§3 De geschiedenis van het Nederlands (handboek p. 18 t/m 21)
Aantekeningen in de les:
Vroege Middeleeuwen 500 - 1000
Hoge Middeleeuwen 1000 - 1300
Late Middeleeuwen 1300 - 1500
Diets = verzameling dialecten
Latijn = standaardtaal
orale traditie → verhalen werden mond tot mond doorgegeven (spreken)
handschriften → werden vooral door monniken geschreven in kloosters (schrijven)
Samenvatting:
Talen veranderen voortdurend en iedere taal heeft een eigen, kleurrijke geschiedenis (en toekomst). In Nederland wordt niet één algemene taal
gesproken, maar een verzameling van dialecten, waarvan de sprekers elkaar min of meer verstaan.
Het oudste Nederlands
Germaanse stammen verspreiden zich en de verschillende West-Germaanse dialecten ontwikkelen zich onafhankelijk verder van elkaar. Dit is de
start van Nederlands.
De verzameling van dialecten op dat moment = Oudnederlands
Vlaams
De dialecten die in de late middeleeuwen worden gesproken, noemen we nu Middelnederlands. Vlaams zal de grootste invloed hebben op de
ontwikkeling van Nederlands. Vlaanderen is in de 13e eeuw het economisch centrum van Europa.
In tijden van rijkdom krijgt literatuur de kans te bloeien. Literaire teksten verspreiden zich naar andere gebieden, taalgebruikers in die gebieden
komen zo in aanraking met nieuwe talen en nemen woorden en zinsconstructies over.
Positie volkstaal
Eind 13e eeuw gaat men voor het eerst de volkstaal gebruiken voor officiële documenten. In de 15e eeuw worden de Nederlanden voor het eerst
verenigd.
In de 16e eeuw wint de volkstaal echter steeds meer terrein ten opzichte van het Latijn en ontstaat een behoefte aan één standaardtaal voor heel
de Nederlanden.
Verkopers en hervormers
In de 16e eeuw maakt de boekdrukkunst haar opmars en meer mensen komen in aanraking met geschreven taal. De reformatie heeft veel
invloed op de Nederlandse taal, Luther en Calvijn pleiten voor een kerk die ieders taal spreekt, ipv alleen Latijn.
Nederlanders
Vanaf 1655 komen de Nederlanden in opstand tegen de Spaanse heerschappij.
Het economische en culturele centrum schuift naar Holland, zij worden bepalend voor de ontwikkeling van het Nederlands.
Taalbouwers
De Nederlandse taal hangt samen met de identiteits van de jonge Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Mensen gaan bewust denken
hoe een standaardtaal eruit ziet.
In de 17e en 18e eeuw verschijnen spellinggidsen, die gebaseerd zijn op het Hollandse dialect. Het gevolg is dat de schrijftaal er steeds
uniformer uit begint te zien.
Standaardschrijfttaal
In 1804 publiceert hoogleraar Siegenbeek de eerste officiële spelling. De eigen taal ziet men als een belangrijk onderdeel van de nationale
identiteit. Daarom komt het onderwijs in de ‘eigen’ Nederlandse taal in die periode op gang. In 1864 wordt Nederlands een verplicht schoolvak,
, waardoor steeds meer mensen het Standaardnederlands leren.
Standaardspreektaal
In de 19e eeuw ontstaat ook een gesproken standaardtaal en in 1891 duikt voor het eerst de term Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) op.
Dat steeds meer mensen de standaardtaal spreken en schrijven heeft te maken, met het nationaal bewustzijn, maar ook door praktische
oorzaken. Industrialisatie → platteland naar stad en meer mobiliteit. Zo komen mensen uit verschillende regio’s steeds meer met elkaar in
contact.
In 1900 wordt de schoolplicht ingevoerd. Halverwege de 20ste eeuw is het Standaardnederlands volledig ingeburgerd. Taal is constant in
beweging.
§17 Nederlandse literatuurgeschiedenis (handboek p. 184 t/m 185)
Aantekeningen in de les:
Waarom literatuurgeschiedenis?
- Geen inzicht in belevingswereld van mensen uit de tijd zelf. → ideeën uit die tijd zijn uitgangspunt literatuurgeschiedenis in KERN - kijk
maar naar de titels van de paragrafen.
- Helpt hedendaagse zienswijzen en gebeurtenissen te begrijpen.
Proef op de som: Kan je aan een tekst zien uit welke tijd die komt?
- Ja, omdat je de oude Nederlandse taal kan herkennen of de tegenwoordige taalgebruik.
Samenvatting:
Verhalen, gedichten en toneelstukken die vanaf de middeleeuwen in het Nederlands zijn geschreven, weerspiegelen de veranderingen in ons
wereld- en mensbeeld.
Verschillende perspectieven
Voor elke geschiedenis geldt, dat die gekleurd wordt door de kennis en visie van de makers. Zo zal een geschiedschrijver uit de 18e eeuw heel
anders schrijven over slavernij en het kolonialisme dan een historicus uit de 21e eeuw. Vanaf 1888 zijn meerdere Nederlandse
literatuurgeschiedenissen geconstrueerd.
Ideeën, periodisering en afbakening
In de westerse cultuurgeschiedenis worden stromingen als renaissance, romantiek en realisme sterk gekleurd door een overkoepelend idee, een
bepaalde denk- en zienswijze. Zo’n idee is vaak filosofisch en geeft inzicht in hoe mensen in een bepaalde tijd dachten en tegen het leven
aankeken.
De verlichting (1700-1800) = dat de mens en maatschappij maakbaar zijn.
In het heden is het verleden nog aanwezig en dat heden bevat ook al de kiemen van de toekomst. Bewegingen in NL staan vooral onder invloed
van het wereld- en mensbeeld in de landen om ons heen: België, Frankrijk, Duitsland, Engeland en Amerika.
Literair erfgoed
Af en toe verschijnen er speciale lijsten met de meest waardevolle boeken uit de Nederlandse literatuur. Een dergelijke lijst noem je een canon.
Het zijn de taalschatten die samen het literair erfgoed van de Nederlandse cultuur vormen en in het onderwijs wordt doorgegeven aan volgende
generaties.
MIDDELEEUWEN
§18 Gedenk te sterven (handboek p. 186 t/m 191)
Aantekeningen in de les:
Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu wat unbidan we nu?