1. Tot wanneer gaat een spier contractie door?
2. Wat gebeurt er na een contractie met calcium?
3. Welke type vezels hebben we en wat zijn de eigenschappen?
4. Wat is elektroforese?
5. Wat heeft elektroflorese ons nog meer opgeleverd?
6. Wat wilt een primaire isovorm zeggen?
7. Wat is een voorbeeld spier met veel type 1 over het algemeen?
8. Waaruit maakt type 1 voedingstoffen
9. Heeft type 2 een hoog aerobe uithuidingsvermogen?
10. Wat is een sport met het voorbeeld van type 2a
11. Kan er bij veel duurtraining een type 2 naar type 1 gaan?
12. Wat is de vaste volgorde van rekrutering?
13. Wat zegt het size principe?
14. Wordt type 2x aangesproken
15. Wanneer een inspanning meerdere uren sub maximaal duurt dan zal de spierspanning hoog
of laag zijn?
16. Wat zijn deze contracties:
- Isometrisch
- Concentrisch
- Excentrisch
17. Wat is het verschil:
- Twitch
- Simmulatie
- Tetanus
18. Wat doet het zenuwstelsel?
19. Wat is het CZS?
20. Vul het web in:
21. Waaruit bestaat een neuron:
22. Welke vormen van een synaps hebben we
23. Leg de synaps uit en gebruik de woorden: neuron, axon, postsynaps, eindtakjes, synaptisch
proces, neuron, eindknopjes, dendrieten, pres synaps
24. Hoeveel kanten kan een zenuw op?
25. Welke neuronen communiceren met de spiervezel?
26. Wat is een rustmembraam potentiaal?
27. Wie gaat er naar buiten of naar binnen?
28. wat is de naam van het enzym natrium kalium pomp?
29. Zet het in een goede volgorde: contractie, t-tubili, depolarisatie, neurotransmitters, verspreid
over het plasmalemma, synapspleet, synaps, motorische eindplaat
30. Hoeveel natrium gaat er in en hoeveel kalium gaat er uit?
31. Wat is hypolarisatie?
32. Wat is er aan de hand bij een actie potentiaal?
33. Wat is de absolute refractie periode?
34. Wat is myeline?
35. Wanneer wordt dit gemaakt?
36. Hoe noem je de geleiding van myeline schede tot de volgende waardoor het zenuwsignaal
sneller over springt?
37. Wat is een voordeel van een groter neuron?
PowerPoint:
1. Zet het van groot naar klein: fascilus, spier, sarcomeer, spiervezel, myofibriel,
2. Hoeveel myofibrillen worden er ongeveer aangespannen bij een contractie?
2. Wat gebeurt er na een contractie met calcium?
3. Welke type vezels hebben we en wat zijn de eigenschappen?
4. Wat is elektroforese?
5. Wat heeft elektroflorese ons nog meer opgeleverd?
6. Wat wilt een primaire isovorm zeggen?
7. Wat is een voorbeeld spier met veel type 1 over het algemeen?
8. Waaruit maakt type 1 voedingstoffen
9. Heeft type 2 een hoog aerobe uithuidingsvermogen?
10. Wat is een sport met het voorbeeld van type 2a
11. Kan er bij veel duurtraining een type 2 naar type 1 gaan?
12. Wat is de vaste volgorde van rekrutering?
13. Wat zegt het size principe?
14. Wordt type 2x aangesproken
15. Wanneer een inspanning meerdere uren sub maximaal duurt dan zal de spierspanning hoog
of laag zijn?
16. Wat zijn deze contracties:
- Isometrisch
- Concentrisch
- Excentrisch
17. Wat is het verschil:
- Twitch
- Simmulatie
- Tetanus
18. Wat doet het zenuwstelsel?
19. Wat is het CZS?
20. Vul het web in:
21. Waaruit bestaat een neuron:
22. Welke vormen van een synaps hebben we
23. Leg de synaps uit en gebruik de woorden: neuron, axon, postsynaps, eindtakjes, synaptisch
proces, neuron, eindknopjes, dendrieten, pres synaps
24. Hoeveel kanten kan een zenuw op?
25. Welke neuronen communiceren met de spiervezel?
26. Wat is een rustmembraam potentiaal?
27. Wie gaat er naar buiten of naar binnen?
28. wat is de naam van het enzym natrium kalium pomp?
29. Zet het in een goede volgorde: contractie, t-tubili, depolarisatie, neurotransmitters, verspreid
over het plasmalemma, synapspleet, synaps, motorische eindplaat
30. Hoeveel natrium gaat er in en hoeveel kalium gaat er uit?
31. Wat is hypolarisatie?
32. Wat is er aan de hand bij een actie potentiaal?
33. Wat is de absolute refractie periode?
34. Wat is myeline?
35. Wanneer wordt dit gemaakt?
36. Hoe noem je de geleiding van myeline schede tot de volgende waardoor het zenuwsignaal
sneller over springt?
37. Wat is een voordeel van een groter neuron?
PowerPoint:
1. Zet het van groot naar klein: fascilus, spier, sarcomeer, spiervezel, myofibriel,
2. Hoeveel myofibrillen worden er ongeveer aangespannen bij een contractie?