20.1 Het product
Materiële eigenschappen:
De eigenschappen die in het product zelf aanwezig zijn en de eigenschappen die de producent zelf heeft
toegevoegd.
Immateriële eigenschappen:
De eigenschappen die de consument aan het product verbindt, bijvoorbeeld status.
We bespreken een aantal onderdelen van productbeleid:
De kwaliteit is gedeeltelijk subjectief , afhankelijk van de eisen en de oordeel van de gebruiker.
Vormgeving speelt een grote rol (hoe het eruit ziet).
De verpakking heeft een technisch aspect en een commercieel aspect. Het technisch aspect is de noodzaak om
een product te verpakken vanuit een beschermingsoogpunt. Het commerciële aspect is het gebruiken van de
verpakking om de aandacht van het publiek te trekken.
Garantie.
Assortiment, bestaat uit producten die door de onderneming worden verkocht. De onderneming heeft een breed
assortiment als deze veel verschillende productgroepen aanbiedt. De onderneming heeft een smal assortiment als
er maar enkele productiegroepen worden aangeboden. Een aspect van het assortiment is de diepte, een diep
assortiment houdt in dat de onderneming van elke productgroep veel verschillende varianten aanbiedt. Bij een
ondiep assortiment biedt de onderneming maar één of enkele varianten aan.
20.2 Merk
A-merk: een bekend merk. Ze hebben een groot marktaandeel. Je vindt ze in de schappen meestal op ooghoogte.
B-merk: het is minder bekend dan een A-merk. Het product is goedkoper en op minder plaatsen te koop.
Paraplumerk: hierbij brengt de leverancier alle producten onder één naam op de markt.
Private label: een product dat de fabrikant maakt in opdracht van een derde. Het zijn vaak B-merken.
Huismerk: de producten worden onder de eigen naam van de detaillist aangeboden.
20.3 Prijsbeleid
Kostengeoriënteerde prijsbepaling, we nemen de kosten als basis.
Concurrentiegeoriënteerde prijsbepaling, de prijs wordt afgestemd op basis van die van de concurrenten.
Vraaggeoriënteerde prijsbepaling, de organisatie neemt de prijs die de consument wil betalen als uitgangspunt,
hierbij hebben we een aantal mogelijkheden:
- Penetratiepolitiek: de prijs van een nieuw product wordt zo laag mogelijk vast gesteld, waardoor er in korte
tijd een groot marktaandeel wordt bereikt. Daarna kan de onderneming op grotere schaal gaan produceren,
waardoor de kosten per product lager zijn.
- Afroompolitiek: de prijs begint hoog, wanneer de afzet lager wordt, stelt de onderneming een lagere prijs
vast.
- Psychologische prijzen: je blijft beneden een heel getal.
- Prijskortingen.