Rekenen-wiskunde in de praktijk
Verschillen in de klas
Hoofdstuk 1: Omgaan met verschillen
1.1 Kennismaken met groep 4
Waarom de keuze voor een kijkje in groep 4? Dit heeft te maken met de fase in ontwikkeling van
leerlingen waarin zich verschillen in rekenleerprocessen tussen leerlingen duidelijk zichtbaar worden.
In groep 4 ligt de nadruk op het rekenen tot 100 en op het leren van de tafels, en juist bij die
onderwerpen komen problemen aan het licht. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het onvoldoende
automatiseren van optellen en aftrekken t/m 20, omdat er hiaten (gaten) zijn in de daarvoor
benodigde basiskennis. In groep 4 en 5 kan meestal nog wel tijdig worden ingegrepen als leerlingen
dreigen uit te vallen.
Een school is wettelijk verplicht de vorderingen van leerlingen te volgen. De meeste basisscholen
maken daarvoor gebruik van het LOVS van het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito). Met
die toets krijgen scholen inzicht in de rekenvaardigheid (en andere vaardigheden) van de leerlingen
op leerling-, groeps- en schoolniveau.
Hoewel de uitslagen van LOVS toetsen je als leerkracht belangrijke informatie verschaffen over de
leerlingen, geeft die bron echter niet aan hóe de leerlingen rekenen. Daarvoor heb je andere bronnen
nodig, zoals:
De (denk)- activiteiten tijdens de instructie en interactie
Observatie tijdens het zelfstandig werken
Korte begeleidingsgesprekken tijdens het zelfstandig werken
Leerlingenwerk
Informatie van de ouders
Interviews met leerlingen
Informatie van de intern begeleider
Een belangrijke bron vormt vanzelfsprekend de rekenles zelf. Tijdens de klassikale instructie kun je als
leerkracht grondig observeren hoe de kinderen rekenen en ook hoe hun houding ten aanzien van
rekenen-wiskunde is.
Interviews met leerlingen geven belangrijke, gerichte informatie over rekenaanpakken van leerlingen.
Ze zijn vaak bedoeld om rekenproblemen te signaleren en een diagnose te stellen, met als vervolg
bijvoorbeeld het maken van een handelingsplan voor specifieke hulp aan een leerling.
Er zijn een aantal belangrijke kwaliteiten/competenties die elke leraar moet bezitten om in de klas
daadwerkelijk rekening te kunnen houden met verschillen tussen leerlingen:
- Informatie winnen: (de leerkracht moet kennis hebben van de leerstof en leerlijnen en die
kunnen toepassen bij het volgen van leerprocessen van de kinderen).
- Die informatie analyseren en interpreteren: (die leerprocessen moeten nauwgezet
onderzocht en geanalyseerd worden. Welke conclusies kunnen getrokken worden uit deze
analyses?).
- Hulp plannen en onderwijs ontwerpen voor het vervolg: (de leerkracht ontwerpt/maakt
gebruik van al bestaande materialen en oefenstof).
Verschillen in de klas
Hoofdstuk 1: Omgaan met verschillen
1.1 Kennismaken met groep 4
Waarom de keuze voor een kijkje in groep 4? Dit heeft te maken met de fase in ontwikkeling van
leerlingen waarin zich verschillen in rekenleerprocessen tussen leerlingen duidelijk zichtbaar worden.
In groep 4 ligt de nadruk op het rekenen tot 100 en op het leren van de tafels, en juist bij die
onderwerpen komen problemen aan het licht. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het onvoldoende
automatiseren van optellen en aftrekken t/m 20, omdat er hiaten (gaten) zijn in de daarvoor
benodigde basiskennis. In groep 4 en 5 kan meestal nog wel tijdig worden ingegrepen als leerlingen
dreigen uit te vallen.
Een school is wettelijk verplicht de vorderingen van leerlingen te volgen. De meeste basisscholen
maken daarvoor gebruik van het LOVS van het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito). Met
die toets krijgen scholen inzicht in de rekenvaardigheid (en andere vaardigheden) van de leerlingen
op leerling-, groeps- en schoolniveau.
Hoewel de uitslagen van LOVS toetsen je als leerkracht belangrijke informatie verschaffen over de
leerlingen, geeft die bron echter niet aan hóe de leerlingen rekenen. Daarvoor heb je andere bronnen
nodig, zoals:
De (denk)- activiteiten tijdens de instructie en interactie
Observatie tijdens het zelfstandig werken
Korte begeleidingsgesprekken tijdens het zelfstandig werken
Leerlingenwerk
Informatie van de ouders
Interviews met leerlingen
Informatie van de intern begeleider
Een belangrijke bron vormt vanzelfsprekend de rekenles zelf. Tijdens de klassikale instructie kun je als
leerkracht grondig observeren hoe de kinderen rekenen en ook hoe hun houding ten aanzien van
rekenen-wiskunde is.
Interviews met leerlingen geven belangrijke, gerichte informatie over rekenaanpakken van leerlingen.
Ze zijn vaak bedoeld om rekenproblemen te signaleren en een diagnose te stellen, met als vervolg
bijvoorbeeld het maken van een handelingsplan voor specifieke hulp aan een leerling.
Er zijn een aantal belangrijke kwaliteiten/competenties die elke leraar moet bezitten om in de klas
daadwerkelijk rekening te kunnen houden met verschillen tussen leerlingen:
- Informatie winnen: (de leerkracht moet kennis hebben van de leerstof en leerlijnen en die
kunnen toepassen bij het volgen van leerprocessen van de kinderen).
- Die informatie analyseren en interpreteren: (die leerprocessen moeten nauwgezet
onderzocht en geanalyseerd worden. Welke conclusies kunnen getrokken worden uit deze
analyses?).
- Hulp plannen en onderwijs ontwerpen voor het vervolg: (de leerkracht ontwerpt/maakt
gebruik van al bestaande materialen en oefenstof).