12.2 De interne structuur van woorden
Geleed: morfologische structuur waar een interne geleding ins is(vorm dat bestaat uit
gecombineerde woorden)
ongeleed: hebben geen geledingen
morfeem: kleinste betekenisdragende eenheid
morfologie: woordvormingsleer
vrij morfeem: morfeem dat ook als zelfstandig woord voorkomt
gebonden morfeem: morfeem dat niet als zelfstandig woord voorkomt heid
12.3 De functies van woordvorming/ 12.4/ 12.5
drie functies van woordvorming
Derivatie / afleiding: er wordt een nieuw woord gevormd geleed+ongeleed
soms kan er geen derivatie worden gemaakt omdat
- lexicaal: er al een basisvorm van dit woord bestaat
- morfologisch: deze al geleed is
- fonologisch: er kunnen bijv. geen twee voorvoegsels zijn
- woordklasse: er kunnen geen andere woordklasse van gemaakt worden
maar de woordklasse kan ook veranderen
samenstelling: van twee woorden wordt een nieuw woord gevormd geleed+geleed
flexie: een woord wordt verbogen of vervoegd (ingepast in de grammaticale structuur)
stam: basis van een woord die hetzelfde blijft
paradigma: rijtje van vormen dat een woord kan aannemen
contextuele flexie: de vorm van het woord wordt bepaald door de grammaticale
omgeving
inherente flexie: wordt niet contextueel bepaald. mv
12.6 De vormen van de morfologie
affigering: het aanhechten van gebonden morfemen
affix: elementen die zich op affigeren
1. prefix: vooraan in het woord gedoe
2. infix: vindt plaats in de stam stampen
3. suffix: aan het einde van een woord werkt
4. circumfix: aan het eind en aan het begin van een stam gevogelte
reduplicatie: verdubbeling gadogado
conversie: er wordt geen gebruik gemaakt van een affix maar er is wel een verandering in
woordsoort
suppletie: vormen binnen een paradigma zijn niet van 1 stam af te leiden zijn
12.8 Verschillen tussen flexie en derivatie
1. productiviteit: de mate waarin een morfologisch proces op alle relevante gevallen is
toe te passen
flexie is vaak productief / derivatie niet
2. betekenisverschuiving
derivatie verschuiving of vernauwing v.d betekenis / flexie niet
Geleed: morfologische structuur waar een interne geleding ins is(vorm dat bestaat uit
gecombineerde woorden)
ongeleed: hebben geen geledingen
morfeem: kleinste betekenisdragende eenheid
morfologie: woordvormingsleer
vrij morfeem: morfeem dat ook als zelfstandig woord voorkomt
gebonden morfeem: morfeem dat niet als zelfstandig woord voorkomt heid
12.3 De functies van woordvorming/ 12.4/ 12.5
drie functies van woordvorming
Derivatie / afleiding: er wordt een nieuw woord gevormd geleed+ongeleed
soms kan er geen derivatie worden gemaakt omdat
- lexicaal: er al een basisvorm van dit woord bestaat
- morfologisch: deze al geleed is
- fonologisch: er kunnen bijv. geen twee voorvoegsels zijn
- woordklasse: er kunnen geen andere woordklasse van gemaakt worden
maar de woordklasse kan ook veranderen
samenstelling: van twee woorden wordt een nieuw woord gevormd geleed+geleed
flexie: een woord wordt verbogen of vervoegd (ingepast in de grammaticale structuur)
stam: basis van een woord die hetzelfde blijft
paradigma: rijtje van vormen dat een woord kan aannemen
contextuele flexie: de vorm van het woord wordt bepaald door de grammaticale
omgeving
inherente flexie: wordt niet contextueel bepaald. mv
12.6 De vormen van de morfologie
affigering: het aanhechten van gebonden morfemen
affix: elementen die zich op affigeren
1. prefix: vooraan in het woord gedoe
2. infix: vindt plaats in de stam stampen
3. suffix: aan het einde van een woord werkt
4. circumfix: aan het eind en aan het begin van een stam gevogelte
reduplicatie: verdubbeling gadogado
conversie: er wordt geen gebruik gemaakt van een affix maar er is wel een verandering in
woordsoort
suppletie: vormen binnen een paradigma zijn niet van 1 stam af te leiden zijn
12.8 Verschillen tussen flexie en derivatie
1. productiviteit: de mate waarin een morfologisch proces op alle relevante gevallen is
toe te passen
flexie is vaak productief / derivatie niet
2. betekenisverschuiving
derivatie verschuiving of vernauwing v.d betekenis / flexie niet