Marokkaanse en Turkse migranten in Nederland beïnvloeden
Turkse/Marokkaanse arbeidsmigrantengroepen relatief meer benadeeld dan de andere drie grote
immigrantengroepen in Nederland: Nederlandse koloniën Indonesië, Suriname en Nederlandse
Antillen.
Gebruik gemaakt van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en gegevens verzameld in TIES-
onderzoek onder Turkse en Marokkaanse 2e generatie in NL.
Belangrijkste overgangspunten in schoolloopbanen
Het Nederlandse onderwijssysteem:
Vrijheid om school te kiezen op basis van iemands religieuze of ideologische voorkeur. Curriculum
overal hetzelfde en kosten erg laag of niet bestaand. Leerlingen kunnen doorstromen naar hoger
leertraject (‘lange route’ volgen). Middelbare scholen bieden zes trajecten aan:
2 voorbereidend op hoger onderwijs
Havo (5 jr) en Vwo (6 jr) voorbereidend op hogeschool (hbo) of wo (universiteit).
4 voorbereidend op middelbaar beroepsonderwijs
4 jr. Verschillende cognitieve en vaardigheidsniveaus. Praktijkonderwijs is laagste niveau voor
leerlingen met ernstige leer- en/of gedragsproblemen, speciale begeleiding. Ook vmbo-basis
is voor het lage beroepsonderwijs beide geven toegang tot tweejarig mbo-2-niveau
middelbaar beroepsonderwijs voorbereidend op ongeschoolde arbeid en is minimale niveau
voor betreden arbeidsmarkt (startkwalificatie). Vmbo-kader en vmbo-theoretisch wat hoger
en voorbereidend op mbo-opleidingen: mbo-3 (drie jaar) en mbo-4 (vier jaar). Na mbo-4
HBO mogelijk.
Schoolresultaten van de 2e generatie
Nationaal Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) publiceert updates van school- en
arbeidsmarktresultaten voor mensen van Turkse/Marokkaanse/Surinaamse/Antilliaanse afkomst.
Aanvullende informatie geleverd door andere SCP-rapporten. Meestal wel onderscheidt gemaakt
tussen 1e en 2e generatie (= iemand die in NL is geboren en waarvan 1 of beide ouders in buitenland
zijn geboren) en tussen mannen en vrouwen. Vergelijken met leerlingen met NL-afkomst.
Schoolresultaten Turkse/Marokkaanse 2e generatie vergelijkbaar. Bij kinderen van wie ouders uit
Suriname/Antillen komen percentage voortijdige schoolverlaters lager en vaker in hoger onderwijs.
Verklaring: betere SES van 1e generatie en veel vroege Antilliaanse migranten kwamen naar NL om te
studeren eerste golf migrantenelitemigratie.
Veel migranten ui Suriname en Antillen spreken NL.
Tussen Turkse en Marokkaanse 2e generatie veel polarisatie. Ene groep grote opwaartse
mobiliteitssprong in vergelijking met ouders, andere groep min of meer lage status ouders
overgenomen.
CBS/SCP-rapport over sociale en economische emancipatie van migrantenvrouwen (2016) geeft info
over genderverschillen. Marokkaanse en Turkse vrouwen 2 e generatie mannen in vrijwel alle
hogere opleidingen ingehaald. Gebeurde net iets eerder in Marokko dan in Turkije (meer sociale
controle, jonge meisjes vroeg trouwen en schoolverlaten).
Nu juist tegenovergesteld jongens eerder schoolverlaten. Trend dat vrouwen het beter doen deels
het resultaat van ervaringen van vroegere generaties. Voor sommigen jong trouwen ging mis
moesten voor zichzelf zorgen en hadden geen scholing gehad maakte andere mensen bewust dat
onderwijs belangrijk is. Ook bewijzen dat ze succesvol konden zijn op school en tegelijkertijd aanzien
konden behouden
Verschillen in schoolresultaten tussen 4 groepen deels verklaard door leeftijd, geslacht of
opleidingsniveau van ouders.
1