m. biceps brachii
elleboog 90°, hand schudden
vragen om meer flexie en supinatie onderarm
o palperen
m. triceps brachii
patient buiklig, arm over de rand van tafel(90° abductie)
vragen om extensie van elleboog(alle koppen)
o palperen vanaf olecranon
vragen om elleboog naar plafond te brengen(caput longum)
o palperen mediaal
m. pectoralis major
ruglig, elleboog 90°
vragen om endorotatie (alle vezels)
o palperen(duim in oksel)
ruglig, schouder 90° anteflexie
vragen om anteflexie: “breng je hand boven je hoofd” (bovenste vezels)
o palperen
vragen om retroflexie: “breng je hand naar je heup” (onderste vezels)
o palperen
m. subclavius
kun je bijna niet voelen
m. trapezius
p.descendens
buiklig
vraag extensie van hoofd
o palperen van clavicula tot occiput
p.transversus
buiklig
vraag om schouders van de tafel te halen
o palperen vanaf spina scapulae tot TWK (oppervlakkig)
, p.ascendens
buiklig
armen in supermanhouding
o palperen vanaf de rand(denkbeeldige lijn van spina naar T XII) naar
TWK
m. teres major
buiklig, arm over de rand van de tafel(90° abductie)
vragen om endorotatie
o palperen (vastpakken met duim in oksel)
o verschil met latissimus dorsi is dat de TM origo aan scapula is
m. deltoïdeus
zitten op tafel
lokaliseer de spina scapulae, acromion en laterale 1/3 deel van clavicula
lokaliseer de tuberositas deltoideus
vraag om abductie van schouder (beetje anteflexie/retroflexie voor verschil in
vezels)
o palpeer tussen eerder genoemde punten
m. latissimus dorsi
ruglig, arm boven hoofd met geflexte elleboog
vragen om retroflexie: “breng je elleboog naar je heup”
o palperen langs lichaam
zitten op bank, voeten over de rand
vragen om af te zetten met handen op de bank
o duidelijk zicht op latissimus dorsi
mm. scalenii
ruglig, hoofd in lichte passieve flexie
o palpeer in de driehoek tussen de SCM en de trapezium in
o vraag om een diepe inhalatie via de borst
o eventueel “sniffen”
m. supraspinatus
buiklig, arm langs lichaam
lokaliseer de spina scapulae
glij met vingers in fossa supraspinata