Leerdoelen zijn
1. Hoe de indeling van het BW is en welke systematiek daaraan ten grondslag ligt;
2. Wat een objectief recht is;
3. Wat een subjectief recht is;
4. Wat een rechtsfeit is;
5. Wat een niet-rechtsfeit is;
6. Wat een bloot rechtsfeit is;
7. Wat een rechtshandeling is;
8. Wat een feitelijk handelen is;
9. Wat een regel van aanvullend recht is;
10. Wat een regel van dwingend recht is;
11. Wat het criterium is voor het onderscheid tussen een regel van aanvullend recht en een
regel van dwingend recht;
12. Wat een rechtssubject is;
13. Wat een rechtsobject is;
14. Welke categorieën van rechtssubjecten ons recht kent;
15. Wat het object van een recht is;
16. Wat een objectief vermogensrecht is;
17. Wat een subjectief vermogensrecht is;
18. Welke betekenissen het begrip ‘vermogen’ kan hebben;
19. Wat verstaan wordt onder het begrip ‘goed’;
20. Wat verstaan word onder het begrip ‘zaak’;
21. Wat verstaan wordt onder het begrip ‘vermogensrecht’;
22. Wat het goederenrecht inhoudt en wat het verbintenissenrecht inhoudt;
23. Waarin het onderscheid is gelegen tussen het goederenrecht en het verbintenissenrecht.
HET ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN HET BW
Het eerste BW dateert van 1838.
In 1947 is bij KB aan prof. Meijers, hoogleraar burgerlijk recht, de opdracht gegeven om
een nieuw Burgerlijkwetboek te ontwerpen.
In 1992 zijn de Boeken 3, 5 en 6 ingevoerd en een gedeelte van boek 7.
Boek 1 en Boek 2 waren in werking sinds 1970 en respectievelijk 1976.
Boek 8 is in werking getreden in 1991.
ARGUMENTEN OM EEN NWB IN TE VOEREN WAREN:
1/13
, 1. De onoverzichtelijkheid van de verspreiding van het privaatrecht over twee wetboeken
(BW en het Wetboek van Koophandel);
2. De sterke veroudering van het BW van 1838
3. De invloeden van de maatschappelijke ontwikkelingen die het burgerlijk recht sinds 1838
had ondergaan.
VOOR DE LANGE DUUR VAN DE INWERKING TREDING VAN HET NWB ZIJN
REDENEN:
1. De ontwikkeling van de maatschappelijke en juridische opvatting;
2. De wisselende waardering van de politiek voor het project.
SCHEMATISCH ZIET DE INDELING VAN HET BW
Personenrecht a. Boek 1 : Personen- en familierecht
b. Boek 2 : Rechtspersonenrecht
Vermogensrecht
1. Algemeen deel a. Boek 3 : Vermogensrecht in het algemeen
b. Boek 4 : Erfrecht
2. Bijzonder deel a. Boek 5 : Zakelijke rechten
b. Boek 6 : Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
c. Boek 7 : Bijzondere overeenkomsten
d. Boek 8 : Verkeersmiddelen en vervoer
e. Boek 9 : Rechten op voortbrengselen van de geest
f. Boek 10 : International privaatrecht
SYSTEMATIEK VAN HET BW
Aan de indeling van het wetboek liggen twee hoofdprincipes ten grondslag:
a. Het onderscheid personenrecht en vermogensrecht;
b. Binnen het vermogensrecht het onderscheid in een algemeen en een bijzonder deel.
VERMOGENSRECHT
Het algemeen deel van het vermogensrecht is te vinden in boek 3 en boek 4 BW;
De bijzondere delen van het vermogensrecht is te vinden in boek 5 tot en met 9 BW.
2/13