Fysiologie motoriek Engelse termen
Motorisch leren: een proces dat leidt tot relatief
duurzame veranderingen in het gedragspotentiaal
als gevolg van specifieke ervaringen met de
omgeving.
1. soort van kennisopbouw
expliciet/impliciet leren (foutloos, analogie,
differentieel)
expliciet -> met kennis verwerven over de
optimale uitvoering. (doet groot beroep op
cognitieve functies gelieerd aan
werkgeheugen, taal.
Impliciet -> leren door te doen, zonder
bewust te worden hoe het moet. (patienten
met beperkingen in taal en werkgeheugen zijn gebaat bij impliciet leren. Het is meer
duurzaam en langer houdbaar.
Impliciet leren: structured play ( je gaat met allerlei vormen kijken hoe je een bepaalde beweging kan
verbeteren, op een speelse manier en veel variatie), externe focus instructie en feedback, maak het
uitdagend, analogien/randomized and varied, practice/differential learning, imitation learning
(voordoen), dual task condition (dubbeltaak training), foutloos leren, effectief leren door taak en
omgeving te manipuleren.
Expliciet leren: instructie, feedback (evalueren van de oefening), zelf ontdekkend leren,
probleemoplossend leren, dialogisch werken (vragen stellen), trial & error learning.
constant/varied practise
constant: een volgorde van oefenen waarbij de persoon 1 variatie van een vaardigheid
oefent tijdens een behandeling (het oefenen van lopen over en linoleum vloer van positie A
naar B of het werpen van een basketbal met een set shot vanuit 1 afstand in basket.
varied: een volgorde van oefenen waarbij de persoon een aantal variaties oefent van 1
vaaridigheid tijdens een sessie. (oefenen van bovenhandse strekworp met verschillende
ballen over verschillende afstanden en doelgroottes of lopen op verschillende ondergronden,
met verschillende schoenen, met en zonder last, met verschillende snelheden.
2. soort van aandacht, dus waar richt je je op?
interne/externe focus
Interne focus van aandacht:
- aandacht gericht op de uitvoering van de
beweging zelf of op onderliggende processen
- verstoord automatische sturing van de
beweging.
- maakt bewegingen o.h.a trager, minder
vloeiend en minder effectief.
- interne focus gericht op mechanische en neurale
processen , bv verdeling gewicht op beide voeten.
, Externe focus van aandacht:
- aandacht gericht op het effect op de beweging in de omgeving
- bevordert automatische karakter van beweging.
- maakt beweging o.h.a sneller, vloeiender en effectiever.
- beter dan interne focus
- in opzettelijke taken verbeterd de posturale controle ook
- de taken moeten uitdagend zijn
- de instructie moet kort zijn
Balanshandhaving; op kantelplank aandacht richten op verdeling gewicht voeten (intern) of
op markeren (extern)
Miktaak; aandacht gericht op pols bij basketbal (intern) of op ring van basket (extern)
Springen; aandacht richten op toppen van vingers (intern) of op het apparaat dat aangetikt
moet worden (extern)
Isometrische krachttaak; interne breng hand naar schouder, externe breng halter naar
schouder.
Cyclische taak bij zwemmen; sla je armen terug (intern) of duw het water weg (extern)
small/broad
small: aandacht op 1 ding
broad: aandacht op meer dingen/omgeving
3. manier van aanbieden
blocked/serieel/random
Het contextuele
interferentie effect
(CI-effect)
CI effect ontstaat
door taken binnen
een oefensessie
sterk af te wisselen
- blocked practise
(laag IC)
- serieel practise
(middel IC)
- random practise
(hoog IC)
Random practice vooral prefrontale schors (plannen), m.n. toe te passen bij gevorderden.
Blocked practice vooral primaire motorische schors (uitvoering van beweging), m.n. toe te
passen bij beginnelingen.
Random practice doet beter op retentie- en transfertest.
CI effect; interferentie zijn de verstoringen/afwisselingen die bij mn random practice worden
aangebracht, dit geeft i.e.i. vaak een minder goed resultaat op de uitvoering echter de
hersenen worden meer uitgedaagd om oplossingen te verzinnen waardoor het beter beklijft
(retentie). Oorzaak van CI effect is nog onbekend mogelijk dat dit komt doordat telkens een
nieuw actieplan moet worden opgesteld bij random practise (prefrontaal).
Motorisch leren: een proces dat leidt tot relatief
duurzame veranderingen in het gedragspotentiaal
als gevolg van specifieke ervaringen met de
omgeving.
1. soort van kennisopbouw
expliciet/impliciet leren (foutloos, analogie,
differentieel)
expliciet -> met kennis verwerven over de
optimale uitvoering. (doet groot beroep op
cognitieve functies gelieerd aan
werkgeheugen, taal.
Impliciet -> leren door te doen, zonder
bewust te worden hoe het moet. (patienten
met beperkingen in taal en werkgeheugen zijn gebaat bij impliciet leren. Het is meer
duurzaam en langer houdbaar.
Impliciet leren: structured play ( je gaat met allerlei vormen kijken hoe je een bepaalde beweging kan
verbeteren, op een speelse manier en veel variatie), externe focus instructie en feedback, maak het
uitdagend, analogien/randomized and varied, practice/differential learning, imitation learning
(voordoen), dual task condition (dubbeltaak training), foutloos leren, effectief leren door taak en
omgeving te manipuleren.
Expliciet leren: instructie, feedback (evalueren van de oefening), zelf ontdekkend leren,
probleemoplossend leren, dialogisch werken (vragen stellen), trial & error learning.
constant/varied practise
constant: een volgorde van oefenen waarbij de persoon 1 variatie van een vaardigheid
oefent tijdens een behandeling (het oefenen van lopen over en linoleum vloer van positie A
naar B of het werpen van een basketbal met een set shot vanuit 1 afstand in basket.
varied: een volgorde van oefenen waarbij de persoon een aantal variaties oefent van 1
vaaridigheid tijdens een sessie. (oefenen van bovenhandse strekworp met verschillende
ballen over verschillende afstanden en doelgroottes of lopen op verschillende ondergronden,
met verschillende schoenen, met en zonder last, met verschillende snelheden.
2. soort van aandacht, dus waar richt je je op?
interne/externe focus
Interne focus van aandacht:
- aandacht gericht op de uitvoering van de
beweging zelf of op onderliggende processen
- verstoord automatische sturing van de
beweging.
- maakt bewegingen o.h.a trager, minder
vloeiend en minder effectief.
- interne focus gericht op mechanische en neurale
processen , bv verdeling gewicht op beide voeten.
, Externe focus van aandacht:
- aandacht gericht op het effect op de beweging in de omgeving
- bevordert automatische karakter van beweging.
- maakt beweging o.h.a sneller, vloeiender en effectiever.
- beter dan interne focus
- in opzettelijke taken verbeterd de posturale controle ook
- de taken moeten uitdagend zijn
- de instructie moet kort zijn
Balanshandhaving; op kantelplank aandacht richten op verdeling gewicht voeten (intern) of
op markeren (extern)
Miktaak; aandacht gericht op pols bij basketbal (intern) of op ring van basket (extern)
Springen; aandacht richten op toppen van vingers (intern) of op het apparaat dat aangetikt
moet worden (extern)
Isometrische krachttaak; interne breng hand naar schouder, externe breng halter naar
schouder.
Cyclische taak bij zwemmen; sla je armen terug (intern) of duw het water weg (extern)
small/broad
small: aandacht op 1 ding
broad: aandacht op meer dingen/omgeving
3. manier van aanbieden
blocked/serieel/random
Het contextuele
interferentie effect
(CI-effect)
CI effect ontstaat
door taken binnen
een oefensessie
sterk af te wisselen
- blocked practise
(laag IC)
- serieel practise
(middel IC)
- random practise
(hoog IC)
Random practice vooral prefrontale schors (plannen), m.n. toe te passen bij gevorderden.
Blocked practice vooral primaire motorische schors (uitvoering van beweging), m.n. toe te
passen bij beginnelingen.
Random practice doet beter op retentie- en transfertest.
CI effect; interferentie zijn de verstoringen/afwisselingen die bij mn random practice worden
aangebracht, dit geeft i.e.i. vaak een minder goed resultaat op de uitvoering echter de
hersenen worden meer uitgedaagd om oplossingen te verzinnen waardoor het beter beklijft
(retentie). Oorzaak van CI effect is nog onbekend mogelijk dat dit komt doordat telkens een
nieuw actieplan moet worden opgesteld bij random practise (prefrontaal).