Hoofdstuk 2.1 Indeling
Geneesmiddelen kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld, bijvoorbeeld naar
toepassingsgebied (antidepressiva, slaapmiddelen, anti-epileptica, antihypertensiva), naar chemische
verwantschap (steroïden) en naar werking.
Met betrekking tot de werking wordt een onderscheid gemaakt in:
- causale (curatieve)werking : het geneesmiddel bestrijdt de oorzaak, bijvoorbeeld penicilline
bij een pneumokokkenpneumonie;
- profylactische (preventieve)werking : het geneesmiddel probeert een aandoening te
voorkomen, bijvoorbeeld anticoagulantia ter voorkoming van trombose;
- symptomatische werking : het geneesmiddel bestrijdt alleen de symptomen van een ziekte,
niet de oorzaak, bijvoorbeeld postoperatieve pijnbestrijding met paracetamol;
- substitutiewerking : het geneesmiddel vult een tekort op, zoals insuline bij diabetes mellitus;
- placebowerking : hiervan is sprake bij preparaten die op een geneesmiddel lijken, maar die
geen werkzame stof bevatten; placebo’s worden onder andere als vergelijkingsmateriaal
gebruikt bij klinisch wetenschappelijk onderzoek.
Paragraaf 2.2 Nomenclatuur (naamgeving)
Er zijn verschillende mogelijkheden om een geneesmiddel aan te duiden. De chemische brutoformule
bijvoorbeeld van digoxinum (C41H 64O 14) zegt niets over de eigenschappen van de stof, omdat deze
formule niet laat zien hoe de atomen in het molecuul gerangschikt zijn. Voor het lichaam is er een
groot verschil tussen glucose en galactose, maar beide hebben de formule C 6H 12O 6. De
structuurformule geeft wel inzicht in de eigenschappen van de stof.
De chemische brutoformule, de structuurformule en de chemische naam zijn met name van belang
voor chemici en farmacologen. Het kennen van de chemische structuur van een geneesmiddel is vaak
een belangrijk middel om complicaties, zoals overgevoeligheid, te voorkomen.
Paragraaf 2.3 Toedieningsvormen
Voor de toediening van een geneesmiddel bestaan in principe drie mogelijkheden: de droge, de natte
en de vette vorm.
Paragraaf 2.3.1 Droge toedieningsvormen
Poeder
De werkzame stof of een combinatie van stoffen kan worden toegediend door middel van een
poeder.
Pillen
Vroeger werden de meeste geneesmiddelen afgeleverd in de vorm van pillen : bolletjes gemaakt van
een gestolde oplossing die de werkzame stof bevat, met bindmiddel (zoals dropwater of
zoethoutwortelsap). De bolletjes werden op een speciale pillenbank gedraaid.
Tabletten
Een tablet is een onder hoge druk geperst poeder of mengsel van poeders (samen met toevoegingen,
zoals zetmeel, cellulose en lactose), dat in water of maagsap uiteenvalt.
, Er zijn specifieke soorten tabletten ontwikkeld.
- Dragees zijn tabletten met een suikermantel, meestal bedoeld om het slikken van een vies
smakend medicijn te vergemakkelijken.
- Een enteric-coated tablet is een dragee voorzien van een maagzuurbestendig laagje. Het valt
pas uiteen in de dunne darm, zodat het de maagwand niet kan beschadigen of door het
maagzuur onwerkzaam kan worden gemaakt.
- Aan een bruistablet is natriumwaterstofcarbonaat (bicarbonaat) toegevoegd. Bij het oplossen
reageert dit met het zuur van het medicijn, waardoor een bruisende drank ontstaat.
- Kauw- en zuigtabletten zijn vaak bedoeld voor lokale werking in het mond- en keelgebied
(bijv. Strepsils).
- Implantatietabletten worden subcutaan ingebracht. Zij zorgen voor een geleidelijke en
langdurige opname van de werkzame stof in het lichaam.
- Bij een retardtablet (vertraagde afgifte) wordt de werkzame stof geleidelijk en min of meer
geregeld over een bepaalde tijd afgegeven.
Dragees, enteric-coated tabletten en matrixtabletten mogen niet fijngewreven worden voor
bijvoorbeeld toediening via een sonde. Het beoogde effect (onder andere bescherming) gaat dan
verloren.
Capsules
Een capsule is een kokertje van (gekleurde) gelatine, gevuld met een poedervormig geneesmiddel.
Overige
Steeds meer geneesmiddelen worden via de huid toegediend, waarbij het medicijn onder een
pleister is verwerkt. Dat heet een transdermaal toedieningssysteem (TTS ). Deze toedieningswijze
zorgt voor een langzame en continue (uren, dagen of zelfs langer) afgifte.
Paragraaf 2.3.2 Natte toedieningsvormen
De natte toedieningsvormen omvatten onder andere dranken, klysma’s, neus-, oor- en oogdruppels,
inhalatievloeistoffen, sprays, injectievloeistoffen en infusen. De vloeistoffen zijn in te delen in
oplossingen, suspensies en emulsies.
Oplossing
Bij een oplossing is de werkzame stof geheel opgelost in het oplosmiddel (meestal water, soms
alcohol). In het maag-darmkanaal komt de werkzame stof snel vrij (bijv. Lanoxin Elixer
Paediatric/Geriatric; een elixer is een zoet, waterig, alcoholisch mengsel).
Een tinctuur is een oplossing van een stof in alcohol. In het verleden werd ter ontsmetting vaak
jodiumtinctuur gebruikt.
Suspensie
Een suspensie is een viskeuze vloeistof, waarin het geneesmiddel zich in fijn verdeelde vaste toestand
bevindt. Voor de fijne verdeling zijn suspendeermiddelen en stabilisatoren toegevoegd. Het
geneesmiddel is vermengd en niet opgelost – het zal na enige tijd weer naar de bodem zakken.
Emulsie
Een emulsie is een samenvoeging van twee niet met elkaar mengbare vloeistoffen, bijvoorbeeld olie
in water of water in olie. Bij een olie-wateremulsie is de olie met behulp van een emulgator fijn
verdeeld over het water.
Injecties en infusen
Geneesmiddelen kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld, bijvoorbeeld naar
toepassingsgebied (antidepressiva, slaapmiddelen, anti-epileptica, antihypertensiva), naar chemische
verwantschap (steroïden) en naar werking.
Met betrekking tot de werking wordt een onderscheid gemaakt in:
- causale (curatieve)werking : het geneesmiddel bestrijdt de oorzaak, bijvoorbeeld penicilline
bij een pneumokokkenpneumonie;
- profylactische (preventieve)werking : het geneesmiddel probeert een aandoening te
voorkomen, bijvoorbeeld anticoagulantia ter voorkoming van trombose;
- symptomatische werking : het geneesmiddel bestrijdt alleen de symptomen van een ziekte,
niet de oorzaak, bijvoorbeeld postoperatieve pijnbestrijding met paracetamol;
- substitutiewerking : het geneesmiddel vult een tekort op, zoals insuline bij diabetes mellitus;
- placebowerking : hiervan is sprake bij preparaten die op een geneesmiddel lijken, maar die
geen werkzame stof bevatten; placebo’s worden onder andere als vergelijkingsmateriaal
gebruikt bij klinisch wetenschappelijk onderzoek.
Paragraaf 2.2 Nomenclatuur (naamgeving)
Er zijn verschillende mogelijkheden om een geneesmiddel aan te duiden. De chemische brutoformule
bijvoorbeeld van digoxinum (C41H 64O 14) zegt niets over de eigenschappen van de stof, omdat deze
formule niet laat zien hoe de atomen in het molecuul gerangschikt zijn. Voor het lichaam is er een
groot verschil tussen glucose en galactose, maar beide hebben de formule C 6H 12O 6. De
structuurformule geeft wel inzicht in de eigenschappen van de stof.
De chemische brutoformule, de structuurformule en de chemische naam zijn met name van belang
voor chemici en farmacologen. Het kennen van de chemische structuur van een geneesmiddel is vaak
een belangrijk middel om complicaties, zoals overgevoeligheid, te voorkomen.
Paragraaf 2.3 Toedieningsvormen
Voor de toediening van een geneesmiddel bestaan in principe drie mogelijkheden: de droge, de natte
en de vette vorm.
Paragraaf 2.3.1 Droge toedieningsvormen
Poeder
De werkzame stof of een combinatie van stoffen kan worden toegediend door middel van een
poeder.
Pillen
Vroeger werden de meeste geneesmiddelen afgeleverd in de vorm van pillen : bolletjes gemaakt van
een gestolde oplossing die de werkzame stof bevat, met bindmiddel (zoals dropwater of
zoethoutwortelsap). De bolletjes werden op een speciale pillenbank gedraaid.
Tabletten
Een tablet is een onder hoge druk geperst poeder of mengsel van poeders (samen met toevoegingen,
zoals zetmeel, cellulose en lactose), dat in water of maagsap uiteenvalt.
, Er zijn specifieke soorten tabletten ontwikkeld.
- Dragees zijn tabletten met een suikermantel, meestal bedoeld om het slikken van een vies
smakend medicijn te vergemakkelijken.
- Een enteric-coated tablet is een dragee voorzien van een maagzuurbestendig laagje. Het valt
pas uiteen in de dunne darm, zodat het de maagwand niet kan beschadigen of door het
maagzuur onwerkzaam kan worden gemaakt.
- Aan een bruistablet is natriumwaterstofcarbonaat (bicarbonaat) toegevoegd. Bij het oplossen
reageert dit met het zuur van het medicijn, waardoor een bruisende drank ontstaat.
- Kauw- en zuigtabletten zijn vaak bedoeld voor lokale werking in het mond- en keelgebied
(bijv. Strepsils).
- Implantatietabletten worden subcutaan ingebracht. Zij zorgen voor een geleidelijke en
langdurige opname van de werkzame stof in het lichaam.
- Bij een retardtablet (vertraagde afgifte) wordt de werkzame stof geleidelijk en min of meer
geregeld over een bepaalde tijd afgegeven.
Dragees, enteric-coated tabletten en matrixtabletten mogen niet fijngewreven worden voor
bijvoorbeeld toediening via een sonde. Het beoogde effect (onder andere bescherming) gaat dan
verloren.
Capsules
Een capsule is een kokertje van (gekleurde) gelatine, gevuld met een poedervormig geneesmiddel.
Overige
Steeds meer geneesmiddelen worden via de huid toegediend, waarbij het medicijn onder een
pleister is verwerkt. Dat heet een transdermaal toedieningssysteem (TTS ). Deze toedieningswijze
zorgt voor een langzame en continue (uren, dagen of zelfs langer) afgifte.
Paragraaf 2.3.2 Natte toedieningsvormen
De natte toedieningsvormen omvatten onder andere dranken, klysma’s, neus-, oor- en oogdruppels,
inhalatievloeistoffen, sprays, injectievloeistoffen en infusen. De vloeistoffen zijn in te delen in
oplossingen, suspensies en emulsies.
Oplossing
Bij een oplossing is de werkzame stof geheel opgelost in het oplosmiddel (meestal water, soms
alcohol). In het maag-darmkanaal komt de werkzame stof snel vrij (bijv. Lanoxin Elixer
Paediatric/Geriatric; een elixer is een zoet, waterig, alcoholisch mengsel).
Een tinctuur is een oplossing van een stof in alcohol. In het verleden werd ter ontsmetting vaak
jodiumtinctuur gebruikt.
Suspensie
Een suspensie is een viskeuze vloeistof, waarin het geneesmiddel zich in fijn verdeelde vaste toestand
bevindt. Voor de fijne verdeling zijn suspendeermiddelen en stabilisatoren toegevoegd. Het
geneesmiddel is vermengd en niet opgelost – het zal na enige tijd weer naar de bodem zakken.
Emulsie
Een emulsie is een samenvoeging van twee niet met elkaar mengbare vloeistoffen, bijvoorbeeld olie
in water of water in olie. Bij een olie-wateremulsie is de olie met behulp van een emulgator fijn
verdeeld over het water.
Injecties en infusen