Krachten VWO4 natuurkunde hoofdstuk 3
Samenvatting van de leerdoelen H3 (uit boek Overal Natuurkunde)
3.1
o Verschillende krachten in de juiste verhouding als vector weergeven
Zwaartekracht: Fz= m * g (g=9,81, m=massa in Kg)
Veerkracht: Fv= C * u (C= veerconstante, u= uitrekking)
Spierkracht: Fspier
Spankracht: Fspan
Normaalkracht: Fn
o Weerstandskrachten:
Schuifwrijvingskracht: F w,s,max= f * Fn
Luchtweerstandskracht: F w,l = ½ ρ * Cn * A * v2
Rolweerstandskracht: Fw,r
o Een voorwerp als een puntmassa tekenen
De pijlen van de krachten beginnen in het midden van de stip, en
gaan in de richting van de kracht.
Hoe groter de kracht, hoe langer de pijl. Je kan het ook op schaal
berekenen.
o Berekeningen maken met veerkracht, zwaartekracht, massa en
dichtheid
Veerkracht: Fv= C * u
Zwaartekracht: Fz= m * g
Dichtheid: ρ = m/v
o Berekeningen maken met schuifwrijvingskracht, rolweerstandskracht
en luchtweerstandskracht
Schuifwrijvingskracht: F w,s,max= f * Fn
f= wrijvingscoëficiënt
Fn= de normaalkracht in N
Luchtweerstandskracht: F w,l = ½ ρ * Cn * A * v2
V= snelheid in m/s
ρ= luchtdichtheid in kg/m3
CW= luchtweerstandscoëficiënt
A= het frontaal oppervlak in m2
Rolweerstandskracht: Fw,r
o Situaties herkennen waarin krachten elkaar opheffen
Voorbeeld 1: als er op een voorwerp zwaartekracht en
normaalkrachtwerken, en die allebei even groot zijn, heffen ze
elkaar op. Dan is de beweging van het voorwerp constant.
Samenvatting van de leerdoelen H3 (uit boek Overal Natuurkunde)
3.1
o Verschillende krachten in de juiste verhouding als vector weergeven
Zwaartekracht: Fz= m * g (g=9,81, m=massa in Kg)
Veerkracht: Fv= C * u (C= veerconstante, u= uitrekking)
Spierkracht: Fspier
Spankracht: Fspan
Normaalkracht: Fn
o Weerstandskrachten:
Schuifwrijvingskracht: F w,s,max= f * Fn
Luchtweerstandskracht: F w,l = ½ ρ * Cn * A * v2
Rolweerstandskracht: Fw,r
o Een voorwerp als een puntmassa tekenen
De pijlen van de krachten beginnen in het midden van de stip, en
gaan in de richting van de kracht.
Hoe groter de kracht, hoe langer de pijl. Je kan het ook op schaal
berekenen.
o Berekeningen maken met veerkracht, zwaartekracht, massa en
dichtheid
Veerkracht: Fv= C * u
Zwaartekracht: Fz= m * g
Dichtheid: ρ = m/v
o Berekeningen maken met schuifwrijvingskracht, rolweerstandskracht
en luchtweerstandskracht
Schuifwrijvingskracht: F w,s,max= f * Fn
f= wrijvingscoëficiënt
Fn= de normaalkracht in N
Luchtweerstandskracht: F w,l = ½ ρ * Cn * A * v2
V= snelheid in m/s
ρ= luchtdichtheid in kg/m3
CW= luchtweerstandscoëficiënt
A= het frontaal oppervlak in m2
Rolweerstandskracht: Fw,r
o Situaties herkennen waarin krachten elkaar opheffen
Voorbeeld 1: als er op een voorwerp zwaartekracht en
normaalkrachtwerken, en die allebei even groot zijn, heffen ze
elkaar op. Dan is de beweging van het voorwerp constant.