3.1.1 Bestemming, probleem en uitkomst.
Ongezonde relaties veroorzaken psychosociale problemen. Volgens Professor Nagy kun je
iedere relatie vanuit vier dimensies bekijken. Hij noemt dat de vier ‘relationele
werkelijkheden’:
1. FEITEN.
Gebeurtenissen die samenhangen met iemands levensverhaal, denk hier aan ras,
sekse, genetische aanleg, etniciteit etc. kortom: Objectiveerbare feiten die relationele
gevolgen kunnen hebben. Als je iemand wilt helpen is het goed om zijn levensverhaal
te kennen, dat helpt om de klacht te begrijpen. Je kunt aan het levensverhaal niets
veranderen, maar wel bedenken hoe je kunt veranderen dat het nog steeds invloed
heeft op een persoon.
2. INDIVIDUELE PSYCHOLOGIE.
Welke vermogens heeft iemand ontwikkeld om relaties aan te gaan (vertrouwen,
samenwerken, verantwoordelijkheid nemen etc.) Wie over deze vermogen beschikt,
kan gezonde relaties met andere aangaan en onderhouden. In gesprekken kun je deze
vermogens met je cliënt verbeteren.
3. SYSTEMEN VAN TRANSACTIONELE PATRONEN.
De invloed hoe mensen zich tot elkaar verhouden. door de systemen waar je deel
vanuit maakt, door je positie in communiceren en hoe mensen gewend zijn om met
elkaar te communiceren. Als helper moet je zicht krijgen op de relaties en hoe
degene in deze functioneert.
4. RELATIONELE ETHIEK.
Mensen komen in beweging door wat zij als rechtvaardig of onrechtvaardig ervaren in
hun geven en ontvangen. Het basispatroon laat zien welke manier mensen geven
hebben ontwikkeld en hoe zij voor een ander van betekenis willen zijn.
Het overgrote deel van de problemen waarmee mensen bij je komen, heeft een relationele
oorsprong. Je kunt ze begrijpen vanuit een of meer van deze vier relationele dimensies.
Relatie is de methode om iemand te helpen.
3.1.2 Werkplaats
Een relatie is een plaats van waaruit en waarbinnen je werkt, een werkplaats dus. In die
werkplaats help je de ander door twee soorten ervaringen mogelijk te maken:
A. Doormaken. De cliënt moet echt beleven wat er aan de hand is, niet alleen maar met
jou. Het gaat hier op kijken, zien en voelen:
Kijken: observeer de huidige realiteit.
Zien (bewust worden): help de ander zich met de realiteit te verbinden.