Inleiding in de FO
CH1. Inleiding Forensische Orthopedagogiek
Forensische Orthopedagogiek:
De forensische orthopedagogiek bestudeert de aanwezigheid en het ontstaan van ernstige problemen (jeugddelinquentie,
trauma’s) van kinderen, jongeren en jongvolwassenen en de daarmee samenhangende opvoedings- en gezinsproblemen,
waaronder kindermishandeling en -verwaarlozing. De problemen zijn zodanig ernstig dat justitieel ingrijpen dreigt of reeds is
ingezet (kinderbeschermingsmaatregelen en strafrechtelijke interventies)
Vormen van justitieel ingrijpen:
- Strafrechtelijk (wettelijke vastgestelde regels overtreden)
Jeugddelinquentie
- Civielrechtelijke (hoe je om moet gaan met regels m.b.t. je medemens)
Kindermishandeling en verwaarlozing
Veiligheid en ontwikkelingskansen kind zijn in het geding
De forensische orthopedagogiek is gespecialiseerd in:
- Juridische en ethische vraagstukken rondom problematische opvoedingssituaties
- Specifieke methoden en technieken van forensisch onderzoek: het vaststellen van risico op delinquentie en
kindermishandeling
- Diagnostiek en behandeling van complexe problematiek, die in de regel plaatsvindt onder dwang
Attachment Theory:
- Sensitiviteit van de ouder --> veilige hechting --> later populair, zelfvertrouwen
- Geen sensitiviteit van de ouder --> onveilige hechting --> ouder verliest macht: wordt nog strengen --> agressie
gedrag op latere leeftijd
Meta-analyse: (Dijkstra en anderen, 2016)
- Familieberaad
- Geen positieve effecten op de reductie van kindermishandeling, uithuisplaatsing en inzet van professionele zorg
- Meer (en langere duur van) uithuisplaatsingen voor oudere kinderen en minderheidsgroepen
Intern werkmodel
1
,Strafrechtelijke paradox:
- Vergelden (herstel morele breuk met samenleving)
Proportioneel
Verdiend
Schuldvereffening
- Voorkomen (instrumenteel gebruik strafrecht)
Afschrikken
Behandeling
Waardoor ontstaat crimineel gedrag? (The Big Eight)
- Risicofactoren
Antisociale houding
Verkeerde vrienden
Antisociale persoonlijkheid
Middelengebruik
Gezinsproblemen
Problemen op school en werk
Problematische vrijetijdsbesteding
Geschiedenis van antisociaal gedrag
Beschermende factoren:
Schoolfactoren
- Goede prestaties en leermotivatie, positief schoolklimaat, goede relatie met leerkracht
Relatie met leeftijdsgenoten:
- Pro-sociale vrienden
Buurtfactoren:
- Goede buurt, sociale cohesie
Individuele factoren:
- Bovengemiddelde IQ, pro-sociale attitude, gemakkelijk temperament, zelfcontrole, oplossingsvaardigheden, hoge
hartslag
Gezinsfactoren:
- Goede relatie met ten minste één ouder, ouderlijke steun en controle.
Risicofactoren zijn talrijker en sterker dan beschermende factoren doordat veel risico’s met elkaar samenhangen, cumuleren
in negatieve uitkomsten, relatief stabiel zijn en de ontwikkeling van beschermende factoren verhinderen.
Waarom is focus op jeugdige delinquenten zo belangrijk?
- Ernstige jeugdcriminaliteit komt relatief vaak voor in Nederland
- Deze groep delinquenten berokken de maatschappij de grootste schade
- Kleine harde kern is verantwoordelijk voor groot percentage misdrijven
- Deviante loopbaan begint al vroeg in hun leven, vroege interventie gewenst.
2
, CH2. NORMATIEVE PROFESSIONALISERING
Normatief:
Werken vanuit regels, normen en waarden. Niet alleen je eigen normen , waarden en regels tellen. Kijk ook naar collega’s, je
baas en maatschappij.
- Veel begeleiders stellen zich heel streng op, geven meteen regels aan. Ze willen voorkomen dat er over hun heen
wordt gelopen. Vaak helpt juist positief gedrag beter
- Het ligt voor de hand dat we daar naar handelen, daarop reflecteren en daarop met elkaar in gesprek gaan met als
doel de cliënt zo goed mogelijk te helpen.
- Normatieve professionaliteit begint niet bij een code kennen, maar bij een concreet gevoel
Normatieve professionaliteit
1. Handel naar wat je belangrijk vindt, doe anderen daarmee echt recht. Reflecteer en gebruik je gezond verstand om dit
voor elkaar te krijgen.
2. Ga in dialoog met je collega`s over wat je belangrijk vind.
Drie kenmerken/karaktereigenschappen voor een normatieve
professional
1. Complexiteit:
- De praktijk is een moeras en niet te reduceren tot de plannen en de hokjes.
- Tacit knowledge: we kunnen niet al onze kennis en weten in woorden overbrengen.
- Er is een verschil tussen een plan / een diagnose / evidence based methode en … de realiteit.
- Wanneer we dat gegeven wegmoffelen op de werkplek, gebeurt er vaak iets dat onwenselijk is voor cliënt en de
professional. Beide moeten zich aanpassen aan hoe het is bedacht en hoe het op papier staat.
Gevolgen cliënt:
- Cliënt moet passen in het systeem, maar dit past nooit helemaal
- Cliënt moet passen in de taal van de professional
- Cliënt wordt gereduceerd tot de stempels die hij krijgt ‘Jij hebt een probleem’
- Cliënt mag niet meer bepalen wij hij/zij is (verliest een stuk vrijheid, regie en authenticiteit)
Dit leidt tot ontevredenheid bij de cliënt met als gevolg”:
Aangezien ze af willen van de problemen:
- Ze geven zich over aan de professional op voorwaarde dat ze na afloop volledig klachtenvrij zijn
- Ze bieden weerstand tegen de macht van de professional omdat deze op andere dingen inzoomt dan wij willen.
Dit roept bij de professional het volgende op:
- Nog meer regels
- Meer werkdruk en stress
- Wat voor de professional belangrijk is, valt vaak niet in regels en protocollen te vangen
- Meer conflicten
- Meer administratief werk
- Twijfel en onzekerheid. Nog meer regels, vertrouwd niet op eigen intuïtie.
Oplossing: Amor complexitatis
- Ontkennen van de onzekerheid vergroot de onzekerheid
- Ontzekeren is belangrijk: met elkaar hebben over onzekerheid
- Ontzekeren is leren dealen met de schijn zekerheden die de onzekerheid aan het oog onttrekken
- Leren omgaan met onzekerheid ipv deze proberen op te lossen ‘iedereen is wel eens onzeker’
2. Normativiteit: (neutraal opvoeden in de jeugdzorg gaat niet)
- Ga staan voor wat je belangrijk vind, gebruik je gezond verstand en kritische blik
- Ga in dialoog over wat je belangrijk vind
- Leer omgaan met je idealen en je macht: je moet niet streng gaan doen uit angst, maar alleen op de momenten
dat het kind daar baat bij heeft.
3