Leerdoelen:
Vignet A:
- Uit welke onderdelen bestaat het oor en wat zijn de functies hiervan?
- Welke afwijkingen zijn er op het gebied van gehoor?
Vignet B:
- Wat was het experiment van Egan en Hake?
- Wat betekent de grafiek?
- Hoe neem je het verschil tussen toonhoogte en toonhardheid waar?
Vignet C:
- Hoe bepaal je waar geluid vandaan komt?
o Hoe werkt dit met 1 oor?
Vignet D:
- Hoe maak je onderscheid tussen geluiden?
- Wat zegt de Gestaltpsychologie over geluidswaarneming?
Bronnen: Goldstein
Vignet A
Algemeen
Twee definities van geluid:
- Fysiek: drukveranderingen in het oor of in een ander
medium
o Geluid als verandering van druk door vernadering van
druk gaan worden luchtmoleculen samengedrukt
Condensation: samengepakte moleculen
Rarefaction: verminderde druk tussen de
samengepakte moleculen
- Perceptueel: de ervaring die je hebt als je iets hoort
Fysieke kenmerken van geluid:
- Amplitude: golf die de grootte van de
luchtdrukveranderingen en de veranderingen in frequentie
aangeeft
o Decibel eenheid van geluid:
dB = 20 * logaritme(p/p0):
p: luchtdruk van de stimulus
p0: standaard geluidsdruk, meestal is dit 20 micropascal
Bij een amplitude zie je hoge golven bij hoge druk, en lage golven bij lage druk
Dus bij een hard geluid, zijn de golven hoog en bij een zacht geluid, zijn de golven
laag.
o Frequentie →het aantal cycli per bepaale tijseenheid
Frequentie wordt vaak uitgedrukt in Hertz 1 hertz is 1 cyclus per seconde
1
, Mensen kunnen frequenties waarnemen tussen de 20-20.000 Hz
Een toon met een hoge frequentie is een hoge toon en een toon met een lage
frequentie is een lage toon.
o Spraak is 60 dB en 2000 Hz
Het oor moet drie basistaken vervullen:
- Het moet de geluidsstimulus bij de receptoren afgeven
- Het moet de stimulus omzetten van drukveranderingen in elektronische signalen
- Het moet deze signalen zo verwerken dat eigenschappen van geluid als pitch, luidheid,
klankkleur en locatie waargenomen kunnen worden
De anatomie van het oor
Het oor is op te delen in drie delen:
- Buitenste oor
- Middenoor
- Binnenoor
Het buitenste oor:
- A: Buitenoor gedeelte van het oor dat uitsteekt. Het helpt met het lokaliseren van
geluiden, maar je zou ook makkelijk zonder dit onderdeel kunnen.
- B: Oorschelp/pinnae geluid opvangen en helpt gedeeltelijk bij het bepalen waar geluid
vandaan komt. Geluid komt vanaf de oorschelp in het gehoorkanaal.
- C: Gehoorkanaal ongeveer drie cm lang, het beschermt samen met het oorsmeer het
trommelvlies tegen invloeden van buitenaf.
o Ook houdt het de temperatuur in het middenoor relatief constant.
- Het buitenste oor zorgt ook voor verbetering van de intensiteit van bepaalde geluiden door
middel van resonantie. Resonantie treedt op wanneer geluidsgolven die gereflecteerd
worden vanuit het gesloten uiteinde van het auditieve kanaal interacteren met geluidsgolven
die het kanaal binnen komen. Deze interactie versterkt een deel van de geluidsfrequenties
de frequentie die het meest wordt versterkt is afhankelijk van de lengte van het kanaal. Deze
frequentie noemt men de resonant frequency van het kanaal.
Het middenoor: ongeveer 2 kubieke cm groot en scheidt het binnenoor en het buitenoor van
elkaar.
2