Inleiding
Door de ongecontroleerde mitosen (celdeling) verdubbelt de tumormassa zich steeds. (1,2,4,8,16
enz.)
Pas na 20 verdubbelingen heeft de cel een tumor van ongeveer 1 gram gevormd. Dit is te zien bij een
onderzoek.
Benigne: goedaardig.
Maligne: kwaadaardig.
Kanker groeit sneller in omgevend weefsel gevaarlijker.
5.1 Risicofactoren
Bij het ontstaan van kanker spelen omgevingsfactoren en erfelijke factoren een rol.
Weefsels kunnen beschadigd raken door:
o Chemische stoffen alcohol, teer en verkoold vlees.
o Ioniserende stralen röntgen en zonnestralen.
o Chronische ontstekingen COPD en colitis ulcerosa
o Geslachtshormonen gezwellen in de borst en prostaat.
o Virusinfecties baarmoederhalskanker, leverkanker en wratten
Snelle celdeling: vaak in de slijmvliezen, omdat de schadelijkprikkels daar vaak direct op
inwerken.
Cel eigenschappen
Menselijke cellen zijn hoog gedifferentieerd. Ze hebben zich gespecialiseerd op hun functie.
Door carcinogenen, ioniserende straling en andere prikkels kan er wat fout gaan in de celkern.
Stukken DNA komen dan vrij te liggen, terwijl deze normaal zijn afgedekt. Gevolg hiervan is
verlies van differentiatie.
Verlies van differentiatie omgekeerde ontwikkeling: gespecialiseerde weefsels ontwikkelen weer
eigenschappen van de embryonale.
Bepaalde tumoren gaan iets afwijkend maken waardoor ze makkelijk te vinden zijn.
Sommige gezwellen maken tumormarkers. (Stoffen die kenmerkend zijn voor bepaalde tumoren)
Voorbeeld van tumormarkers: PSA bij prostaattumoren en CEA bij dikke darmkanker.
Normale celdelingen worden gereguleerd door DNA dit zijn groeigenen. En kunnen ontregeld
raken.
Wanneer deze groeigenen vrij spel krijgen kunnen de cellen ongecontroleerd gaan delen.
Het immuunsysteem herkent de afwijkende cellen en worden door de leukocyten opgeruimd.
Mensen met een goed werkend immuunsysteem hebben een kleine kans om kanker te
ontwikkelen. Mensen met zwakke afweer door aanleg, stress of aids is de kans groter op
tumoren.