Hoofdstuk 1 t/m 7.
Marketing is dat we als individu door de samenleving lopen en onze keuzes maken en dit zijn er meer
dan duizend per dag.
Doordat er zoveel producten/keuzes zijn is het moeilijk om te kiezen > consumentenprobleem.
Een productprobleem: consumenten zijn erg specifiek dus is het moeilijk om een product te maken
dat aanslaat bij de consument.
Guerrillamarketing is dat je bijna soms op een illegale manier je product aandacht geeft. Een goede
marketeer weet technieken van de marketing, zoals”
- Marketingsstrategieën, internet, etc.
- Wiskunde, rekenen, winst berekenen, onderzoeken, statistiek.
- Weten doe de mens werkt, de mens staat centraal, etc.
Nut van consumentengedrag:
- Aankoop van een product is een complex proces.
- Gebruik van wetenschap om mensen te analyseren.
- Ethiek: hoe verandert een product de mens?
- Wat is de mens? Zowel subjectief als objectief.
Psychologie.
- Onderzoek van persoonlijkheid en gedrag van het individu.
- Bewuste en onbewuste motivaties van mensen die gedrag aansturen.
Verschillende vormen van psychologie:
- Ontwikkelingspsychologie.
- Leerpsychologie.
- Neuropsychologie.
- Sociale psychologie.
- Persoonlijkheidsleer.
1900, Freud.
- Volgens Freud wordt een persoonlijkheid gevormd door een onbewust conflict in iemands
psyché.
- Het ID: dit is de drang voor seksualiteit, drinken, eten, etc.
- Het superego: normen en waarden. Dit zegt dat de drang niet goed is.
- ^^^^ die heb je, zodat het ‘’ego’’ hieronder normaal is.
- Het ego: deze zorgt ervoor op een normale manier je behoefte vervult kan worden.
Voorbeeld: ID zegt: ik wil knikkers stelen, Super Ego zegt: stelen is verkeerd. Ego zegt: zoek een baan
en koop de knikkers.
Er lijkt wel wat in te zitten, maar volgens hedendaagse psychologische maatstaven niet echt
wetenschappelijk meer. Freud zegt ook eigenlijk dat iedereen van nature slecht is en door een
combinatie van het ID, Superego en Ego, worden persoonlijkheden gevormd. Dit is niet waar.
Heden persoonlijkheidsvorming:
Er zijn tegenwoordig veel indelingen van persoonlijkheid. Vaak gebaseerd op 5
persoonlijkheidskenmerken. De BIG 5:
- Extraversie-introversie.
- Mildheid-vijandig zijn.
- Ordelijkheid-chaotisch.
- Emotioneel stabiel- neurotisch
- Openstaan voor ervaringen-behoudend zijn.
, Volgens psychologen is de BIG 5 in zeker mate bij iedereen te bekennen.
Motivatie.
De mens heeft nu veel vrije tijd. Motivatie is bij individu bestaande kracht achter het handelen,
gericht op het bevredigen van behoefte.
interne prikkels = omdat je het wilt kunnen.
Externe prikkels = je doet het om status/waardering te krijgen.
Motivatie richt zich op handelen van een individu op een doel.
Motivatie is een continu proces dat nooit overgaat.
Wanneer je je behoefte hebt bevredigd komt er iets nieuws.
Voorbeeld van doelen:
- Macht, vriendschap, status, tegengaan van honger, etc.
Motivatie kan ook breder getrokken worden, zoals wat is jullie motivatie om iets te doen wat je nu
doet, bijvoorbeeld: deze studie.
Behoefte hiërarchie van Maslow.
Om echt tot gedrag te komen moet je het ook kunnen, er moet een trigger zijn.
Vier hoofdcategorieën van gedrag:
- Communicatiegedrag en beslissen over aankoop.
- Koopgedrag
- Gebruiksgedrag
- Afdankgedrag.
Waarnemen en verwerken van info:
Fysieke-, sociale of marketingomgeving.
Stimuli.
Exposure > zintuigen.
Aandacht (langetermijngeheugen, details, etc.).
Begrip interpretatie > kennisstructuren, bestaande uit betekenissen, opvattingen en gevoelens.
Onthouden. > kennisstructuren, bestaande uit betekenissen, opvattingen en gevoelens.
Het informatieverwerkingsproces.
-perceptieproces
-geheugenproces.
Twee groepen spelen een rol
Exposure: zintuigelijke gewaarwording.
- Een zintuig is een gespecialiseerd orgaansysteem dat een organisme in staat stelt tot
perceptie van bepaalde voor het zintuig specifieke stimuli.
Aristoteles: 5 zintuigen.
Wat verklaart fantoomgevoel? (gevoel in een geamputeerde ledemaat?)
A) Psychisch proces. Je ‘’mist’’ je ledemaat.
B) De zenuw v/d ledemaat blijft prikkels afgeven.
C) Het gebied in je hersenen v/d ledemaat wordt overgenomen.
Linker en rechter helft: lateraliteit.
Ze hebben allebei verschillende ‘’taken’’.
Links: spaakcentrum, aansturing rechterhand.
>minder goed prater als je iets aan het doen bent met rechts.