23.1 Verkoopprijs en omzetbelasting
De eenvoudigste methode om de verkoopprijs van een product te berekenen is bij een handelsonderneming om de
inkoopprijs te verhogen met een percentage van de inkoopprijs: de winstopslag. Dus verkoopprijs (exc. Omzetbelasting) =
inkoopprijs (exc. Omzetbelasting) + winstopslag. Brutoresultaat – kosten = winst. Bij een dienstverlenende onderneming die
levert op basis van uurtarieven noemen we het verschil tussen het gefactureerde uurtarief en de kosten voor dat uur het
brutoresultaat of brutomarge. Je kunt het winstpercentage ook berekenen als percentage van de verkoopprijs exc. Btw. De
toegevoegde waarde is de waarde die een bedrijf toevoegt aan een al bestaande waarde. De aan een onderneming in
rekening gebrachte omzetbelasting door leveranciers noemen we vooraftrek.
23.2 begroot resultaat voor belasting
Het voorcalculatorische resultaat voor belasting is het begrote of verwachte resultaat voor belasting van een onderneming.
We berekenen het resultaat voor belasting vooraf. Na afloop van de periode berekenen we het werkelijke resultaat voor
belasting. Dit heet de nacalculatie, we spreken dan van het nacalculatorische resultaat voor belasting. Dit noemen we ook
wel het gerealiseerde of werkelijke resultaat voor belasting. Om het verwachte resultaat voor belasting te kunnen
berekenen, hebben we gegevens nodig over de afzet (het aantal te verkopen producten), de verkoopprijs van een product,
de inkoopprijs (kostprijs) verkopen en de overige kosten. Met deze gegevens kunnen we het volgende berekenen:
- Omzet: afzet x verkoopprijs per stuk.
- Brutoresultaat: omzet – inkoopprijs verkopen.
- Resultaat voor belasting: brutoresultaat – overige kosten.
Het totale brutoresultaat noemen we ook wel de totale brutomarge of brutowinst. De kosten naast de inkoopprijs van een
onderneming noemen we ook wel bedrijfskosten. Financieringsresultaat = interestopbrengsten – interestkosten.
23.3 werkelijk resultaat voor belasting
De berekening van het werkelijke resultaat voor belasting gaat op dezelfde manier als bij het verwachte resultaat. Bij het
verwachte resultaat gebruikten we de geschatte cijfers en bij het werkelijke resultaat de werkelijke cijfers.
- Omzet: afzet x verkoopprijs per stuk.
- Brutoresultaat: omzet – inkoopprijs verkopen.
- Resultaat voor belasting: brutoresultaat – overige kosten.
23.4 Verschillenanalyse
Als we het werkelijke resultaat vergelijken met het verwachte resultaat voor belasting, kunnen we een analyse maken van
de verschillen. In een verschillenanalyse proberen we oorzaken te achterhalen waardoor er een verschil is ontstaan. De
uitkomsten plaatsen we vaak in een model. Een model zorgt ervoor dat cijfers overzichtelijk zijn weergegeven.
23.5 Verschillenanalyse dienstverlening
Als een dienstverlenende onderneming met een uurtarief werkt, verloopt de opstelling van de begrote en werkelijke winst
net zoals in de vorige paragraven. Het factuurtarief per uur kan je dan vergelijken met de verkoopprijs per stuk. Dit is anders
als een onderneming meerdere activiteiten verricht en de opbrengsten niet altijd of helemaal niet aan een uur zijn toe te
rekenen. In dat geval nemen we alle kosten en opbrengsten per categorie apart op. De nacalculatie verloopt zoveel mogelijk
op dezelfde manier als de voorcalculatie. Als deze bekend is, kunnen we de voor- en nacalculatie naast elkaar zetten en de
verschillen analyseren.