Wond
Een wond is een verbreking van de natuurlijke samenhang van een of meer weefsels.
Open wond: de huid of het slijmvlies is beschadigd, hierdoor ontstaat infectie gevaar.
Gesloten wond: weefselbeschadiging zonder dat er een open verbinding met de buitenwereld is.
- Een contusie (bloeduitstorting in het onderste weefsel en de weke deel)
- Een distorsie (beschadiging van het gewrichtskapsel en/of banden.)
- Luxatie (ontwrichting, de kop heeft de kom verlaten)
- Of een blaar.
Verloop van wondgenezing.
- Acute (traumatische wond)
Bij een acute wond zal de huid zich binnen enkele weken spontaan sluiten. Dit is meestal het
geval na het oplopen van een schaafwond, snijwond, een neusbloeding of na een operatie.
- Chronische wond . Hiervan spreekt men als de wond na drie weken nog niet is genezen.
De wondgenezing verloopt gestoord door de aanwezigheid van:
- veneuze of arteriële insufficiëntie of een combinatie daarvan;
- diabetes mellitus;
- slechte voedingstoestand;
- verminderde afweer;
infectie en kritische kolonisatie (overgang naar infectie); in dit geval zijn er nog geen
infectieverschijnselen, maar is er wel sprake van vertraagde genezing, met als tekenen verhoogde
exsudaatvorming, verandering van kleur, pijn en abnormale geur.
Oorzaak van de wond
- Mechanisch: door scherp of stomp trauma;
- Chemisch: chemische stoffen (zuren, basen) hebben een etsende werking, de verschijnselen
zijn te vergelijken met een verbranding;
- Thermisch: bevriezen of verbranden
- Elektrisch: veroorzaakt door blikseminslag of door contact met voorwerpen die onder stroom
staan;
- Straling: röntgen-, radioactieve of uv-straling;
- Infectie, bijvoorbeeld een furunkel (steenpuist);
- Oncologische wonden: deze kunnen door de tumor zelf of door de behandeling veroorzaakt
worden;
- Circulatiestoornis, bijvoorbeeld bij een ulcus cruris .
- Diepte van de wond:
de epidermis is aangetast tot een diepte van 1–4 mm tot aan de dermis (oppervlakkige
wond);
de epidermis is aangetast tot en met de dermis, tot aan het subcutane vetweefsel, tot
aan de spieren of zelfs tot aan het bot.
Classificatiemodellen.
Het WCS-classificatiemodel (zwart, geel en rood) wordt toegepast bij:
- brandwonden, oncologische wonden en in de stomazorg
zwarte wond . Het wondoppervlak is bedekt met zwarte necrose.
Gele wond . Het wondoppervlak is bedekt met eventueel geïnfecteerd geel fibrinebeslag
Rode wond . Het wondoppervlak is schoon en heeft een helderrode granulerende bodem.
Gemengde wond. Bij een gemengde wond heeft het wondbed een gemengd aspect: granulerend
en/of fibrineus en/of necrotisch.
,Het TIME-model is een wondverzorgingsmodel voor chronische wonden.
- Tissue. Is het weefsel vitaal of niet-vitaal? Necrotisch weefsel vertraagt de genezing en is een
bron voor infectie. Het beleid bestaat uit débridement.
- Infection/inflammation. Het beleid bestaat uit gebruik van anti-inflammatoire middelen en bij
een infectie antimicrobiële medicatie.
- Moisture (vochtbalans). Is de wond vochtig of droog? Te veel wondvocht remt de
wondgenezing. Het beleid bestaat uit het het herstellen van de vochtbalans.
- Edge (wondranden). Zijn de wondranden intact, groeien deze onvoldoende aan? Het beleid is
optimale verzorging van de wondranden.
Oorzaken van een wond
schaafwond (excoriatie )
Een schaafwond ontstaat door schurende krachten op de huid en wordt gekenmerkt door pijn (door
prikkeling van zenuwuiteinden) en puntvormige bloedinkjes (beschadiging van de capillairen in de
dermis).
snijwond
Gladde en gave wondranden zijn kenmerkend voor een snijwond. Moet ook onderzoek gedaan
worden naar de letsels van inwendige organen.
Scheurwond
Een scheurwond ontstaat wanneer de huid en de onderliggende weefselstructuren met kracht uit
elkaar gerukt worden. De wond wordt gekenmerkt door rafelige wondranden, relatief weinig
bloedverlies
Crushwond
Een crushwond ontstaat door een stomp trauma, waarbij de huid is opengebarsten.
Deglovement
Bij deglovement zijn zowel epidermis als dermis afgestroopt van het subcutane weefsel.
Bijtwonden
90% van de bijtwonden wordt door honden veroorzaakt, waarbij in 6% van de gevallen kans is op
rabiës (hondsdolheid ). 6% van de bijtwonden ontstaat door katten. Het is vaak een kleine, diep in het
weefsel penetrerende steekvormige verwonding, waardoor de kans op infectie groot is (25%)
Verschijnselen van een wond
Bloeding van een wond kan zich op verschillende manieren uiten.
- bij een capillaire bloeding sijpelt het bloed uit de wond.
- Bij een veneuze bloeding stroomt het bloed, dat donker van kleur is, continu uit de wond.
- Bij een arteriële bloeding pulseert (stootsgewijs) helderrood bloed uit de wond. Pijn ontstaat
doordat zenuwtakjes doorgesneden zijn.
Wondcomplicaties.
Wondinfectie gaat gepaard met de klassieke verschijnselen:
- ontsteking (roodheid, zwelling, warmte, pijn en functieverlies);
- koorts;
- leukocytose.
, De kans op wondinfecties is onder andere verhoogd bij:
- verminderde weerstand;
- diabetes mellitus;
- ondervoeding;
- hoge leeftijd.
Een wondkweek moet worden afgenomen bij:
- infectieverschijnselen > 5 dagen;
- purulent wondvocht;
- toename exsudaat;
- spontane wonddehiscentie;
- pijn of gevoeligheid in het wondgebied;
- roodheid, warmte rond de wond en een stinkende wond;
- kwalitatief slecht granulatieweefsel;
- uitblijven van de wondgenezing.
Contractuurvorming
dwangstand van het gewricht of lichaamsdeel, ontstaat door schrompelend weefsel.
Keloïd
littekenformatie die zich uitbreidt buiten het oorspronkelijk beschadigde huidgebied.
Hoofdstuk 7 Fracturen
Een fractuur is een verbreking van de natuurlijke samenhang van het botweefsel, als gevolg van een
direct of indirect werkend trauma. Fracturen kunnen op de volgende manier worden ingedeeld:
- indeling naar de aard van het trauma.
Directe krachtwerking (trap tegen scheenbeen)
Indirecte krachtwerking (val op een uitgestrekte hand.) de kracht wordt voorgeleid.
Zodat de fractuur op afstand ontstaat.
Een spontane (pathologische ) fractuur
ziek bot door een trauma dat onvoldoende groot is om een normaal bot te breken. Bv
- osteoporose;
- rachitis (Engelse ziekte), osteomalacie;
- bottumoren zoals de ziekte van Kahler en botmetastasen;
- osteogenesis imperfecta , een zeldzame, aangeboren en autosomaal dominante
bindweefselaandoening.
Indeling naar de mate van wekedelenletsel
Bij een ongecompliceerde (gesloten ) fractuur is de huid intact
Bij de open (gecompliceerde) fractuur is er een wond in samenhang met de fractuur .
Indeling naar het aantal fractuurstukken
Bij de enkelvoudige fractuur zijn er twee fractuurstukken (dus één fractuurlijn).
Bij de samengestelde, ook wel meervoudige, comminutieve of verbrijzelingsfractuur
geheten, zijn er meer dan twee fractuurstukken.
- Indeling naar anatomische locatieplaats. Een fractuur kan zich bevinden in het gewricht
(articulair), de kop, de groeischijf (epifysair), de schacht, collum, etc.
- Indeling naar vorm.