Elke taal wordt gebruikt voor algemene communicatie. Een taal ontwikkelt zich natuurlijk
Natuurlijke taal en mensen kunnen over alles communiceren binnen hun ervaringswereld. Er
zijn verschillende soorten jargons naar aanleiding van het onderwerp.
- onderdeel van de natuurlijke taal
- dezelfde grammatica
Grammatica: structuur regels van een taal
Universalia: eigenschappen die alle talen hebben
1. alle talen bestaan uit kleine elementen (klanken of gebaren) waar grotere elemen
(woorden) uit worden gevormd.
2. Alle gesproken talen hebben klinkers en medeklinkers
3. ontkennen, vragen en bevelen geven
4. alle talen hebben woorden voor zwart en wit of donker en licht
Compositionaliteit: woorden kunnen gecombineerd worden met andere woorden en samen
een complexe boodschap vormen.
recursie: wanneer er in een lange zin steeds meer informatie wordt gegeven door te slaan
op de eerder gegeven informatie
de hond van de man met de hoed zonder veer
1.3 andere talen
Creativiteit: mensen beschikken over regels om steeds nieuwe mogelijke zinnen te kunnen
maken.
Bijen kunnen ook communiceren door bijvoorbeeld een dansje. Maar verschillend van
mensen kunnen ze alleen communiceren door een bepaalde trigger.
arbitrair: geen relatie tussen de vorm en het bijpassende woord
onomatopeeën: klanknabootsende woorden (relatie tussen de vorm (klank) en het woord)
kukeleku
bij gebarentaal:
iconische gebaren
kunsttalen: door mensen bewust ontworpen of geconstrueerd
- veranderen niet
- niet natuurlijk ontstaan
computertalen: 1 op 1 relatie tussen vorm en betekenis (ja/nee)
1.4 Verschillen
gesproken taal: auditief
gebarentaal: visueel