Probleem 16. Feit of fictie?
1. Bestaan er verschillen in probleemgedrag tussen migranten en niet-migranten?
2. Hoe zijn mogelijke verschillen in probleemgedrag tussen groepen te verklaren?
Differences in problem behaviour among ethnic minority and
majority preschoolers in the Netherlands and the role of family
functioning and parenting factors as mediators: the Generation R
Study
Door I.J.E. Flink et al.
Inleiding. Preschoolers uit etnische minderheden vertonen meer
probleemgedrag dan prescoolers die tot een meerderheidsgroep behoren.
Vaak wordt dit verklaard d.m.v. socio-economische invloeden (bijv.
verschillen in inkomen en educatie). Toch blijft er ook een substantieel deel
van de associatie onverklaard. Gezinsfunctioneren en ouderschapsfactoren
verschillen tussen etnische minder- en meerderheidsgroepen waarbij
minderheidsgroepen meer risico lopen een slechter gezinsfunctioneren,
ouderschapsstress en hard ouderschap te vertonen. Alhoewel verschillen
deels verklaard kunnen worden door SES kunnen andere factoren (zoals
migratie en acculturatiestress) ook een rol spelen. Onderzoekdoelen. (1)
Verschilt het probleemgedrag op 3-jarige leeftijd tussen kinderen van NL
moeders en kinderen van etnische minderheidsmoeders? (2) Mediëren
moederlijke psychopathologie, gezinsfunctioneren, ouderlijke stress en
harde opvoeding de associatie tussen etnische minderheidsstatus en
probleemgedrag? (3) Verschillen probleemgedrag en de potentieel
mediërende rollen van gezinsfunctioneren en ouderschapsfactoren over
moederlijke generatie status? Hypotheses. (A) Etnische
minderheidskinderen (vooral die van eerste generatie immigrante
moeders) vertonen meer probleemgedrag dan NL kinderen. (B)
Gezinsfunctio-neren en ouderschapsfactoren mediëren deze associatie
deels en (C) mediatie door gezins-functioneren en ouderschapsfactoren is
sterker bij kinderen van eerste generatie immigranten dan bij kinderen
van tweede generatie immigranten dankzij de effecten van migratiestress.
Methode. Het uiteindelijke sample bestond uit 4282 kinderen. Data is
verkregen vanuit medische rapporten en verzameld d.m.v. prenatale en
postnatale vragenlijsten. (1) Moederlijke etnische achtergrond werd
bepaald door te kijken naar het geboorteland van de moeder en de ouders
(Als moeder of één van haar ouders buiten NL geboren waren, bepaalde
dit geboorteland de etniciteit. Bij twee in het buitenland geboren ouders,
gold het geboorteland van haar moeder). De eerste generatie betrof
1