Hersenen en gedrag
Hoofdstuk 1: Hoe en wat, neurowetenschap......................................................................2
1.1 Vorm en functie van het neuron.............................................................................................2
1.2 Anatomie van het zenuwstelsel..............................................................................................2
1.3 Anatomie van het brein: hemisferen en verbindingsroutes.....................................................2
1.4 Anatomie van het brein: drie delen van de hersenen..............................................................3
1.5 Anatomie van het brein: het limbisch systeem.......................................................................4
1.6 Methoden: experimenteel uitschakelen en stimuleren van hersengebieden..........................4
1.7 Methoden: registreren van hersenactiviteit............................................................................4
1.8 Methoden: het analyseren van hersenactiviteit......................................................................5
1.9 Methoden: het stimuleren van hersenactiviteit......................................................................5
1.10 Conclusie: disciplinaire gelaagdheid van hersenonderzoek...................................................5
Hoofdstuk 3: Het brein als zakmes......................................................................................6
3.1 Darwins theorie: natuurlijke selectie......................................................................................6
3.2 Darwins theorie: seksuele selectie..........................................................................................6
3.3 Evolutie na Darwin..................................................................................................................6
3.4 Het begin: vergelijkende psychologie en cognitieve archeologie.............................................6
3.5 Brein als zakmes: uitgangspunten van evolutionaire psychologie...........................................7
Hoofdstuk 4: Visuele waarneming......................................................................................8
4.1 De neurale hiërarchie van visuele waarneming.......................................................................8
4.2 Complexe visuele perceptie: herkennen van gezichten...........................................................8
4.3 Bottom-up versus top-down...................................................................................................8
4.4 De rol van aandacht in visuele perceptie.................................................................................9
Hoofdstuk 6: Het emotionele brein...................................................................................10
6.1 Grip op gevoel?.....................................................................................................................10
6.2 Wat zijn emoties? Drie theorieën:.........................................................................................10
6.3 Angst naar relevantie: amygdala als emotiecentrum?...........................................................10
6.4 Emoties in de cortex..............................................................................................................11
Hoofdstuk 7: Het taalinstinct............................................................................................12
7.1 Evolutie van taal...................................................................................................................12
7.2 Belichaamde semantiek........................................................................................................12
7.3 Taal in context.......................................................................................................................12
1
Hersenen & Gedrag, oktober 23
Hoofdstukken 1, 3, 4, 6 en 7 Hersenwerk – Neurowetenschappen in 21e eeuw – V/d Linden
, Hoofdstuk 1: Hoe en wat, neurowetenschap
1.1 Vorm en functie van het neuron
Zenuwstelsel speelt coördinerende rol = brein + ruggenmerg + zenuwen
Informatie wordt doorgegeven via neuronen met boomachtige structuur. Een zijde bevat dendrieten,
andere zijde bevat 1 axon.
Neuron kan zich in twee staten bevinden:
- Rustpotentiaal -> bij geen prikkeling
dendrieten
- Actiepotentiaal -> dendrieten worden
geprikkeld door natriumionen.
De golf (prikkeling) eindigt bij presynaptische
eindknoppen, deze geven neurotransmitter af
die weer wordt opgepikt door post-synaptische
receptoren van een volg neuron.
Neurotransmitters zijn bijvoorbeeld dopamine,
adrenaline en serotonine.
1.2 Anatomie van het zenuwstelsel
Centrale zenuwstelsel (CZS) = brein + ruggenmerg
Perifere zenuwstelsel = zenuwen buiten CZS.
- Somatisch zenuwstelsel = neuronen naar klieren en spieren
- Autonome zenuwstelsel = hart en andere organen
o Sympatische zenuwstelsel = voorbereiden van de
activiteit
o Parasympatische zenuwstelsel = na activiteit tot rust
komen
1.3 Anatomie van het brein: hemisferen en
verbindingsroutes
Mediaal = midden, lateraal = buitenkant. Ventraal = onderzijde,
dorsaal = bovenzijde. Anterieur = voorzijde, posterieur =
achterzijde.
Brein wordt door longitudinale fissuur in twee cerebrale
hemisferen verdeeld (hersenhelft). Verbindingsroutes zijn corpus
callosum, cingulum en commisura anterior.
Cellichamen van neuronen noemen we grijze stof.
Laterisatie van functies = verschillende hersenhelften voeren
verschillende taken uit. Vaak is dat contralateraal (dus je rechter
hersenhelft wordt gebruikt voor je linkerarm)
2
Hersenen & Gedrag, oktober 23
Hoofdstukken 1, 3, 4, 6 en 7 Hersenwerk – Neurowetenschappen in 21e eeuw – V/d Linden
Hoofdstuk 1: Hoe en wat, neurowetenschap......................................................................2
1.1 Vorm en functie van het neuron.............................................................................................2
1.2 Anatomie van het zenuwstelsel..............................................................................................2
1.3 Anatomie van het brein: hemisferen en verbindingsroutes.....................................................2
1.4 Anatomie van het brein: drie delen van de hersenen..............................................................3
1.5 Anatomie van het brein: het limbisch systeem.......................................................................4
1.6 Methoden: experimenteel uitschakelen en stimuleren van hersengebieden..........................4
1.7 Methoden: registreren van hersenactiviteit............................................................................4
1.8 Methoden: het analyseren van hersenactiviteit......................................................................5
1.9 Methoden: het stimuleren van hersenactiviteit......................................................................5
1.10 Conclusie: disciplinaire gelaagdheid van hersenonderzoek...................................................5
Hoofdstuk 3: Het brein als zakmes......................................................................................6
3.1 Darwins theorie: natuurlijke selectie......................................................................................6
3.2 Darwins theorie: seksuele selectie..........................................................................................6
3.3 Evolutie na Darwin..................................................................................................................6
3.4 Het begin: vergelijkende psychologie en cognitieve archeologie.............................................6
3.5 Brein als zakmes: uitgangspunten van evolutionaire psychologie...........................................7
Hoofdstuk 4: Visuele waarneming......................................................................................8
4.1 De neurale hiërarchie van visuele waarneming.......................................................................8
4.2 Complexe visuele perceptie: herkennen van gezichten...........................................................8
4.3 Bottom-up versus top-down...................................................................................................8
4.4 De rol van aandacht in visuele perceptie.................................................................................9
Hoofdstuk 6: Het emotionele brein...................................................................................10
6.1 Grip op gevoel?.....................................................................................................................10
6.2 Wat zijn emoties? Drie theorieën:.........................................................................................10
6.3 Angst naar relevantie: amygdala als emotiecentrum?...........................................................10
6.4 Emoties in de cortex..............................................................................................................11
Hoofdstuk 7: Het taalinstinct............................................................................................12
7.1 Evolutie van taal...................................................................................................................12
7.2 Belichaamde semantiek........................................................................................................12
7.3 Taal in context.......................................................................................................................12
1
Hersenen & Gedrag, oktober 23
Hoofdstukken 1, 3, 4, 6 en 7 Hersenwerk – Neurowetenschappen in 21e eeuw – V/d Linden
, Hoofdstuk 1: Hoe en wat, neurowetenschap
1.1 Vorm en functie van het neuron
Zenuwstelsel speelt coördinerende rol = brein + ruggenmerg + zenuwen
Informatie wordt doorgegeven via neuronen met boomachtige structuur. Een zijde bevat dendrieten,
andere zijde bevat 1 axon.
Neuron kan zich in twee staten bevinden:
- Rustpotentiaal -> bij geen prikkeling
dendrieten
- Actiepotentiaal -> dendrieten worden
geprikkeld door natriumionen.
De golf (prikkeling) eindigt bij presynaptische
eindknoppen, deze geven neurotransmitter af
die weer wordt opgepikt door post-synaptische
receptoren van een volg neuron.
Neurotransmitters zijn bijvoorbeeld dopamine,
adrenaline en serotonine.
1.2 Anatomie van het zenuwstelsel
Centrale zenuwstelsel (CZS) = brein + ruggenmerg
Perifere zenuwstelsel = zenuwen buiten CZS.
- Somatisch zenuwstelsel = neuronen naar klieren en spieren
- Autonome zenuwstelsel = hart en andere organen
o Sympatische zenuwstelsel = voorbereiden van de
activiteit
o Parasympatische zenuwstelsel = na activiteit tot rust
komen
1.3 Anatomie van het brein: hemisferen en
verbindingsroutes
Mediaal = midden, lateraal = buitenkant. Ventraal = onderzijde,
dorsaal = bovenzijde. Anterieur = voorzijde, posterieur =
achterzijde.
Brein wordt door longitudinale fissuur in twee cerebrale
hemisferen verdeeld (hersenhelft). Verbindingsroutes zijn corpus
callosum, cingulum en commisura anterior.
Cellichamen van neuronen noemen we grijze stof.
Laterisatie van functies = verschillende hersenhelften voeren
verschillende taken uit. Vaak is dat contralateraal (dus je rechter
hersenhelft wordt gebruikt voor je linkerarm)
2
Hersenen & Gedrag, oktober 23
Hoofdstukken 1, 3, 4, 6 en 7 Hersenwerk – Neurowetenschappen in 21e eeuw – V/d Linden