BLOK 1 JAAR 2 GGZ
Colleges en taken
,Inhoud
College 1: Theorieën in de ontwikkelingspsychologie .................................................................... 2
Taak 1: Mieke ........................................................................................................................................ 6
Box 1: Prevalentie van psychopathologie bij personen met een verstandelijke beperking .... 17
Box 2: Psychopathologie bij afzonderlijke syndromen van verstandelijke beperking .............. 17
College 2: Autisme en ontwikkeling ................................................................................................. 18
Taak 2: Cognitieve ontwikkeling I: Met horten en stoten .............................................................. 22
College 3 Angst- en stemmingsstoornissen ................................................................................... 31
Taak 3: Mark........................................................................................................................................ 35
Box 3: De Sally en Anne taak ........................................................................................................... 46
Box 4: Autisme en intelligentie ......................................................................................................... 46
Taak 4: (Psycho)motorische ontwikkeling ...................................................................................... 47
Taak 5: Charlotte en Pien .................................................................................................................. 54
Taak 6: De ontwikkeling van het brein: van conceptie tot de jonge volwassenheid ................ 72
College 4: De sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen ...................................................... 76
Taak 7: Rob (ADHD) .......................................................................................................................... 82
Box 5: De etiologie van ADHD ......................................................................................................... 93
Box 6: Associatie tussen ADHD, CD en ODD................................................................................ 93
Taak 8: Hechtingsmateriaal .............................................................................................................. 94
College 5: Morele ontwikkeling ....................................................................................................... 102
Taak 9: Max ....................................................................................................................................... 107
Taak 10: Cognitieve ontwikkeling en ontwikkeling van identiteit en
persoonlijkheid/temperament .......................................................................................................... 119
College 6: Hersenletsel bij kinderen en jongeren ........................................................................ 133
Taak 11: Bert ..................................................................................................................................... 136
Box 7: Conduct disorder en psychopathie .................................................................................... 145
Taak 12: Morele ontwikkeling ......................................................................................................... 146
College 7: ODD en CD..................................................................................................................... 154
Opdracht kritisch lezen .................................................................................................................... 157
Benaderingen .................................................................................................................................... 164
1
,College 1: Theorieën in de ontwikkelingspsychologie
Ontwikkeling: een definitie
- Veranderingen
- Conceptie – dood
- Wetmatigheid
- Rijping
- Leren
- Identificeren & verklaren
- Verandering is niet gelijk aan ontwikkeling
Domeinen van ontwikkeling
- Fysieke ontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Psychosociale ontwikkeling
Goede theorie: kenmerken:
- Beknoptheid/ spaarzaamheid
- Falsifieerbaarheid
- Heuristische waarde
6 fundamentele kwesties:
- Nature vs nurture
- Rol sociaal-culturele context
- Actieve rol kind
- Ontwikkeling Verloop: (dis)continue
- Kritieke perioden
- Interactie domeinen
5 benaderingen
- Leertheoretisch
o Verklaart ontwikkeling o.g.v. fundamentele klassieke en operante leerprincipes (Watson en
Skinner)
o Sociale leertheorie (SLT) Albert Bandura (1925-2021):
Had belangrijke bijdragen op de gebieden van het gedrag en agressie
Bandura’s experimenten en observaties leidde hem naar het idee dat de meeste
leerresultaten worden behaald door het observeren van andere mensen.
Imitatie
Observationeel leren
Modeling
4 cognitieve processen: aandacht, geheugen, (motorische) reproductie en motivatie
o Leertheorieën en de 6: kwestie 1:
Behaviorisme:
Omgeving controleert gedrag
Universaliteit leerprincipes
Kind is passief
SLT:
Interactie reinforcement en biologische en andere factoren
Zeer belangrijke rol
Kind heeft veel actievere status
o Kwestie 2:
Behaviorisme:
Ontwikkeling verloop is continu/gradueel/kwantitatief
Geen nadruk op kritieke perioden
Ontwikkeling in elk domein onderworpen aan fundamentele leerwetten
SLT:
Ontwikkeling verloop is continu/gradueel/kwantitatief
Geen nadruk op kritieke perioden
Reciproke interactie tussen domeinen van ontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
o Jean Piaget (1896-1980): Psycholoog en pionier in de studie van kind intelligentie. De man is
geboren in Neuchatel, Zwitserland
o Benadering van Piaget:
2 assumpties:
2
, Normale kinderen vertonen gelijksoortige mentale en sociale vaardigheden
ondanks ver uiteenlopende ervaringen
Normale kinderen ondergaan gelijksoortige veranderingen in vaardigheden op
ruwweg dezelfde leeftijden.
Basisconcepten
Adaptie: genegenheid om aan te passen aan de condities opgelegd door de
omgeving
Organisatie: neiging van intellectuele structuren en processen om meer
systematisch en coherent te worden
Schema: een gecoördineerd en systematisch patroon van handelingen,
gedragingen en redeneerwijzen, dat wordt toegepast op gelijke klassen van
objecten of situaties.
Assimilatie: het interpreteren van een ervaring in termen van huidige manieren
van begrijpen van dingen (schemata)
Accommodatie: veranderingen in het denken die optreden wanneer oude
denkpatronen om iets te begrijpen (de oude schemata) niet meer voldoen
Een stadiamodel van ontwikkeling
De stadia van Piaget:
Sensorisch 0-1,5 jaar
o Sensomotorische acties
Preoperationeel 1,5-7 jaar
o Symbolen voor objecten
Concreet operationeel 7-11 jaar
o Logisch (concreet) denken
Formeel operationeel ouder dan 11 jaar
o Piaget en de 6 kwesties
Interactionistisch (alle biologische factoren interacteren met de ervaring)
Rol van sociaal-culturele context is beperkt (tempo en eindniveau ontwikkeling)
Kind is zeer actief (kennis wordt geconstrueerd)
Discontinu (stadiamodel van ontwikkeling)
Geen nadruk op kritische perioden
Veel implicaties voor andere ontwikkelingsdomeinen
o Neo-Piagetiaanse benadering
Het gebruiken van klassieke Piagetiaanse thema’s om te komen tot een heel ander soort
theorie (vb: Chomsky: LAD)
Zowel acceptatie van Piaget’s kernideeën als ook integratie nieuwe inzichten
6 kwesties:
Interactionistisch
Ook de sociaal-culturele context is motor van ontwikkeling
Actieve rol van het kind
Onwikkelingsverloop is zowel continu als discontinu
Geen nadruk op kritieke perioden
Veel implicaties voor andere domeinen van ontwikkeling
- Informatieverwerking
o Basismetafoor: de mens is een computer met een beperkt vermogen om informatie te verwerken
o In schema: multistore model:
3
Colleges en taken
,Inhoud
College 1: Theorieën in de ontwikkelingspsychologie .................................................................... 2
Taak 1: Mieke ........................................................................................................................................ 6
Box 1: Prevalentie van psychopathologie bij personen met een verstandelijke beperking .... 17
Box 2: Psychopathologie bij afzonderlijke syndromen van verstandelijke beperking .............. 17
College 2: Autisme en ontwikkeling ................................................................................................. 18
Taak 2: Cognitieve ontwikkeling I: Met horten en stoten .............................................................. 22
College 3 Angst- en stemmingsstoornissen ................................................................................... 31
Taak 3: Mark........................................................................................................................................ 35
Box 3: De Sally en Anne taak ........................................................................................................... 46
Box 4: Autisme en intelligentie ......................................................................................................... 46
Taak 4: (Psycho)motorische ontwikkeling ...................................................................................... 47
Taak 5: Charlotte en Pien .................................................................................................................. 54
Taak 6: De ontwikkeling van het brein: van conceptie tot de jonge volwassenheid ................ 72
College 4: De sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen ...................................................... 76
Taak 7: Rob (ADHD) .......................................................................................................................... 82
Box 5: De etiologie van ADHD ......................................................................................................... 93
Box 6: Associatie tussen ADHD, CD en ODD................................................................................ 93
Taak 8: Hechtingsmateriaal .............................................................................................................. 94
College 5: Morele ontwikkeling ....................................................................................................... 102
Taak 9: Max ....................................................................................................................................... 107
Taak 10: Cognitieve ontwikkeling en ontwikkeling van identiteit en
persoonlijkheid/temperament .......................................................................................................... 119
College 6: Hersenletsel bij kinderen en jongeren ........................................................................ 133
Taak 11: Bert ..................................................................................................................................... 136
Box 7: Conduct disorder en psychopathie .................................................................................... 145
Taak 12: Morele ontwikkeling ......................................................................................................... 146
College 7: ODD en CD..................................................................................................................... 154
Opdracht kritisch lezen .................................................................................................................... 157
Benaderingen .................................................................................................................................... 164
1
,College 1: Theorieën in de ontwikkelingspsychologie
Ontwikkeling: een definitie
- Veranderingen
- Conceptie – dood
- Wetmatigheid
- Rijping
- Leren
- Identificeren & verklaren
- Verandering is niet gelijk aan ontwikkeling
Domeinen van ontwikkeling
- Fysieke ontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Psychosociale ontwikkeling
Goede theorie: kenmerken:
- Beknoptheid/ spaarzaamheid
- Falsifieerbaarheid
- Heuristische waarde
6 fundamentele kwesties:
- Nature vs nurture
- Rol sociaal-culturele context
- Actieve rol kind
- Ontwikkeling Verloop: (dis)continue
- Kritieke perioden
- Interactie domeinen
5 benaderingen
- Leertheoretisch
o Verklaart ontwikkeling o.g.v. fundamentele klassieke en operante leerprincipes (Watson en
Skinner)
o Sociale leertheorie (SLT) Albert Bandura (1925-2021):
Had belangrijke bijdragen op de gebieden van het gedrag en agressie
Bandura’s experimenten en observaties leidde hem naar het idee dat de meeste
leerresultaten worden behaald door het observeren van andere mensen.
Imitatie
Observationeel leren
Modeling
4 cognitieve processen: aandacht, geheugen, (motorische) reproductie en motivatie
o Leertheorieën en de 6: kwestie 1:
Behaviorisme:
Omgeving controleert gedrag
Universaliteit leerprincipes
Kind is passief
SLT:
Interactie reinforcement en biologische en andere factoren
Zeer belangrijke rol
Kind heeft veel actievere status
o Kwestie 2:
Behaviorisme:
Ontwikkeling verloop is continu/gradueel/kwantitatief
Geen nadruk op kritieke perioden
Ontwikkeling in elk domein onderworpen aan fundamentele leerwetten
SLT:
Ontwikkeling verloop is continu/gradueel/kwantitatief
Geen nadruk op kritieke perioden
Reciproke interactie tussen domeinen van ontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
o Jean Piaget (1896-1980): Psycholoog en pionier in de studie van kind intelligentie. De man is
geboren in Neuchatel, Zwitserland
o Benadering van Piaget:
2 assumpties:
2
, Normale kinderen vertonen gelijksoortige mentale en sociale vaardigheden
ondanks ver uiteenlopende ervaringen
Normale kinderen ondergaan gelijksoortige veranderingen in vaardigheden op
ruwweg dezelfde leeftijden.
Basisconcepten
Adaptie: genegenheid om aan te passen aan de condities opgelegd door de
omgeving
Organisatie: neiging van intellectuele structuren en processen om meer
systematisch en coherent te worden
Schema: een gecoördineerd en systematisch patroon van handelingen,
gedragingen en redeneerwijzen, dat wordt toegepast op gelijke klassen van
objecten of situaties.
Assimilatie: het interpreteren van een ervaring in termen van huidige manieren
van begrijpen van dingen (schemata)
Accommodatie: veranderingen in het denken die optreden wanneer oude
denkpatronen om iets te begrijpen (de oude schemata) niet meer voldoen
Een stadiamodel van ontwikkeling
De stadia van Piaget:
Sensorisch 0-1,5 jaar
o Sensomotorische acties
Preoperationeel 1,5-7 jaar
o Symbolen voor objecten
Concreet operationeel 7-11 jaar
o Logisch (concreet) denken
Formeel operationeel ouder dan 11 jaar
o Piaget en de 6 kwesties
Interactionistisch (alle biologische factoren interacteren met de ervaring)
Rol van sociaal-culturele context is beperkt (tempo en eindniveau ontwikkeling)
Kind is zeer actief (kennis wordt geconstrueerd)
Discontinu (stadiamodel van ontwikkeling)
Geen nadruk op kritische perioden
Veel implicaties voor andere ontwikkelingsdomeinen
o Neo-Piagetiaanse benadering
Het gebruiken van klassieke Piagetiaanse thema’s om te komen tot een heel ander soort
theorie (vb: Chomsky: LAD)
Zowel acceptatie van Piaget’s kernideeën als ook integratie nieuwe inzichten
6 kwesties:
Interactionistisch
Ook de sociaal-culturele context is motor van ontwikkeling
Actieve rol van het kind
Onwikkelingsverloop is zowel continu als discontinu
Geen nadruk op kritieke perioden
Veel implicaties voor andere domeinen van ontwikkeling
- Informatieverwerking
o Basismetafoor: de mens is een computer met een beperkt vermogen om informatie te verwerken
o In schema: multistore model:
3