H5 & H9 missen dus.
Hoofdstuk 1
De definitie van marketing: dit is een sociaal en managementproces waardoor individuen en groepen
krijgen wat ze nodig hebben en willen door het creëren en met elkaar uitwisselen van producten en
waarde. Het doel is om de klant zo goed te kennen en begrijpen dat het product of de dienst bij hem
past en zichzelf verkoopt.
Online marketing is een proces waarbij organisaties en bestaande of potentiële klanten via internet
waarden en producten creëren en met elkaar uitwisselen. >>> tussen e-commerce en e-business in.
Online is een situatie waarbij er verbinding is tussen computers. Dit kan via computer, kabel en
modem, tablet en een wifiverbinding, telefonisch, etc.
Verschil online marketing, e-commerce en e-business:
-e-commerce: hierbij gaat het om de verkoop van producten of diensten via het internet. Transacties
en wijzigingen worden via een website afgerond door klanten. >>> het minst breedst
-e-business: ondernemen met behulp van digitale technieken. Het gaat hier niet alleen om de
interactie met markten, maar om het adequaat inrichten van alle processen die de organisatie in staat
stellen om haar producten te maken of diensten te verlenen. >>>het breedst
Individuele marketing: het doel is het volledig op maat maken van producten of
marketinginspanningen voor een individuele klant. Bedrijven slaan informatie op over individuen en
zo kan er ‘’maatwerk’’ geleverd worden. Een ander woord voor een aanbod op maat = individuele
propositie. Internet maakt geïndividualiseerde productie gemakkelijker.
Je kan verschillende soorten websites hebben:
-corporate sites: het doel is de interactie tussen de organisatie en de verschillende stakeholders, zoals
klanten, medewerkers, pers en aandeelhouders te ondersteunen.
-webshops: zijn online winkels of verkoopsites, waar producten kunnen worden bekeken en besteld.
-communicatiesites: vertellen de bezoekers meer over de producten of diensten van de aanbieder.
Ook bied de website bijvoorbeeld lijsten met winkels aan waar het product gekocht kan worden.
-lead generation site: als een site het specifieke doel heeft om in contact te komen met potentiële
klanten dan noem je een site lead generation site.
-merksites of branding sites: hebben als doel merkkenis en merkperceptie te verbeteren.
-dienstverleningssites: geven niet alleen informatie, maar spelen een rol in het productieproces van
de organisatie. Online bankieren, marktplaats.nl en sites van kranten.
-portals: geven een overzicht van websites voor specifieke doelgroepen of met een bepaald
onderwerp. VB: startpagina.nl
-inhoudsites of publicatiesites: geven de bezoekers informatie. Dit kunnen actualiteiten zijn, maar ook
informatie voor specifieke doelgroepen of specifieke situaties.
5S-Model: er zijn 5 doelen voor initiatieven op het gebied van online marketing volgens Chaffey:
-sell: de verkopen laten groeien door nieuwe markten te benaderen of nieuwe producten te
ontwikkelen.
-speak: initiatieven om beter met (potentiële) klanten te communiceren
-serve: verbeteren van de klantenservice
-save: kostenreductie door het gebruik van digitale media
-sizzle: initiatieven om het merk te ondersteunen
,De marketingmix: is een van de meest gebruikte concepten uit de marketingtheorie. De marketeer
zou als een kok vier elementen met elkaar moeten vermengen om te komen tot een aanbod met de
optimale ‘’smaak’’ voor de consument.
De 4 p’s:
-product
-prijs
-plaats
-promotie
Er zijn nu ook de 4 c’s: dit is dat marketing zich heeft ontwikkeld van een techniek om een product
aan de man te brengen tot een filosofie om de klant voor zicht te winnen en aan zich te binden.
De 4 c’s:
-customer solution (oplossing voor de consument)
-cost to the customer (prijs-kwaliteitverhouding)
-convenience (gemak voor de consument)
-communication (wederzijdse communicatie tussen organisatie en klant.
Later is dit vertaald naar het SIVA-model:
-Solution
-Information
-Value
-Acces
De aan marketing gerelateerde kernprocessen in een organisatie:
-het market sensing-proces: het proces waarmee de organisatie zorgt dat zij permanten op de hoogte
blijft van de behoeften, ontwikkelingen en trend in de markt.
-het productrealisatie proces: onderzoek naar en ontwikkelen van nieuwe kernproducten en
diensten, ze uitbreiden tot een marktaanbod en ze op de markt brengen.
-klantacquisitieproces: het definiëren van doelmarkten en het werven van nieuwe klanten.
-het orderafhandelingsproces: het ontvangen en goedkeuren van orders, het op tijd verschepen van
bestellingen en het innen van betalingen.
-het customer relationship management proces: het opbouwen van een dieper begrip, betere relaties
en een beter aanbod voor individuele klanten.
User generated content: door gebruikers aangeleverde inhoud. Bij crowdfunding zet een organisatie
de internetcommunity actief in om te komen tot nieuwe ideeën voor producten.
Online marketing is een voortdurende cyclus van:
Market sensing > productrealisatie > klantacquisitie > orderafhandeling > customer relationship >
market sensing > etc.
Bought, owned en earned media zijn vormen voor mediasoorten:
-bought media: de mediumtypen die marketeers kunnen inkopen om hun merk bekend te maken.
-owned media: de mediumtypen die marketeers zelf tot hun beschikking hebben en waarvan ze de
inhoud zelf kunnen bepalen (e-mail, website, etc.)
-earned media: alle mediumtypen die een merk ‘’verdient’’ doordat bijvoorbeeld klanten over het
merk schrijven, zoals in sociale media, of doordat andere organisaties naar hun website verwijzen.
De eerste periode: de massamediafase, hierbij is de afstand tussen merk en consument erg groot.
Vooral de marketeer zend nu boodschappen naar de consument (push).
,De tweede periode: de internetfase, hierbij is er meer interactiviteit tussen marketeers en
consumenten en ontstaat er een dialoog tussen consument en merk.
De laatste periode: de social-mediafase, hierbij is de invloed van de consument op het merk bijna
vanzelfsprekend en onmisbaar. Er is wederzijdse beïnvloeding. Er is sprake van pull.
Hoofdstuk 2
Een businessmodel: een beschrijving van de manier waarop het bedrijf waarde creëert voor klanten
en daarvoor met inkomsten wordt gecompenseerd.
De vaste elementen van het businessmodel:
-kernmiddelen
-kernprocessen
-waarde propositie
-verdienmodel
Het businessmodel kent 9 componenten of bouwblokken:
-klantsegmenten
de basisvragen:
-voor wie creëren we waarde?
-wat zijn onze belangrijkste marktsegmenten?
Wanneer klanten behoren tot verschillende segmenten:
-hun behoeften een apart aanbod nodig maken
-ze via verschillende distributiekanalen bereikt moeten worden
-ze een verschillend type relatie met de aanbieder hebben
-hun winstgevendheid sterk verschilt
-bereidheid om voor verschillende aspecten van het aanbod te betalen
-waarde propositie
De basisvragen:
-welke waarde bieden we aan de klant?
-welk probleem van de klant helpen we op te lossen?
-welke behoeften van de klant bevredigen we?
-welke bundels van producten en diensten bieden we aan ieder van de klantsegmenten
-kanalen
de basisvragen:
-via welke kanalen willen onze klantsegmenten bereikt worden?
-hoe doen we dat?
-hoe zijn onze kanalen geïntegreerd?
-welk kanaal functioneert het beste?
-welke kanalen zijn het meest efficiënt?
-hoe integreren we ze met routines van de klant?
-klantrelaties
Mogelijkheden om relaties met klanten te onderhouden:
-een persoonlijke contactpersoon > is specifiek aan een klant gebonden en onderhoudt een
langetermijnrelatie met hem of haar.
-cocreatie > worden bedrijfsprocessen in samenwerking met klanten gerealiseerd.
, -communities > organisaties creëren de mogelijkheid voor klanten om een relatie met elkaar aan te
gaan via een online community, zodat ze kennis en ervaringen met elkaar en met de organisatie
kunnen delen.
-persoonlijke assistentie > betekent dat er direct contact is met medewerkers tijdens of na de verkoop
via winkels, call centers, e-mail, etc.
-zelfbediening > is er rechtstreeks contact met de klant, waarbij deze in de gelegenheid wordt gesteld
om zichzelf van de benodigde informatie en dienstverlening te voorzien.
-geautomatiseerde dienstverlening > zelfbediening met behulp van geautomatiseerde processen. VB:
een online aanbieder van vliegtickets.
-inkomstenbronnen
de basisvragen:
-voor welke waarden willen onze klanten eigenlijk betalen?
-waar betalen ze op dit moment voor?
-hoe betalen ze op dit moment?
Verschillende manieren om inkomsten te genereren op internet:
-abonnementenmodel
-instap- of freemiummodel > houdt in dat gebruik van een online dienst gedeeltelijk gratis is. vaak is
dit dan een simpele vorm van het product of dienst met advertenties erin.
-advertentiemodel > veel websites en apps verdienen geld door advertenties te vertonen. Hierbij
kunnen op 3 manieren mee omgegaan worden:
1. Cost per mille: er word per 1000 vertoningen betaald (CPM)
2. Pay per click of Cost per click: dit is dus het betalen per click (PPC of CPC)
3. Cost per lead of Cost per sale: dit is dus dat een organisatie alleen betaalt als de advertentie
daadwerkelijk resultaat oplevert. (CPL of CPS)
-veilingmodel > hier wordt vraag en aanbod voor een specifiek type producten op een specifiek
moment en een specifieke plaats bij elkaar gebracht om vervolgens bij opbod of afslag de prijs te
bepalen.
-brokerage- of makelaarsmodel > hier worden vraag en aanbod bijeen gebracht, maar de makelaar
brengt ook extra informatie en deskundigheid in.
-verkoop van gebruikersgegevens > sommige aanbieders leggen zich toe op het verzamelen en
verkopen van de gegevens van gebruikers van hun website of app.
-kernmiddelen
De basisvragen:
-welke middelen zijn de sleutel tot onze waarde propositie?
-welke middelen zijn nodig voor onze distributiekanalen?
-welke middelen zijn nodig voor het bouwen en onderhouden van onze klantrelaties?
-welke middelen zijn nodig om inkomsten te genereren?
-kernactiviteiten
de basisvragen:
-welke kernactiviteiten zijn er nodig voor onze waarde propositie, distributie kanalen, klantrelaties en
om de inkomstenstromen te realiseren?
-kernpartners
de basisvragen:
-wie zijn onze kernpartners?
-welke kernmiddelen kopen we van partners?
-wie zijn onze kernleveranciers en samenwerkingspartners?