we gaan kijken naar de functie woordgroepen
7.2 Functies van woordgroepen binnen de zin
predikaat: drukt een relatie uit met andere woordgroepen in de zin of specificeert een
eigenschap van andere woordgroepen.
ww gezegde (- hulpww)
naamw deel v. gezgede
het woord zijn hoort automatisch bij het predikaat (Dus geen argument )
argument: verplichte woordgroep bij het predikaat
adjunct: niet-verplichte woordgroep bij het predikaat
7.3 Valentie
Valentie: een predikaat moet een bepaald aantal argumenten hebben.
afhankelijk van het aantal argumenten
- nulplaatsing
(het) regent
- eenplaatsing/ intransitief onovergangkelijk
Max loopt
- tweeplaatsing/ transitief / overgankelijk
Zij (is) met Eric
- drieplaatsing/ transitief / overgankelijk
Zij zette (het) boek (in de) kast
- vierplaatsing/ transitief / overgankelijk
Hij ruilt (het) boek (met) haar (voor het)tijdschrift
- meerplaatsing/ transitief / overgankelijk
7.4 Semantische rollen
semantische rollen: NP die entiteiten beschrijven
agens: de entiteit die de handeling verricht
patiens: de entiteit die de handeling ondergaat
recipiens: de entiteit die iets ontvangt
instrument: de entiteit waarmee de handeling wordt uitgevoerd
bron : de entiteit waaruit iets ontstaat
7.5 Grammaticale rollen
grammaticale rol:
subject/ onderwerp: de woordgroep die het perspectief bepaalt
actieve zin: de agens is het subject
passieve zin: de patiens is het subject
7.6 Het markeren van semantische en grammaticale rollen
7.2 Functies van woordgroepen binnen de zin
predikaat: drukt een relatie uit met andere woordgroepen in de zin of specificeert een
eigenschap van andere woordgroepen.
ww gezegde (- hulpww)
naamw deel v. gezgede
het woord zijn hoort automatisch bij het predikaat (Dus geen argument )
argument: verplichte woordgroep bij het predikaat
adjunct: niet-verplichte woordgroep bij het predikaat
7.3 Valentie
Valentie: een predikaat moet een bepaald aantal argumenten hebben.
afhankelijk van het aantal argumenten
- nulplaatsing
(het) regent
- eenplaatsing/ intransitief onovergangkelijk
Max loopt
- tweeplaatsing/ transitief / overgankelijk
Zij (is) met Eric
- drieplaatsing/ transitief / overgankelijk
Zij zette (het) boek (in de) kast
- vierplaatsing/ transitief / overgankelijk
Hij ruilt (het) boek (met) haar (voor het)tijdschrift
- meerplaatsing/ transitief / overgankelijk
7.4 Semantische rollen
semantische rollen: NP die entiteiten beschrijven
agens: de entiteit die de handeling verricht
patiens: de entiteit die de handeling ondergaat
recipiens: de entiteit die iets ontvangt
instrument: de entiteit waarmee de handeling wordt uitgevoerd
bron : de entiteit waaruit iets ontstaat
7.5 Grammaticale rollen
grammaticale rol:
subject/ onderwerp: de woordgroep die het perspectief bepaalt
actieve zin: de agens is het subject
passieve zin: de patiens is het subject
7.6 Het markeren van semantische en grammaticale rollen