Hersenen en centraal zenuwstelsel
Bouwplan en hoofdfuncties van het zenuwstelsel
Het CZS bestaat uit een aaneengesloten massa van zenuwcellen en
steuncellen. Het centraal zenuwstelsel wordt verdeeld in vijf
hoofdgebieden.
1. De grote hersenen (Cerebrale cortex) is verantwoordelijk voor
complexe informatieverwerking, geheugenvorming en bewustzijn.
2. De kleine hersenen (Cerebellum) ligt achter (dorsaal t.o.v.) de
grote hersenen. Het is betrokken bij de coördinatie van motorische
functies en speelt een grote rol bij handhaving van evenwicht.
3. De tussenhersenen, waaronder de thalamus en hypothalamus,
zijn o.a. verantwoordelijk voor informatieverwerking als
tussenstation (thalamus) en regeling van de homeostase.
4. De middenhersenen, brug en het verlengde merg liggen direct
boven het ruggenmerg. Ze bevatten belangrijke coördinatiecentra
die o.a. de bloeddruk en de ademhaling regelen.
5. Het ruggenmerg (schedelbasis tot lumbaal) bevat 21 segmenten
met sensorische input en motorische output. Sensorische
informatie komt het ruggenmerg via dorsale axonenbundels
binnen en wordt via opstijgende axonenbanen doorgestuurd. De
ventrale wortels van het ruggenmerg bevatten motoneuronen die
via axonen signalen naar spiervezels sturen.
Het perifere zenuwstelsel bestaat uit
perifere zenuwen die opgevat kunnen
worden als bundels axonen met
daartussen steuncellen. Hoofdtaken:
1. Sensorische prikkels in zintuigen
omzetten in neuronale signalen en
via afferente axonen naar CZS
sturen.
2. Informatie van hersenen via
efferente axonen naar spieren en
klierweefsel brengen en signalen
doorgeven via synapsen.
Anatomisch verdeelt men het PZ in 12
paar hersenzenuwen en 30 paar spinale
of ruggenmergzenuwen.
Het CZS kan worden verdeeld in grijze stof en witte stof. De grijze stof bevat cellichamen
van neuronen, de ongemyeliniseerde uitlopers en de synapsen. De witte stof bevat
overwegend gemyeliniseerde axonen. In de grote hersenen ligt de grijze stof als een schil
(hersenschors, cortex cerebri) over de witte stof heen. Het cerebellum heeft een
vergelijkbare structuur, maar de grijze stof vormt daar kernen (nuclei) in de witte stof.
, Het laagste integratieniveau is het
spinale niveau, waar ook horizontale
impulsgeleiding (reflexen) plaatsvindt.
Het tweede, ofwel subcorticale
integratieniveau wordt gevormd door
1) centra in de hersenstam, 2) basale
ganglia in de witte stof van hemisferen
en 3) het cerebellum. Anders dan voor
het spinale niveau geldt, functioneren
deze in nauwe samenhang met de
hersenschors. Op dit niveau vindt reeds
verwerking van gevoelsimpulsen plaats.
Zenuwcellen zijn gevoelig voor
zuurstoftekort, omdat ze geen
melkzuur kunnen vormen.
De pariëtale kwab is het primaire gebied voor de aankomst van impulsen voor het
lichaamsgevoel, waaronder verstaan worden gevoel voor pijn, tast, aanraking, temperatuur
en houding, alsmede de smaak. De occipitale kwab is het gebied voor het
gezichtsvermogen, de temporale kwab voor het gehoor. De frontale kwab is betrokken bij
psychische processen en initiëren van motorische activiteit.
Cellen van het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel is opgebouwd uit prikkelbare cellen, de neuronen, en gespecialiseerde
niet-prikkelbare steuncellen, de gliacellen. De functies van neuronen zijn receptie
(opnemen van elektrische of chemische invloed vanuit zintuig- of zenuwcel), integratie
(combineren van invloeden van buitenaf die bepalen of neuron tot ontlading gaat komen),
conductie (voortgeleiding van impuls over grote afstand) en transmissie (chemische
beïnvloeding van zenuw-, spier- of kliercellen via uitlopers).
Alle neuronen hebben een cellichaam (soma of
perikaryon). Het ruw endoplasmatisch reticulum en
golgicomplex zijn hierin rijkelijk aanwezig. Receptie en
integratie vinden in alle neuronen plaats aan het soma-
oppervlak. Per neuron is er slechts één uitloper die
gespecialiseerd is en actiepotentialen uitzendt. De
plaats waar het axon het cellichaam ontspringt is de
axonheuvel.
Bouwplan en hoofdfuncties van het zenuwstelsel
Het CZS bestaat uit een aaneengesloten massa van zenuwcellen en
steuncellen. Het centraal zenuwstelsel wordt verdeeld in vijf
hoofdgebieden.
1. De grote hersenen (Cerebrale cortex) is verantwoordelijk voor
complexe informatieverwerking, geheugenvorming en bewustzijn.
2. De kleine hersenen (Cerebellum) ligt achter (dorsaal t.o.v.) de
grote hersenen. Het is betrokken bij de coördinatie van motorische
functies en speelt een grote rol bij handhaving van evenwicht.
3. De tussenhersenen, waaronder de thalamus en hypothalamus,
zijn o.a. verantwoordelijk voor informatieverwerking als
tussenstation (thalamus) en regeling van de homeostase.
4. De middenhersenen, brug en het verlengde merg liggen direct
boven het ruggenmerg. Ze bevatten belangrijke coördinatiecentra
die o.a. de bloeddruk en de ademhaling regelen.
5. Het ruggenmerg (schedelbasis tot lumbaal) bevat 21 segmenten
met sensorische input en motorische output. Sensorische
informatie komt het ruggenmerg via dorsale axonenbundels
binnen en wordt via opstijgende axonenbanen doorgestuurd. De
ventrale wortels van het ruggenmerg bevatten motoneuronen die
via axonen signalen naar spiervezels sturen.
Het perifere zenuwstelsel bestaat uit
perifere zenuwen die opgevat kunnen
worden als bundels axonen met
daartussen steuncellen. Hoofdtaken:
1. Sensorische prikkels in zintuigen
omzetten in neuronale signalen en
via afferente axonen naar CZS
sturen.
2. Informatie van hersenen via
efferente axonen naar spieren en
klierweefsel brengen en signalen
doorgeven via synapsen.
Anatomisch verdeelt men het PZ in 12
paar hersenzenuwen en 30 paar spinale
of ruggenmergzenuwen.
Het CZS kan worden verdeeld in grijze stof en witte stof. De grijze stof bevat cellichamen
van neuronen, de ongemyeliniseerde uitlopers en de synapsen. De witte stof bevat
overwegend gemyeliniseerde axonen. In de grote hersenen ligt de grijze stof als een schil
(hersenschors, cortex cerebri) over de witte stof heen. Het cerebellum heeft een
vergelijkbare structuur, maar de grijze stof vormt daar kernen (nuclei) in de witte stof.
, Het laagste integratieniveau is het
spinale niveau, waar ook horizontale
impulsgeleiding (reflexen) plaatsvindt.
Het tweede, ofwel subcorticale
integratieniveau wordt gevormd door
1) centra in de hersenstam, 2) basale
ganglia in de witte stof van hemisferen
en 3) het cerebellum. Anders dan voor
het spinale niveau geldt, functioneren
deze in nauwe samenhang met de
hersenschors. Op dit niveau vindt reeds
verwerking van gevoelsimpulsen plaats.
Zenuwcellen zijn gevoelig voor
zuurstoftekort, omdat ze geen
melkzuur kunnen vormen.
De pariëtale kwab is het primaire gebied voor de aankomst van impulsen voor het
lichaamsgevoel, waaronder verstaan worden gevoel voor pijn, tast, aanraking, temperatuur
en houding, alsmede de smaak. De occipitale kwab is het gebied voor het
gezichtsvermogen, de temporale kwab voor het gehoor. De frontale kwab is betrokken bij
psychische processen en initiëren van motorische activiteit.
Cellen van het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel is opgebouwd uit prikkelbare cellen, de neuronen, en gespecialiseerde
niet-prikkelbare steuncellen, de gliacellen. De functies van neuronen zijn receptie
(opnemen van elektrische of chemische invloed vanuit zintuig- of zenuwcel), integratie
(combineren van invloeden van buitenaf die bepalen of neuron tot ontlading gaat komen),
conductie (voortgeleiding van impuls over grote afstand) en transmissie (chemische
beïnvloeding van zenuw-, spier- of kliercellen via uitlopers).
Alle neuronen hebben een cellichaam (soma of
perikaryon). Het ruw endoplasmatisch reticulum en
golgicomplex zijn hierin rijkelijk aanwezig. Receptie en
integratie vinden in alle neuronen plaats aan het soma-
oppervlak. Per neuron is er slechts één uitloper die
gespecialiseerd is en actiepotentialen uitzendt. De
plaats waar het axon het cellichaam ontspringt is de
axonheuvel.