Probleem 17. One size fits all?
1. Welke verschillen in hulpbehoefte bestaan er tussen migranten en niet-migranten?
2. Hoe zijn deze verschillen te verklaren?
3. Sluit de in NL geboden hulp aan op de hulpvraag van migranten?
4. Tegen welke problemen lopen migranten aan?
Naar Hollands gebruik? Diversiteit in jeugdbeleid (pp. 15-19)
Door A. van der Broek, E. Kleijnen & S. Keuzenkamp
Migrantenjeugd in NL. In Nederland is 16% (800 duizend) van de totale
bevolking van 0 tot 24 jaar van niet-westerse herkomst (met Turken: 165
duizend en Marokkanen: 170 duizend als grootste groep). De meeste zijn
geboren in NL en behoren tot de tweede generatie (90% van de Turken,
Marokkanen en Surinamers en 70% van de Antillianen). Naar verwachting
zal het nog steeds groeiende aantal niet westerse migranten na 2015
afnemen (vooral het aantal Turkse en Surinaamse jeugdigen zal slinken
vanwege minder migratie en een dalend kindertal). De groep overige niet
westerse migranten (280 duizend) zal naar verwachting de komende tien
jaar toenemen (tot 330 duizend) waarbij de grootste groepen van Irakese,
Afghaanse en Chinese afkomst zijn. Het aantal niet westerse jeugdigen dat
tot de derde generatie behoort, groeit maar is nog altijd bescheiden (in
2009 zo’n 55 duizend personen).
Jeugdigen van niet westerse afkomt krijgen beleidsmatig veel
aandacht (bijv. vanwege onderwijsachterstand, relatief hoge
jeugdwerkloosheid en hoge criminaliteitscijfers bij vooral Marokkaanse en
Antilliaanse jongeren). Minister Rouvoet (Jeugd en Gezin) bracht in 2007
de nota Alle kansen voor alle kinderen uit: een beleidsprogramma van
Jeugd en Gezin waarin centraal staat dat alle jeugdigen kansen moeten
krijgen om zich goed te kunnen ontwikkelen, ongeacht hun culturele
achtergrond of handicap (hiervoor zijn zes voorwaarden gedefinieerd,
namelijk gezond opgroeien, veilig opgroeien, een steentje bijdragen aan
de maatschappij, talenten ontwikkelen, goed voorbereid zijn op de
toekomst en plezier hebben). In dit kader is het actieprogramma
Diversiteit in het Jeugdbeleid opgesteld. Doelen van het programma zijn
dat allochtone kinderen en hun ouders even goed bereikt worden door
algemene voorzieningen als autochtonen, dat migrant- ouders en
professionals opvoed- en ontwikkelingsproblemen vroeg signaleren en
aanpakken en dat (preventieve) interventies effectief zijn bij
migrantenjeugdigen en hun ouders.
1