Week 1:
De verschillende rechtsgebieden benoemen.
o Je hebt Publiekrecht en Privaatrecht. Verwerkt in onderstaande schema’s.
Beschrijven wat de rechtsbronnen van het Nederlandse recht inhouden
o Wet: Memorie van toelichting bij elke wet.
o Jurisprudentie: is niet altijd aanwezig. Belangrijke bron van het recht.
o Gewoonte: is uitstervend ras. Steeds meer benoemd in de wet.
o Internationaal: erg belangrijk denk aan EU regelgeving. Actueel is privacy.
Verordeningen kan je niet meer onderuit als land. Soevereiniteit ligt bij EU.
, Op het niveau van wetten het onderscheid tussen materieel en formeel recht aangeven
o Materieel recht: de inhoud van het recht.
o Formeel recht: handhaving van het materieel recht
o Normatief en niet normatief.
Normatief is het sturen of beoordelen van (menselijk) gedrag
Gebod, verbod en verlenen van bevoegdheden.
Niet-normatieve regels: Beogen niet het sturen of beoordelen van gedrag
Definities, schakelbepalingen ficties en contructies
Opzoeken van artikel (Geen probleem)
Week 2
Juridische begrippen in het juiste rechtsgebied plaatsen
o Bekijk eerste of het onder privaatrecht of publiekrecht valt
o Dan kijken onder welke rechtsgebied zoals boven in de schema’s is aangegeven
o Daarna zoeken naar het artikel en controleren of je idee klopte.
Gemotiveerd aangeven waarom in een bepaalde kwestie een bepaald rechtsgebied van
toepassing is
o Waarom publiekrecht: Overheid tegenover burgers, bv. OM tegenover verdachte.
Gemeente tegenover burger (vergunningen enz.)
o Waarom privaatrecht: Burgers onderling, bv. Conflict met de buren. Soms gaat het
gewoon over definities van minderjarigheid oid. Dan kun je terug redeneren dat het
onder persoons- en familierecht valt en dus onder privaatrecht.
Begrippen en de daarbij behorende wetsartikelen in de wettenbundel opzoeken.
o Achterin wettenbundel begrip opzoeken en dan naar het artikel, lees het artikel goed
door, klopt het met de casus!
Een rechtsregel analyseren aan de hand van de toepassingsvoorwaarden en rechtsgevolgen
o Kijk in het artikel welke voorwaarden er gelden. Als … dan …. Achter dan komt het
rechtsgevolg. Je hebt cumulatieve voorwaarden, vaak staat er dan en .. en .. en. Maar
het kan ook zijn dat er ‘of’ staat maar ‘en’ bedoeld wordt, dit is niet zwart wit. Dit
moet je gewoon leren en staat in memorie van toelichting.
o Je hebt ook niet cumulatieve voorwaarden, vaak staat er dan of …. Of ..of met
daarna het rechtsgevolg
Wettelijke bepalingen op de juiste wijze citeren.
o Wijze van noteren van de artikelen: Enkele voorbeelden: art. 6:162 BW, art. 27 Sv,
enzovoorts.
Week 3
De relevante feitelijke gegevens in een casus benoemen;
o Het stappenplan (methodisch oplossen) voor behandeling van een casus is als volgt:
Wat zijn de relevante feiten in de casus;
Welk wetsartikel is hier van toepassing, ontleed het artikel;
Daarna pas je de inhoud van het wetsartikel toe op de casus en kom
uiteindelijk tot een conclusie, die is heel belangrijk omdat dit het antwoord
op de vraag is;