attitudes in the Netherlands
Een onderzoeks naar de veranderende reacties naar etnische minderheden in Nederland.
Korte geschiedenis:
1960: Turkse en Marokkaanse migranten naar nl voor werk: er werd gedacht dat ze kort
zouden blijven.
1970: familiereünie: familie van de migranten kwam naar Nederland. Nederlanders uit
Suriname kwamen ook naar Nederland.
1990: veel vluchtelingen uit Oost-Europa.
Op gebied van school, huizen en werk scoorden de migranten aanzienlijk lager dan de
etnische Nederlanders.
2002: na moord op Pim Fortuyn kwam er meer een Nederlandse identiteit dan een
perspectief op multiculturalisme.
- Etnische relaties werden slechter.
Twee verklaringen:
- Zorgen over materiele en economische interesse
- Conflicterende identiteiten en waarden.
Deze verklaren corresponderen met de realistic conflict theories (RCT) en Social identity
theorie (SIT).
- RCT: competitie rondom middelen (tussen groepen)
- SIT: het idee dat mensen zich identificeren met een andere groep en dus ook
disidentificeren met een andere groep.
Twee verschillende gronden over waarom je negatief bent over out-groups.
Er zijn twee factoren die etnische competitie verhogen:
- Immigratie: meer mensen maar minder middelen (huizen, banen)
- Niveau van werkloosheid: het creëert een situatie waarin een gelijk aantal mensen
verminderde middelen moeten delen.
De tekst bevat 3 studies:
Studie 1:
Hypothese 1: hoe hoger het niveau van etnische immigratie, hoe meer verspreid de steun
voor etnische discriminatie is. (p.271) klopt (p.277)
Hypothese 2: hoe hoger het niveau van werkloosheid, hoe meer verspreid de steun voor
etnische discriminatie is. (p.271) klopt niet (p.277)
Hypothese 3: hoe groter het aandeel van niet-Westerse minderheden in het land, hoe meer
verspreid de steun voor discriminatie is. (p.271) klopt niet (p.277)
Hypothese 4: hoe groter de recente groei van etnische immigratie is, hoe meer verspreid de
steun voor etnische discriminatie is. (p.272) klopt niet (p.277)
Hypothese 5: hoe groter de recente groei van werkloosheid is, hoe meer verspreid de steun
voor etnische discriminatie is. (p.272) klopt wel (p.277)
Hypothese 6: hoe hoger het niveau van etnische immigratie tijdens de vormende jaren van
een groep (cohort’s formative years), hoe meer verspreid de steun voor etnische
discriminatie is onder de mensen in die groep. (p.272) klopt (p.277)
Hypothese 7: hoe hoger het niveau van werkloosheid tijdens de vormende jaren van een
groep, hoe meer verspreid de steun voor etnische discriminatie is onder de mensen in die
groep. (p.272) klopt (p.277)
Steun voor discriminatie werd gemeten met een vragenlijst over verschillende situaties.
Indicator 1: niveau etnische migratie: land van afkomst
Indicator 2: niveau van werkloosheid: relatieve werkloosheid grafiek vergelijken
Indicator 3: verandering sociaal-historisch: gegevens van beide indicatoren vergelijken met
bestaande cijfers van 5 jaar terug.