Natuurlijke selectie, ‘survival of the fittest’ + nakomelingen krijgen. Het berust op:
- Individuele variatie
- Genetisch bepaald
- Meer nakomeling/meer genen
Seksuele selectie, individuen die het best/meest kunnen paren
zullen het steeds beter doen. Bijvoorbeeld bij de fagotvogel die
begon zonder rode blaaszak en nu een hele grote heeft.
Seksuele selectie kan natuurlijke selectie tegenwerken, zoals
hiernaast te zien is. De grote mannetjes hebben een heel klein
overlevingspercentage, maar blijven toch bestaan. Dat komt
omdat de vrouwtjes bij de seksuele selectie voor grote mannetjes kiezen.
Asymmetrie in seksuele reproductie
Parental investment, over het algemeen steken vrouwen veel meer moeite in het opbrengen van
jongen dan mannen. Dat is alleen al te zien bij de gameet. Vrouwen vinden kwaliteit in partner
daarom heel belangrijk, terwijl mannen kwantiteit belangrijk vinden. In dit geval zijn vrouwen dus de
beperkende factor.
Strategie mannen:
1. Male-male competitie (intraseksuele selectie)
a. Strijd, door het vechten worden mannen steeds groter (sexual size demorphism) of
ontwikkelen ze vechtattributen zoals hoorns (stoppen met groter worden door N select.)
b. Sperma competitie, hierbij heb je drie verschillende vormen:
Veel en/of langdurig paren
Grote testis (veel sperma)
Schraper, sperma van de vorige partner wordt dan verwijderd
2. Consort van vrouwtjes, dan blijven ze dicht bij een vrouwtje zodat er geen andere man bij is
als het vrouwtje ovuleert (certainty of paternity).
Strategie vrouwen:
Female choice (interseksuele selectie)
- Uiterlijke kenmerken (seksueel dimorfisme = mannetjes verschillen van vrouwtjes)
- Gedrag (zang, baltsritueel)
- Groot territorium, dominant
- Symmetrisch uiterlijk
Er zin 3 hypothese waarom vrouwen voor bepaald gedrag of uiterlijk gaan:
1. Good gene hypothesis, zo kost lang zingen veel energie, zal je voor het bewaken van een
territorium veel kracht nodig hebben en tonen felle kleuren aan dat iemand gezond is.
2. Handicap principe, een lange staart is een handicap om te vliegen en te vluchten, ook valt het
meer op voor predators. Als je desondanks overleeft, moet je wel een goede partner zijn.
3. Sexy son hypothesis, als je man er goed uitziet, zal je zoon er ook goed uitzien en zal die meer
kans hebben om voort te planten (goede fitness).
Sensory bias, een opvallend kenmerk dat de zintuigen extra prikkelt. Vrouwtjes vinden dit meestal
erg aantrekkelijk en als dit kenmerk genetisch is, kan het
steeds extremer worden. Zo kan een vogel steeds feller
gekleurd worden. Deze term is belangrijk bij de sexy son
hypothese.
Imprenting, in ‘t plaatje hiernaast zie je dat de dochters,
die met vaders opgegroeid zijn die een kunstmatige
pluim hadden (links), allemaal voor een mannetje kiezen
die ook een pluim heeft. Dat is imprenting, maar rechts
kiezen de dochters soms ook voor een pluim dus is het
ook aantrekkelijk (sensory bias).