de maagwand bereikt. Secretine remt de zoutzuurproductie van de
wandcellen en is een antagonist van gastrine. Een vetrijke maaltijd remt de maagsapsecretie.
Vrijkomen van vetzuren bij beginnende vetvertering in de dunne darm stimuleert de
productie van secretine, CCK en GIP in de darmwand. Deze hormonen remmen de
maagsapsecretie.
Er is een onderscheid in de motorische activiteit van het proximale en distale deel van de maag
, Maag kan worden verdeeld in proximaal en een distaal deel. Het proximale deel omvat de fundus en
1/3e van het corpus. Het distale deel omvat 2/3 e van het corpus, het antrum en de pylorus. De
spierwand van het proximale deel onderhoudt een continue tonus die zich aanpast aan de vulling. De
spierwand vertoont normaal geen fasische contracties. De spierwand van het distale deel vertoont
ritmische peristaltische contractiegolven in de richting van de pylorus. Ze zorgen dat de chymus in de
richting van de pylorus wordt geschoven en zo naar het duodenum wordt gevoerd. De golven starten
bij het begin van het distale deel van de maag. Eerst door zwakke contracties en vanaf het antrum
neemt de kracht en snelheid toe. De contractie van het antrum heeft hierdoor een systolisch karakter.
Aan het eind van de peristaltische golf verslapt de pylorusspier en wordt een deel van de
antruminhoud naar het duodenum verplaatst. Als de pylorus door impulsen vanuit duodenum
gesloten blijft, gaat de peristaltiek wel door en drijft de contractie van het antrum de inhoud terug
(=retropulsie). Bij lege maag vertoont de maag nauwelijks motorische activiteit. Als de maag langere
tijd leeg is worden de peristaltische golven krachtiger, de hongercontracties.
Bij de vulling van de maag neemt de druk in de maag slechts weinig toe
Tijdens de maaltijd stapelt voedsel zich op in lagen. Vloeistoffen kunnen lang de maagstraat, direct
het duodenum bereiken. De druk in de lege maag is bijna gelijk aan de druk in de buikholte. Tijdens
de maaltijd neemt die druk niet veel toe, dit komt door de plastische eigenschappen van het gladde
spierweefsel van de maagwand. De maag past zich aan aan zijn inhoud door receptieve relaxatie. Er
gaan impulsen vanuit rekkingsgevoelige sensoren in de maagwand langs de viscerosensorische vezels
in de n. Vagus naar de medulla oblongata. Vanuit hier wordt langs parasympatische vagusvezels de
spiertonus geremd.
Alcohol in ons lichaam
Alcohol is geen vertering nodig en is makkelijk te absorberen. 20% wordt direct geabsorbeerd door de
maagwand van een lege maag en kan de hersenen binnen een minuut bereiken. Mensen kunnen het
meteen voelen als ze alcohol drinken, vooral bij lege maag. Als de maag gevuld is heeft het alcohol
minder kans om de wand te raken en te diffunderen, waardoor het minder snel bij de hersenen komt.
Dus eet snack, wanneer je alcohol drinkt. Koolhydraatrijke vertragen alcohol absorptie en vetrijke
snack vertragen de peristaltiek en houden het alcohol langer in de maag. Door gezouten snack krijg je
dorst, maar drink dan water i.p.v. alcohol. De maag begint de alcohol af te breken met het
dehydrogenase enzym. Dit kan de hoeveelheid alcohol in het bloed verminderen met 20%. Vrouwen
hebben minder van dit hormoon dan mannen. Dus vrouwen absorberen meer alcohol dan mannen
wanneer ze dezelfde hoeveelheid drinken. Daarom hebben vrouwen een lagere aanbevolen
hoeveelheid dan mannen. In de dunne darm is de alcohol snel geabsorbeerd. Alcohol krijgt voorrang
op andere voedingsstoffen. Alcohol kan niet worden opgeslagen in het lichaam en is giftig voor het
lichaam.
Dikke mensen kunnen beter tegen drank
Pas na de maag krijgt de alcohol kans om in het bloed te komen. Alcohol verdeelt zich over het bloed.
Hoe meer bloed, hoe meer drank wordt verdund. Het maakt dus niet uit of je dun of dik bent. Dikkere
mensen hebben wel het nadeel dat hun lever aan het vervetten is, wat slecht is voor de levercellen.
Als de aangetaste lever dan alcohol moet afbreken, krijgen de kwetsbare cellen een extra klap. Dikke
mensen die een maagverkleining hebben ondergaan kunnen daarna slechter tegen alcohol, omdat de
alcohol niet of minder lang in de maag blijft. Er komt dus meer alcohol in het bloed.
Stofwisseling van alcohol