Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Tentamen (uitwerkingen)

OAT- oefentoets (jaar 1 fysiotherapie Avans)

Beoordeling
4.5
(8)
Verkocht
32
Pagina's
33
Cijfer
A
Geüpload op
21-10-2023
Geschreven in
2023/2024

Deze oefentoets bevat 200 multiple choice vragen mét antwoord over de eerstejaars leerstof die wordt getoetst in de OAT (jaar 2). Ik heb de vragen grotendeels zelf verzonnen en alle antwoorden zijn terug te vinden in de colleges en literatuur die op brightspace staan. Ik heb de OAT met een 8,2 gehaald. Hieronder een overzicht van de onderwerpen + het aantal vragen in de toets: Anatomie (15), Bindweefsel adaptatie (15), Spierfysiologie (10), Botfysiologie(10), Inleiding zenuwstelsel en modellen (10), Stabiliteit (5), Trainingsleer (10), Reflexmodel (10), Hiërarchisch model (5), Motoriek/ Heterarchisch (5), Tractus circulatorius (10), Tractus respiratorius (10), Bindweefsel herstel (5), Zenuwprikkelgeleiding en overdracht (15), Pijn (10), Pathologie knie, enkel, schouder (20), Piramidaal en extrapiramidaal systeem (6), CVA (9), Perifere motorische stoornissen (4), MS (6), Myelopathieën (5), Parkinson (5).... Succes met het maken van de oefentoets en OAT :)

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Oefentoets OAT 2 (leerstof uit jaar 1)

Blok 1
1. In welke bindweefselherstelfase gaat de plek van de schade meer pijn doen?
a. De ontstekingsfase
b. De proliferatiefase
c. De remodelleringsfase

2. In welke bindweefselherstelfase is zuurstof en vitamine C belangrijk?
a. De ontstekingsfase
b. De proliferatiefase
c. De remodelleringsfase

3. In welke bindweefselherstelfase moet je de aangedane plek met rust laten en koelen om pijn
te dempen?
a. De ontstekingsfase
b. De proliferatiefase
c. De remodelleringsfase

4. Wat gebeurt er in de remodelleringsfase?
a. Nieuwvorming van bloedvaten
b. Het aanmaken van nieuw weefsel
c. Het opruimen van beschadigde weefselresten
d. Het weefsel wordt versterkt

5. In welke bindweefselherstelfase kun je maar beter niet gaan roken?
a. De ontstekingsfase
b. De proliferatiefase
c. De remodeleringsfase

6. Hoelang duurt de ontstekingsfase?
a. 1 uur tot 3 dagen
b. 1 uur tot 7 dagen
c. 1 tot 7 dagen
d. 1 tot 3 dagen

7. Hoelang duurt de proliferatiefase?
a. 2 tot 15 dagen
b. 2 tot 14 dagen
c. 2 tot 28 dagen
d. 2 tot 21 dagen

8. Hoelang duurt de remodeleringsfase?
a. 7 dagen tot 6 maanden
b. 18 dagen tot jaren
c. 7 dagen tot jaren
d. 18 dagen tot 1 maand

,9. Wat moet je doen in de remodeleringsfase van spierletsel?
a. Elke dag rekken
b. Rust houden
c. Gezond eten
d. Trainen op kracht

10. Wat is de functie van de extracellulaire matrix?
a. Zorgt voor elasticiteit van weefsel in je lichaam
b. Verbinding tussen verschillende collagene vezels
c. Afbreken van weefsels
d. Zorgt voor bescherming van bloedvaten

11. Welk type collageen komt het meest voor in bindweefsels en wordt vaak geassocieerd met
fibroblasten?
a. Type I collageen
b. Type II collageen
c. Type III collageen
d. Type IV collageen

12. Welke van de volgende factoren kan de activiteit van fibroblasten beïnvloeden?
a. Elektrische stroom
b. Zuurstofconcentratie
c. Mechanische spanning
d. Kleur van omgevingslicht

13. Wat is de functie van type II collageen?
a. Zorgt voor stevigheid bij trekkracht
b. Speelt een rol bij de elasticiteit van weefsels
c. Absorberen van schok en compressiekracht
d. Het maken van Tanden

14. Wat is juist over matrixmetalloprotenease I (MMPI)?
a. MMPI zorgt voor het opruimen van overtollige collagene vezels
b. MMPI wordt gemaakt door de fibroblast
c. In oudere mensen kan de MMPI activiteit te hoog zijn
d. Alle antwoorden zijn juist

15. Wat is de functie van fibroblasten? (er zijn meerdere antwoorden goed)
a. Zorgen voor stabiliteit
b. Signalering
c. Communicatie
d. Mobiliteit
e. Het binden van water
f. Productie van extracellulaire matrix
g. Zorgt voor opruimwerkzaamheden

,16. Wat is de functie van de T tubuli?
a. Prikkel van zenuw doorgeven in de spier
b. Zorgt voor voeding in de spieren
c. Dit is het vlies wat om een spiervezel zit
d. Dit is het vlies wat om de hele spier zit

17. Waar heb je Calcium voor nodig bij spiercontractie?
a. Koppelt aan troponine en zorgt ervoor dat de bindingsplaatsen op het
myosinefilament vrijkomen
b. Koppelt aan troponine en zorgt ervoor dat de bindingsplaatsen op het actinefilament
vrijkomen
c. Koppelt aan het Sarcoplasmatisch reticulum en zorgt dat de bindingsplaatsen op het
myosinefilament vrijkomen
d. Koppelt aan het Sarcoplasmatisch reticulum en zorgt dat de bindingsplaatsen op het
actinefilament vrijkomen

18. Wat is de functie van ATP bij spiercontractie?
a. Zorgt bij loskoppeling van de myosinekoppen voor een power stroke
b. Zorgt voor de loskoppeling van de myosinekoppen met de actine
c. Zorgt bij loskoppeling van de actinekoppen voor een power stroke
d. Zorgt voor de loskoppeling van de actinekoppen met de myosine

19. Wat omhult het perimysium?
a. De spiervezels
b. De gehele spier
c. De spierfascikels
d. De myofibrillen

20. Wat is een motor unit?
a. Alle spiervezels die door één motorisch neuron worden geprikkeld
b. Alle spieren die voor één specifieke beweging zorgen (bv spieren voor
radiaaldeviatie)
c. Het motorisch neuron dat een groep spieren aanstuurt
d. De huidgebieden die verbonden zijn met één sensorisch neuron

21. Welke van onderstaande beweringen is juist?
a. Parallelgeschakelde spiervezels zijn de sterkste spieren in het lichaam
b. Parallelgeschakelde spiervezels hebben een grote dwarsdoornsede
c. Spieren met een grotere dwarsdoorsnede kunnen meer kracht leveren
d. Pennate/ gevederde spieren hebben een dezelfde dwarsdoorsnede als
parallelgeschakelde spieren

22. Wat is correct over type II spiervezels?
a. Vooral anaeroob
b. Vooral aeroob
c. Heeft een langzame contractiesnelheid
d. Heeft een groot uithoudingsvermogen

, 23. Welke van onderstaande beweringen is niet juist?
a. Een sarcomeer is de ruimte tussen 2 Z lijnen van een spiervezel
b. De myofibril is het contractiele element van een spiervezel
c. Myosinefilamenten worden ook wel dunne filamenten genoemd
d. Het sarcoplasmatisch reticulum bevat de calciumvoorraad van de spier

24. Welk type contractie kan de grootste weerstand leveren?
a. Concentrische contractie
b. Isometrische contractie
c. Proprioceptische contractie
d. Excentrische contractie

25. Wat is verminderde meeropbrengst?
a. Wordt gecreëerd wanneer het lichaam meer doet dan het gewend is
b. Als er te veel/ weinig tijd tussen twee trainingen zit gaat prestatieniveau niet of
minder omhoog
c. De grootste vooruitgang in krachttraining wordt in het begin geboekt
d. Na de herstelfase van een training is het weefsel meer belastbaar dan voorheen

26. Welke cel zorgt voor het opbouwen van botweefsel?
a. Osteoblast
b. Osteoclast
c. Osteocyt
d. Osteogast

27. Welk botweefsel heb je nodig voor buig- rotatie belasting?
a. Trabeculair bot
b. Spongiosa
c. Compacta
d. Sponsachtig bot

28. Wat is de functie van collageen en hydroxyapetiet?
a. hydroxyapetiet zorgt voor enige mate van vervorming in het bot en collageen zorgt
voor stevigheid
b. Collageen zit niet in het bot, botten bestaan alleen uit hydroxyapetiet
c. hydroxyapetiet zit niet in het bot, botten bestaan alleen uit collageen
d. Collageen zorgt voor enige mate van vervorming in het bot en hydroxyapetiet zorgt
voor stevigheid

29. Hoe noem je het collageen botweefsel?
a. Osteocyt
b. Osteoïd
c. Osteopiet
d. Collageen type 2

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
21 oktober 2023
Bestand laatst geupdate op
1 april 2024
Aantal pagina's
33
Geschreven in
2023/2024
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden

Onderwerpen

$8.96
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 32 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Beoordelingen van geverifieerde kopers

7 van 8 beoordelingen worden weergegeven
1 jaar geleden

1 jaar geleden

Ik hoor het graag als je feedback hebt

2 jaar geleden

2 jaar geleden

2 jaar geleden

2 jaar geleden

De vragen en antwoorden waren duidelijk en correct. heeft me door de toets geholpen

2 jaar geleden

2 jaar geleden

toets bevat alle aspecten die je moet weten voor de OAT.

4.5

8 beoordelingen

5
7
4
0
3
0
2
0
1
1
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
jensaerts Avans Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
46
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
29
Documenten
3
Laatst verkocht
1 maand geleden

4.5

8 beoordelingen

5
7
4
0
3
0
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen