1. Het gaat door zolang calcium aanwezig is
2. Het wordt teruggepompt in het SR
3. We hebben:
- Type 1 rode vezels aerobe 110ms
- Type 2a witte vezels anaerobe lactisch 50ms
- Type 2x witte vezels anaerobe a lactisch
- Type 2c witte spiervezels weinig over belend
4. Elektroforese is een methode voor het identificeren van vezeltype, door verschillende
myosinemoleculen chemisch te onderscheiden
5. Dat we myosine hybride vezels hebben met twee of meer vormen van myosine
6. Dat wil zeggen welk spiervezel iemand het meest heeft en over het algemeen is dit bij
iedereen vrijwel gelijk alleen bij topsporters kan het zijn dat er iets meer van de ene vezels
aanwezig is
7. De soleus
8. Uit atp en deze wordt gevuld uit de verbranding van khoolydraten en vetten
9. Nee
10. Dat zijn verzurende afstanden waar je ongeveer 20 sec tot 2 min over doet, bijvoorbeeld een
800m
11. Nee maar wat we wel veel zien is dat de 2x naar een 2 a gaat
12. Type 12a 2x
13. Dat bij een beweging de kleinste motorunit als eerst gebruikt wordt hiermee dus ook het
meest precies, bij meer kracht zullen er meer geactiveerd moeten worden.
14. Wanneer type 1 en type 2a uitgeput zijn dan?
15. Hoog en het het zenuwstelsel zal de neiging hebben de spier te activeren
16. Deze contracties zijn:
- Isometrisch: vast houden op 1 plaats
- Concentrisch dynamische contractie spier wordt korter
- Excentrisch spier wordt langer en het sarcomeer wordt uitgerekt
17. Het verschil:
- Twitch enkelvoudige samentrekking
- Simmulatie drie op één volgende stimuli
- Tetanus voortdurende stimuli op een hoog niveau
18. Beinvloed alle functies in het lichaam
19. Het centraal zenuwstelsel en ook wel de hersenen en het ruggenmerg die werken als een
centrale computer, informatie die binnenkomt gaat hierdoor naar de juiste plek
20.
21. Een
neuron
bestaat
uit een cellichaam soma, dendrieten, en een axon
2. Het wordt teruggepompt in het SR
3. We hebben:
- Type 1 rode vezels aerobe 110ms
- Type 2a witte vezels anaerobe lactisch 50ms
- Type 2x witte vezels anaerobe a lactisch
- Type 2c witte spiervezels weinig over belend
4. Elektroforese is een methode voor het identificeren van vezeltype, door verschillende
myosinemoleculen chemisch te onderscheiden
5. Dat we myosine hybride vezels hebben met twee of meer vormen van myosine
6. Dat wil zeggen welk spiervezel iemand het meest heeft en over het algemeen is dit bij
iedereen vrijwel gelijk alleen bij topsporters kan het zijn dat er iets meer van de ene vezels
aanwezig is
7. De soleus
8. Uit atp en deze wordt gevuld uit de verbranding van khoolydraten en vetten
9. Nee
10. Dat zijn verzurende afstanden waar je ongeveer 20 sec tot 2 min over doet, bijvoorbeeld een
800m
11. Nee maar wat we wel veel zien is dat de 2x naar een 2 a gaat
12. Type 12a 2x
13. Dat bij een beweging de kleinste motorunit als eerst gebruikt wordt hiermee dus ook het
meest precies, bij meer kracht zullen er meer geactiveerd moeten worden.
14. Wanneer type 1 en type 2a uitgeput zijn dan?
15. Hoog en het het zenuwstelsel zal de neiging hebben de spier te activeren
16. Deze contracties zijn:
- Isometrisch: vast houden op 1 plaats
- Concentrisch dynamische contractie spier wordt korter
- Excentrisch spier wordt langer en het sarcomeer wordt uitgerekt
17. Het verschil:
- Twitch enkelvoudige samentrekking
- Simmulatie drie op één volgende stimuli
- Tetanus voortdurende stimuli op een hoog niveau
18. Beinvloed alle functies in het lichaam
19. Het centraal zenuwstelsel en ook wel de hersenen en het ruggenmerg die werken als een
centrale computer, informatie die binnenkomt gaat hierdoor naar de juiste plek
20.
21. Een
neuron
bestaat
uit een cellichaam soma, dendrieten, en een axon