Bypass en dotteren online pp 18-10-17
Bypass operatie
Coronaire bypass operatie
- Plaatsen van een omleiding in een kransslagader of arterie coronaire
- Atherosclerose(aderverkalking) van de kransslagaders
o Hartspierweefsel ontvangt te weinig zuurstofrijk bloed
o Afsterven van hartspierweefsel (myocardiaal infarct)
- Ter voorkoming van een myocardiaal infarct = bloedtoevoer in de kransslagader wordt
helemaal afgesloten. -> litteken
- Na een myocardiaal infarct
Atherosclerose
- Kransslagaders rondom het hart aangetast.
- De binnenwand van de slagader wordt dikker en onregelmatig
- Bovendien vinden op sommige plaatsen van de vaatwand ophopingen plaats van vetten,
cholesterol en andere stoffen.
- Op deze manier wordt geleidelijk een zogenaamde ‘atherosclerotische plaque’ opgebouwd
die de bloedstroom belemmert.
- De gedeeltelijke blokkade van de bloedstroom kan uiteindelijk een myocardiaal infarct of een
andere ernstige doorbloedingsstoornis veroorzaken.
Dotteren – het plaatsen van een stent
- Doel: voorkomen van een myocardiaal infarct ten gevolge van artherosclerose van een
kransslagader of arterie coronaire.
- Hartkatheterisatie
o Bij een hartkatheterisatie wordt er een katheter door de huid geprikt en via een
bloedvat naar de kransslagaders gebracht.
o Daarna wordt er een röntgenfilmpje gemaakt om de conditie van de kransslagaders
te onderzoeken. Om de kransslagaders op een monitor zichtbaar te maken, wordt via
de punt van de katheter contrastvloeistof in de bloedstroom gespoten.
o Het bloed in de slagaders verschijnt als een schaduwbeeld op de monitor en
eventuele vernauwingen komen haarscherp aan het licht.
- Dotteren = hartkatheterisatie + ballonnetje + stent
o Via de katheter worden minuscule instrumenten naar de plaats van de vernauwing
geleid, waarbij de draad fungeert als een soort monorail
o De vernauwing wordt geopend, meestal met een ballonnetje maar soms ook door
een stolsel weg te zuigen. In bepaalde gevallen wordt er een stent geplaatst. De stent
is een soort steunkoud die zorgt dat de slagaderwand niet terugzakt, waardoor er een
nieuwe vernauwing zou kunnen ontstaan.
Bypass operatie
Coronaire bypass operatie
- Plaatsen van een omleiding in een kransslagader of arterie coronaire
- Atherosclerose(aderverkalking) van de kransslagaders
o Hartspierweefsel ontvangt te weinig zuurstofrijk bloed
o Afsterven van hartspierweefsel (myocardiaal infarct)
- Ter voorkoming van een myocardiaal infarct = bloedtoevoer in de kransslagader wordt
helemaal afgesloten. -> litteken
- Na een myocardiaal infarct
Atherosclerose
- Kransslagaders rondom het hart aangetast.
- De binnenwand van de slagader wordt dikker en onregelmatig
- Bovendien vinden op sommige plaatsen van de vaatwand ophopingen plaats van vetten,
cholesterol en andere stoffen.
- Op deze manier wordt geleidelijk een zogenaamde ‘atherosclerotische plaque’ opgebouwd
die de bloedstroom belemmert.
- De gedeeltelijke blokkade van de bloedstroom kan uiteindelijk een myocardiaal infarct of een
andere ernstige doorbloedingsstoornis veroorzaken.
Dotteren – het plaatsen van een stent
- Doel: voorkomen van een myocardiaal infarct ten gevolge van artherosclerose van een
kransslagader of arterie coronaire.
- Hartkatheterisatie
o Bij een hartkatheterisatie wordt er een katheter door de huid geprikt en via een
bloedvat naar de kransslagaders gebracht.
o Daarna wordt er een röntgenfilmpje gemaakt om de conditie van de kransslagaders
te onderzoeken. Om de kransslagaders op een monitor zichtbaar te maken, wordt via
de punt van de katheter contrastvloeistof in de bloedstroom gespoten.
o Het bloed in de slagaders verschijnt als een schaduwbeeld op de monitor en
eventuele vernauwingen komen haarscherp aan het licht.
- Dotteren = hartkatheterisatie + ballonnetje + stent
o Via de katheter worden minuscule instrumenten naar de plaats van de vernauwing
geleid, waarbij de draad fungeert als een soort monorail
o De vernauwing wordt geopend, meestal met een ballonnetje maar soms ook door
een stolsel weg te zuigen. In bepaalde gevallen wordt er een stent geplaatst. De stent
is een soort steunkoud die zorgt dat de slagaderwand niet terugzakt, waardoor er een
nieuwe vernauwing zou kunnen ontstaan.